Wel­kom!

De be­schei­den boe­ren­doch­ter die hielp de En­gel­sen te ver­slaan, wordt ge­zien als be­vrijd­ster en is hei­lig ver­klaard, maar ze was ook een pi­on in een po­li­tiek spel.

Alles over Geschiedenis - - Inhoud - Pe­ter Ma­ri­nus Re­dac­teur

Jeanne d’Arc is sinds haar dood een groot deel van de na­ti­o­na­le iden­ti­teit van Frank­rijk ge­wor­den. De jon­ge vrouw was er hei­lig van over­tuigd dat god haar had op­ge­dra­gen om Frank­rijk te be­vrij­den van de En­gel­se over­heer­sing. Haar in­span­nin­gen zou­den haar uit­ein­de­lijk het le­ven kos­ten, maar iro­nisch ge­noeg was de Fran­se adel daar net zo­veel de­bet aan als de En­gel­sen of hun Bour­gon­di­sche bond­ge­no­ten, die te­gen­woor­dig net zo goed Frans zijn. Tij­dens de We­reld­oor­lo­gen werd Jeanne door bei­de zij­den ge­bruikt: op Brit­se pos­ters kwam zij in WO I voor als aan­moe­di­ging je­gens vrou­wen om zich in te zet­ten, ter­wijl Vi­chy Frank­rijk in WO II het beeld van een bran­den­de Jeanne ge­bruik­te om Brit­se bom­bar­de­men­ten op Fran­se bo­dem te ver­oor­de­len. De vraag rijst wie de­ze jon­ge vrouw echt was en of ze zich zou her­ken­nen in de beel­den die van haar ge­schetst wer­den. Lees meer over haar tra­gi­sche le­ven op pa­gi­na 34.

In Eu­ro­pa is de naam van Jeanne d’Arc breed be­kend, hoe­wel zij geen gro­te ver­ove­raar of stich­ter van een blij­vend rijk was. An­de­re be­ken­de fi­gu­ren zo­als Alexan­der de Gro­te of Ju­li­us Cae­sar heb­ben die naam wel, maar één van de groot­ste ver­o­ve­raars al­ler tij­den is bij ons vrij­wel on­be­kend: Cy­rus II, stich­ter van Per­zië. Hij ver­o­ver­de een we­reld­rijk zo groot als dat van Alexan­der. Ster­ker nog: hij sticht­te het rijk dat la­ter door Alexan­der en de Ma­ce­do­ni­ërs on­der de voet ge­lo­pen werd. Het gro­te ver­schil is dat Cy­rus een machts­struc­tuur ach­ter­liet waar­door Per­zië eeu­wen na zijn dood nog be­stond. Lees op pa­gi­na 66 waar­om Cy­rus II de bij­naam ‘De Gro­te’ ruim­schoots ver­dient.

Op 12 fe­bru­a­ri 1429, op het hoog­te­punt van de Hon­derd­ja­ri­ge Oor­log, werd er een kon­vooi met voor­ra­den voor het En­gel­se le­ger (dat de stad Or­léans heeft om­sin­geld) aan­ge­val­len. Toen de vier­dui­zend ge­trou­wen aan troon­op­vol­ger (de Dau­phin) van Frank­rijk dich­ter­bij kwa­men, zet­ten de En­gel­sen hun wa­gons in een de­fen­sie­ve for­ma­tie. Ver­vol­gens scho­ten ze meer­de­re sal­vo’s pij­len af op de aan­val­len­de Fran­sen. Toen het ge­vecht ten ein­de was, wa­ren er meer dan vier­hon­derd Fran­sen (en Schot­se bond­ge­no­ten) dood. De En­gel­sen had­den maar vier man ver­lo­ren. Dit bloed­bad was het diep­te­punt van de Dau­phins po­gin­gen om de Fran­se troon te krij­gen. Slechts drie we­ken la­ter ar­ri­veert een klein groep­je ge­wa­pen­de man­nen, he­le­maal stof­fig van de tocht, bij het Kas­teel van de Dau­phin in Chi­non, zo’n 160 ki­lo­me­ter zui­de­lij­ker. In het groep­je be­vindt zich een ze­ven­tien­ja­ri­ge boe­ren­doch­ter met kort haar en ge­huld in man­nen­kle­ding. Het meis­je zegt dat ze een bood­schap heeft voor de Dau­phin. Wan­neer ze voor de aan­ko­men­de ko­ning mag ver­schij­nen, ver­klaart ze aan het hof dat ze is ge­ko­men om Frank­rijk te red­den en dat god haar heeft ge­stuurd. Haar naam, zegt ze, is Jeanne d’Arc.

Om het op­zien­ba­ren­de ver­haal van een van de meest ico­ni­sche men­sen uit de ge­schie­de­nis te be­grij­pen, moet je eerst be­vat­ten hoe an­ders haar we­reld was ten op­zich­te van de on­ze. Het land­schap van het mid­del­eeuw­se Eu­ro­pa werd ge­do­mi­neerd door kas­te­len, ka­the­dra­len en om­muur­de ste­den. Om­dat nie­mand de na­tuur­lij­ke we­reld be­greep, dacht ie­der­een dat hek­sen, de­mo­nen en en­ge­len wer­ke­lijk be­ston­den, en re­li­gi­eu­ze den­kers do­mi­neer­den zo­wel op fi­lo­so­fisch als ide­o­lo­gisch vlak.

Het was een we­reld waar­in vrou­wen­haat wijd­ver­breid was en vrou­wen maar be­perkt land moch­ten be­zit­ten. De wet en de ge­woon­tes be­paal­den wat ze met hun le­ven moch­ten doen. Zelfs het dra­gen van man­nen­kle­ding werd be­schouwd als een ver­ach­ting van god. En toch droeg Jeanne man­nen­kle­ding toen ze de Dau­phin toe­sprak op 6 maart 1429. Ze had de kle­ding een paar we­ken eer­der be­mach­tigd

toen ze aan haar reis naar Chi­non be­gon, van­uit Vau­cou­leurs. Ze had ze ge­kre­gen van de ka­pi­tein van het gar­ni­zoen daar (net zo­als een paard en een ge­wa­pen­de es­cor­te), om haar iden­ti­teit te ver­hul­len. Haar be­kend­heid als po­ten­tie­le pro­feet ging na­me­lijk al als een lo­pend vuur­tje rond.

Jeanne was ge­bo­ren in Dom­ré­my, zo’n

250 ki­lo­me­ter ten noor­den van Pa­rijs, in

1412. In die tijd was Frank­rijk een land dat al ge­ne­ra­ties lang door oor­log werd ver­scheurd. Engeland en Frank­rijk voch­ten al sinds 1337 om het land en in 1415, toen Jeanne drie jaar oud was, had­den de Fran­sen een de­sa­streu­se ne­der­laag ge­le­den te­gen de En­gel­sen on­der Hen­drik V, in de Slag bij Azin­court.

Hoe­wel ze die dag meer man­schap­pen had­den dan de En­gel­sen, werd het Fran­se le­ger ver­sla­gen toen de zwaar ge­har­nas­te Fran­se ca­va­le­rie (weg­ge­zon­ken op het door re­gen ver­week­te slag­veld) in gro­te ge­ta­len werd ge­dood door de acht­dui­zend boog­schut­ters van Hen­drik. Niet dat het in die tijd op de­ze ma­nier werd om­schre­ven. Dit was het mid­del­eeuw­se Eu­ro­pa, waar de wil van god on­los­ma­ke­lijk ver­bon­den was met het da­ge­lijks le­ven. En ter­wijl de En­gel­se ko­ning be­weer­de dat god hem aan de over­win­ning had ge­hol­pen, zei­den de Fran­sen dat hun ne­der­laag een straf van god was. Frank­rijk was niet al­leen in oor­log met Engeland, maar ook met zich­zelf. De ko­ning (Ka­rel VI van Frank­rijk) werd hoe lan­ger hoe gek­ker en was niet meer in staat om te re­ge­ren. Dit cre­ëer­de een va­cu­üm in macht, dat twee groe­pe­rin­gen voort­bracht (de Bour­gon­di­ërs en de loy­a­le Ar­mag­nacs) die voch­ten om de macht over het land.

De ri­va­li­teit was zo he­vig, dat de lei­der van de Bour­gon­di­ërs (de Her­tog van Bour­gon­dië) vijf jaar na Azin­court de kant van de be­zet­ten­de En­gel­sen koos en een ver­bond te­ken­de. Zo­doen­de voch­ten ze sa­men te­gen de Ar­mag­nacs, die nu wer­den ge­leid door de zoon van Ka­rel VI en troon­op­vol­ger, de Dau­phin. En zo duur­de de oor­log voort. Acht jaar lang le­den de Ar­mag­nacs ein­de­lo­ze ne­der­la­gen, tot­dat het le­ger van de Dau­phin werd te­rug­ge­dron­gen tot de ri­vier de Loi­re, die zo’n beet­je over de he­le breed­te van Frank­rijk loopt. Het land was nu prak­tisch in twee­ën ver­deeld; de En­gel­sen en de Bour­gon­di­ërs in het noor­den (in­clu­sief Pa­rijs) en de Ar­mag­nacs in het zui­den.

De stem van god

Toen Jeanne een jaar of 13 was, lag haar woon­plaats in noord­oost Frank­rijk aan het front en Dom­ré­my werd een voor­post van de Ar­mag­nacs, om­sin­geld door Bour­gon­disch en En­gels grond­ge­bied. Het dorp werd het to­neel van aan­val­len en ge­vech­ten, en de fa­mi­lie­le­den van Jeanne wer­den tij­de­lijk vluch­te­lin­gen. Daar­om is het wel­licht geen ver­ras­sing dat een po­ten­ti­eel ge­trau­ma­ti­seer­de Jeanne in de­ze zeer ver­ont­rus­ten­de tijd voor het eerst stem­men in haar hoofd hoor­de. He­den­daag­se psy­cho­lo­gen zien dat als een mo­ge­lij­ke per­so­na­li­teits­stoor­nis, maar van­we­ge het chris­te­lijk ge­loof in die tijd, in­ter­pre­teer­de Jeanne die stem­men als bood­schap­pen van god. En dat was niet on­ge­brui­ke­lijk in het Eu­ro­pa van de 15e eeuw. Tij­dens haar le­ven wa­ren er tien­tal­len zo­ge­naam­de re­li­gi­eu­ze vi­si­o­nairs in Frank­rijk die al­le­maal claim­den een di­rec­te lijn met god te heb­ben. Maar het was de bood­schap die Jeanne hoor­de, wat het bij­zon­der maak­te. “Ga naar de Dau­phin,” hoor­de ze her­haal­de­lijk. “Hij zal je een le­ger ge­ven om te lei­den en daar­mee zul je de En­gel­sen van de Fran­se stran­den ver­drij­ven!”

Dat klonk lo­gi­scher­wijs als een on­mo­ge­lijk voor­stel. Jeanne was jong, arm en vrouw.

Het was dus niet ver­won­der­lijk dat de eer­ste po­gin­gen om de Dau­phin te spre­ken, op niets uit­lie­pen. Maar na het bloed­bad in fe­bru­a­ri 1429 leek hij wan­ho­pig ge­noeg om

al­les te pro­be­ren en liet hij haar naar zijn kas­teel ko­men. Zo­als al­le heer­sers uit zijn tijd ge­loof­de hij dat zijn au­to­ri­teit een gift van god was en dat het zijn plicht was om in de we­reld om hem heen te zoe­ken naar de wil van god – zelfs als die tot hem kwam via een boe­ren­doch­ter. Waar­schijn­lijk heeft hij daar­naast ook aan­ge­voeld dat er een mo­ge­lij­ke staats­greep in het ver­schiet lag.

Jeanne werd drie we­ken lang on­der­vraagd door de bes­te the­o­lo­gen die de Dau­phin had. De­ze men­sen ge­loof­den dat god geen vrou­wen had ge­maakt om sol­daat te wor­den, laat staan om le­gers te lei­den. Maar Jeanne was zo over­tuigd van wat de stem­men haar ver­tel­den, dat ze niet kon­den be­pa­len of ze in­der­daad een bood­schap­per was van god, of een ge­zant van de dui­vel. Om ze­ker te zijn van hun zaak, had­den ze een ‘te­ken’ no­dig, een soort ont­snap­pings­clau­su­le. Toen ze Jeanne vroe­gen hoe ze dacht de Dau­phin ge­kroond te zien wor­den in de Ka­the­draal van Reims (ge­zien het feit dat het be­zet­te Or­léans in de weg stond), kre­gen ze waar ze naar op zoek wa­ren. “Geef me een le­ger,” zei Jeanne stel­lig, “en ik zal de be­zet­ting zelf uit de weg rui­men.”

De the­o­lo­gen ver­tel­de de Dau­phin nu dat Jeanne zeer over­tui­gend was en mo­ge­lijk de waar­heid sprak, maar om dit ze­ker te we­ten, zou ze met een le­ger naar Or­léans moe­ten gaan. Als het ze zou luk­ken om de be­zet­ting te ver­slaan, dan lijkt het er­op dat

ze in­der­daad een god­de­lij­ke bood­schap­per is, een te­ken dat het de Dau­phin weer wat voor de wind zou gaan. Wan­neer ze faal­den, zou­den ze we­ten dat Jeanne was ge­stuurd door de dui­vel. Dus de Dau­phin nam de gok. Hij liet een spe­ci­aal har­nas voor haar ma­ken, sa­men met een wit­te, zij­den vaan­del met daar­op god, ver­ge­zeld door en­ge­len. Dit moest hel­pen om haar te la­ten op­val­len in de strijd. Als god wer­ke­lijk ach­ter dit doel stond, wil­de de Dau­phin dat zo­wel zijn vrien­den als vij­an­den het zou­den we­ten

Jeanne be­reik­te Or­léans op 29 april 1429. Het En­gel­se le­ger daar was niet groot ge­noeg om de stad ef­fi­ci­ënt te om­sin­ge­len en het luk­te Jeanne om aan de oost­kant door hun li­nies te bre­ken. Be­wo­ners be­groet­ten haar als een ver­los­ser. Te­gen 4 mei, toen de rest van haar le­ger de stad be­reikt had, kon het Be­leg van Or­léans be­gin­nen.

Vroeg in de mid­dag viel Jeanne de zwak­ke En­gel­se ver­de­di­ging in het oos­ten aan. Na een kort, maar he­vig ge­vecht wa­ren de En­gel­sen over­wel­digd. Die avond dic­teer­de Jeanne (die niet kon schrij­ven) een brief die de over­ga­ve van de En­gel­sen eis­te en hen waar­schuw­de voor ern­sti­ge con­se­quen­ties als ze zou­den wei­ge­ren. De brief werd vast­ge­maakt aan een pijl en over de En­gel­se li­nies ge­scho­ten. Er werd ech­ter geen ge­hoor ge­ge­ven aan haar waar­schu­wing, dus het vech­ten ging nog vier da­gen lang door.

In die tijd was Or­léans een om­muur­de stad aan de noord­kant van de Loi­re en was via een brug ver­bon­den met de zuid­kant. Daar stond een ver­sterkt poort­ge­bouw, ge­naamd de Tou­rel­les. Aan het be­gin van de be­zet­ting had­den de En­gel­sen het in­ge­no­men, maar de noord­kant van de brug had­den ze niet – van­daar de pat­stel­ling. Als de Fran­sen het poort­ge­bouw kon­den her­o­ve­ren, kon­den ze de be­zet­ting ver­slaan. Dus in de och­tend van 7 mei ver­za­mel­de Jeanne de ge­de­mo­ra­li­seer­de Fran­se troe­pen op­nieuw en over­tuig­de hen om haar te vol­gen. De poor­ten van de stad wer­den weer ge­o­pend en ze ga­lop­peer­de voor­waarts, zwaai­end met haar wit­te vaan­del. Ge­ïn­spi­reerd door haar roe­ke­lo­ze moed, volg­de het le­ger haar. Een paar uur la­ter had­den de Fran­se troe­pen het poort­ge­bouw om­sin­geld.

Ter­wijl het pij­len re­gen­de van­af de mu­ren van het fort, wer­den er lad­ders te­gen­aan ge­zet. Jeanne leid­de nog steeds en be­klom een lad­der tot een pijl door een zwak ge­deel­te van haar har­nas drong. De pijl had haar schou­der zo’n vijf­tien cen­ti­me­ter door­boord en toen ze van het slag­veld werd weg­ge­dra­gen, dach­ten veel men­sen dat ze do­de­lijk ge­wond was. Dat was ze niet. En na­dat haar won­den wa­ren ver­zorgd, keer­de Jeanne (high van re­li­gi­eu­ze vu­rig­heid) te­rug in de strijd. Haar in­spi­re­ren­de aan­we­zig­heid zorg­de er­voor dat de Fran­sen te­gen zons­on­der­gang een be­roem­de ze­ge had­den ge­won­nen.

Na ze­ven maan­den strijd had Jeanne

Or­léans in vier da­gen be­vrijd. Dat was het be­wijs dat god haar had ge­stuurd en het nieuws van haar won­der­baar­lij­ke over­win­ning ver­spreid­de zich snel. De over­tui­ging van Jeanne was nu gro­ter dan ooit. Or­léans was haar test en de over­win­ning was haar te­ken. Nu kwam haar wa­re doel – het kro­nen van de Dau­phin en het voor­goed ver­drij­ven van de En­gel­sen uit Frank­rijk.

Eeu­wen­lang wer­den Fran­se ko­nin­gen ge­kroond in de Ka­the­draal van Reims, zo’n 160 ki­lo­me­ter ten noor­den van Or­léans en dus diep in het grond­ge­bied van de En­gel­sen. De Dau­phin reed nu met het groot­ste le­ger dat hij kon sa­men­stel­len en met Jeanne aan zijn zij­de naar het noor­den. On­der­steund door hun re­cen­te over­win­ning en de god­de­lij­ke

aan­we­zig­heid van Jeanne (die nu de Maagd van Or­léans werd ge­noemd), trok­ken de troe­pen van de Dau­phin naar het noor­den en ze ver­sloe­gen ie­der­een die hen te­gen­werk­te.

Nor­ma­li­ter verg­de een kro­ning maan­den­lan­ge voor­be­rei­ding, maar het was een bij­zon­de­re tijd en tijd was kost­baar. Het zo snel mo­ge­lijk be­ë­di­gen van de Dau­phin was een zaak van ur­gent po­li­tiek op­por­tu­nis­me. Zijn ho­ve­lin­gen werk­ten een nacht door om al het no­di­ge te re­ge­len en de och­tend na­dat hij de stad bin­nen­kwam, werd hij ge­kroond. Vier maan­den eer­der leek het doel van de Ar­mag­nacs een ver­lo­ren zaak en nu (niet in de laat­ste plaats dank­zij Jeanne) werd hij ge­kroond tot Ka­rel VII van Frank­rijk.

Op naar Pa­rijs

Het doel van Jeanne was nu om het land on­der zijn nieu­we ko­ning te ver­e­ni­gen, maar de Bour­gon­di­ërs werk­ten niet mee. Zij had­den trouw ge­zwo­ren aan de ko­ning van Engeland en zo­doen­de ging de bur­ger­oor­log door, net zo­als de strijd om het ver­drij­ven van de En­gel­se be­zet­ters. Jeanne hoop­te bei­de vij­an­den een fa­ta­le slag toe te bren­gen door de hoofd­stad van de stad te ver­o­ve­ren. Het bleek dat het Be­leg van Pa­rijs een veel gro­te­re uit­da­ging was dan de be­vrij­ding van Or­léans.

Pa­rijs was de meest ver­sterk­te stad van West-Eu­ro­pa. Ho­ge mu­ren met to­rens en een slot­gracht er om­heen. En­gel­se en Bour­gon­di­sche troe­pen ver­de­dig­de de stads­mu­ren met ka­non­nen en boog­schut­ters. En er moest re­ke­ning wor­den ge­hou­den met

de in­wo­ners. In te­gen­stel­ling tot de in­wo­ners van Or­léans, ston­den de 280.000 Pa­rij­ze­na­ren vij­an­dig ten op­zich­te van het doel van de Ar­mang­acs. Jeanne zag ech­ter niet in dat een aan­val op Pa­rijs een zelf­moord­mis­sie zou zijn. Zij was te over­tuigd dat ze een die­naar van god was. Sym­bo­lisch ge­noeg koos ze 8 sep­tem­ber

(de hei­li­ge feest­dag van de ge­boor­te­dag van Ma­ria) als de da­tum voor de aan­val.

Jeanne reed voor­op bij de aan­val, met haar zij­den vaan­del vol in het zicht. On­der­tus­sen be­reik­ten de troe­pen van de ko­ning de mu­ren van Pa­rijs en kre­gen ze veel pij­len en ka­nons­ko­gels te ver­du­ren. Na uren­lang wan­ho­pig pro­be­ren om de stads­mu­ren te door­bre­ken, werd Jeanne op­nieuw ge­raakt door een pijl, dit­maal in haar dij. Ze had ge­luk. De man naast haar werd ge­dood door een pijl in het ge­zicht. Jeanne werd het slag­veld af ge­dra­gen en het le­ger trok zich te­rug. Meer dan 1500 man­schap­pen van de ko­ning wa­ren ge­dood of ge­wond ge­raakt. Jeanne wil­de het liefst de vol­gen­de och­tend op­nieuw aan­val­len, maar de ko­ning (die on­ge­twij­feld bang was zijn he­le le­ger te ver­lie­zen) stond het niet toe.

De ko­ning be­sloot dat het di­plo­ma­tiek moest wor­den op­ge­lost en aan het eind van 1429 werd er een wa­pen­stil­stand van zes maan­den af­ge­kon­digd. Jeanne was er­te­gen en hield vol dat de ge­wa­pen­de strijd de wil van god was. Som­mi­ge ho­ve­lin­gen zei­den te­gen de ko­ning dat haar vast­be­slo­ten­heid om door te vech­ten, haar een blok aan het been maak­te. De ko­ning leek het daar­mee eens en Jeanne, die niet lan­ger nut­tig was, viel bij hem uit de gra­tie. Toen in de len­te van 1430 de ge­vech­ten weer ver­der gin­gen, viel de Her­tog van Bour­gon­dië Com­pi­èg­ne aan, ten noor­den van Pa­rijs. On­danks het feit dat ze niet meer werd ge­steund door de ko­ning, reed Jeanne naar de stad met een groep loy­a­le vol­gers, met als doel de Bour­gon­di­ërs te ver­drij­ven. Ze ar­ri­veer­den in de nacht van 22 mei en de vol­gen­de och­tend trok Jeanne haar har­nas voor de laat­ste keer aan. Met haar be­roem­de vaan­del wap­pe­rend in de wind, leid­de ze een klei­ne groep strij­ders. Ze vie­len de Bour­gon­di­sche troe­pen aan die bui­ten de stads­poor­ten kam­peer­den. Maar ze wa­ren al snel in de min­der­heid en wer­den ver­sla­gen. Ter­wijl de Bour­gon­di­sche troe­pen haar om­sin­gel­den, werd ze door een boogschutter van haar paard ge­trok­ken. Ver­vol­gens was ze snel de meest waar­de­vol­le po­li­tie­ke ge­van­ge­ne van Frank­rijk.

Jeanne was ooit door de Ar­mag­nacs ge­bruikt als een krach­tig pro­pa­gan­da­mid­del om het ge­de­mo­ra­li­seer­de le­ger aan te spo­ren. Maar na de mis­luk­king bij het Be­leg van Pa­rijs was haar nut voor het doel van ko­ning twij­fel­ach­tig ge­wor­den. Met haar ge­van­gen­ne­ming door de En­gel­sen zou ze van nut zijn voor de vij­an­den van de ko­ning, die de 18-ja­ri­ge boe­ren­doch­ter voor hun ei­gen doel­ein­den wil­den uit­bui­ten. Want als ze kon­den be­wij­zen dat Jeanne een leu­ge­naar

(of be­ter) een ket­ter was, ge­stuurd door de dui­vel, en kon­den pro­fi­te­ren van de macht die om de Maagd van Or­léans heen hing, kon­den ze de mo­raal van de man­schap­pen van de Ar­mag­nacs weer la­ten kel­de­ren.

Zelfs vlak voor haar vre­se­lij­ke dood hield Jeanne vast aan haar ge­loof.

Het Be­leg van Or­léans wordt ge­zien als het om­slag­punt in de oor­log van de Dau­phin te­gen de En­gel­sen.

Jeanne groei­de op in een lan­de­lijk dorp­je op de boer­de­rij van haar fa­mi­lie.

De Fran­se ko­ning maak­te een spe­ci­aal har­nas voor Jeanne.

De Dau­phin ge­bruik­te Jeanne hoogst­waar­schijn­lijk voor zijn ei­gen po­li­tie­ke re­de­nen en om het mo­raal van zijn troe­pen te ver­be­te­ren.

Een schil­de­rij van de ge­van­gen­ne­ming van Jeanne.

Jeanne stond op te­gen vrou­wen­haat en voor­oor­de­len om de Fran­sen naar de over­win­ning te lei­den.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.