FRANKS JON­GE JA­REN

Alles over Geschiedenis - - De Duistere Kant Van Frank Sinatra -

Mo­ge­lij­ke maf­fi­a­con­nec­ties gaan te­rug tot de jeugd van Sinatra’s groot­va­der in Si­ci­lië – het Ita­li­aan­se ei­land dat de ge­boor­te­plek vormt van de Co­sa Nos­tra. De groot­va­der van Frank, Fran­ce­s­co Sinatra, werd ge­bo­ren in 1857 in het berg­dorp Ler­ca­ra Frid­di: het hart van maf­fia­land, slechts 25 ki­lo­me­ter van de be­roem­de stad Cor­le­o­ne. Hoe­wel er geen be­wijs is dat Fran­ce­s­co be­trok­ken was bij du­bi­eu­ze on­der­ne­min­gen, woon­de hij wel in de­zelf­de straat als de fa­mi­lie Lu­ci­a­no. De be­kend­ste zoon van Lu­ci­a­no was Sal­va­to­re (bij­ge­naamd Luc­ky) en die zou één van de voor­naams­te mis­da­di­gers in New York wor­den. In Luc­ky’s adres­boek stond zelfs de naam van een van de le­den van Fran­ce­s­co’s schoon­fa­mi­lie, dus het is ze­ker mo­ge­lijk dat Fran­ce­s­co en de Lu­ci­a­no’s be­vriend wa­ren.

Fran­ce­s­co Sinatra emi­greer­de in 1900 met zijn vrouw en vijf kin­de­ren naar New York. De jon­ge An­to­nio, Franks va­der, ging in de leer bij een schoen­ma­ker, maar werk­te ook als chauf­feur en als pro­fes­si­o­neel bok­ser in de ban­tam­ge­wicht­klas­se. Hij kwam in aan­ra­king met de po­li­tie, on­der meer van­we­ge door­rij­den na een aan­rij­ding en voor het he­len van ge­sto­len goe­de­ren. In 1913 trouw­de hij met Franks moe­der Dol­ly en Frank werd twee jaar la­ter als enig kind ge­bo­ren. Dol­ly was ver­los­kun­di­ge en stond bij som­mi­gen be­kend als ‘Hat­pin Dol­ly’, om­dat ze be­rucht was voor het uit­voe­ren van il­le­ga­le abor­tus­sen (waar­voor ze twee keer werd ver­oor­deeld). Maar ze was ook zeer be­trok­ken bij de lo­ka­le po­li­tiek in Hoboken en Jer­sey Ci­ty, en werk­te voor twee op­vol­gen­de bur­ge­mees­ters in een tijd waar­in de ge­meen­ten be­kend­ston­den om cor­rup­tie. In 1917 open­de ze sa­men met An­to­ni­no een ca­fé en zij was de­ge­ne die dron­ken men­sen naar bui­ten sloeg met de knup­pel die ze al­tijd bij zich had.

Dit ca­fé was de om­ge­ving waar­in de jon­ge Frank Sinatra op­groei­de, in een tijd dat het

“Het ca­fé was de om­ge­ving waar­in de jon­ge Frank Sinatra op­groei­de, in een tijd dat het ver­ko­pen van al­co­hol ver­bo­den was.”

ver­ko­pen van al­co­hol ver­bo­den was van­we­ge de droog­leg­ging en met na­me de Vols­tead Act. Frank maak­te ‘s avonds zijn huis­werk in de hoek van een ca­fé dat al­leen kon be­staan dank­zij de il­le­ga­le ac­ti­vi­tei­ten van zijn va­der en de lo­ka­le gang­ster Waxey Gor­don, die weer een be­ken­de was van Luc­ky Lu­ci­a­no. Ha­ven­stad Hoboken was een be­lang­rijk door­voer­punt voor il­le­ga­le le­ve­rin­gen van al­co­hol en Franks ooms (Dol­ly’s broers) wa­ren even­eens in ho­ge ma­te ver­wik­keld in de han­del. De droog­leg­ging was erg lu­cra­tief als je aan de ver­keer­de kant van de wet stond. Het be­te­ken­de het ont­staan van de maf­fia in Amerika. Franks jeugd be­stond ze­ker niet uit na­rig­heid: zijn fa­mi­lie door­stond de cri­sis van de ja­ren 1930 zo goed dat Dol­ly een splin­ter­nieu­we au­to kocht voor zijn vijf­tien­de ver­jaar­dag.

Frank zag voort­du­rend maf­fia­prak­tij­ken ge­beu­ren, maar toch koos hij al heel vroeg in zijn le­ven een an­de­re rich­ting. Toen hij acht was, trad hij voor het eerst op door mee te zin­gen met een pi­a­no­la in Sinatra’s Bar & Grill. Stoe­re ke­rels met tra­nen in hun ogen ga­ven hem zak­geld voor zijn ver­tol­kin­gen van po­pu­lai­re sen­ti­men­te­le lied­jes. Een toe­kom­sti­ge ster was ge­bo­ren. Zijn eer­ste pro­fes­si­o­ne­le door­braak als zan­ger kwam in

1935, toen hij twin­tig jaar oud was, als lid van de lo­ka­le zan­groep The Hoboken Four (het was een trio tot­dat Dol­ly er voor zorg­de dat ze Frank mee lie­ten doen). Dit leid­de tot ja­ren­lang zin­gen in clubs en ca­fés in New York en door het he­le land. In dit be­roep was ver­broe­de­ring met maf­fia­le­den en hun ba­zen niet te ver­mij­den. Ge­or­ga­ni­seer­de mis­daad ging hand in hand met ca­fé­za­ken en zelfs na­dat de droog­leg­ging uit de we­reld was, bleef de maf­fia een stil­le ven­noot in veel za­ken. Daar­naast was ze erg be­trok­ken in de mu­ziek­in­du­strie en be­heer­de ze de mees­te ju­ke­boxen in het land – zo­doen­de be­paal­de de maf­fia wel­ke pla­ten suc­ces­vol zou­den wor­den.

“Sa­loons wor­den niet ge­rund door chris­te­nen”, zei Sinatra toen hij ou­der was om zich­zelf in te dek­ken. “Er wa­ren veel men­sen die uit de droog­leg­ging kwa­men en uit­ste­ken­de sa­loons run­den. Ik werk­te op de plek­ken die ge­o­pend wa­ren. Zij be­taal­den me. Zij kwa­men back­sta­ge. Zij zei­den hal­lo. Zij ga­ven je een drank­je. Als Fran­cis­cus van As­si­si een zan­ger was en in sa­loons werk­te, zou hij de­zelf­de men­sen zijn te­gen­ge­ko­men. Dat wil nog niet zeg­gen dat hij dan deel van iets uit­maak­te ...”

Dat Frank Sin­tra een con­tract te­ken­de voor het re­gel­ma­tig op­tre­den in Las Ve­g­as, be­te­ken­de veel voorde ont­wik­ke­ling van de sta­tus van de stad.

Sinatra praat met reporters tij­dens zijn rechts­zaak over ge­weld­ple­gingte­gen co­lum­nist Lee Mor­ti­mer.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.