Graffiti door de eeu­wen heen

Al in Pom­peï wa­ren er he­le ver­ha­len te le­zen op de mu­ren.

Alles over Geschiedenis - - INHOUD -

“Toe­ris­ten lie­ten in de oud­heid ook al hun spo­ren ach­ter.”

Al sinds het ont­staan van de mens­heid pro­be­ren we zo­veel mo­ge­lijk om on­ze groot­ste avon­tu­ren vast te leg­gen. Hier­door zijn de min­der be­lang­rij­ke ver­ha­len vaak in de ver­ge­tel­heid ge­raakt. Maar niet ge­treurd! Graffiti (en­kel­voud graf­fi­to) geeft je een on­ge­fil­ter­de kijk in vroe­ge­re pe­ri­o­des, va­ri­ë­rend van een­vou­dig com­men­taar, tot schui­ne grap­pen en gei­ni­ge ka­ri­ka­tu­ren.

Een goe­de en al­om­vat­ten­de be­te­ke­nis voor graffiti is er he­laas niet. Het is een ver­za­mel­naam voor af­beel­din­gen of tek­sten die op straat of op een open­ba­re plaats met verf, mar­kers, inkt of kras­sen zijn aan­ge­bracht. Vaak zijn de­ze ‘kunst­wer­ken’ il­le­gaal ge­maakt. Ou­de grot­te­ke­nin­gen kun je dus niet echt als graffiti be­stem­pe­len, on­danks de no­di­ge over­een­kom­sten. Het lijkt er ech­ter niet op dat het ach­ter­la­ten van je hand­af­druk op de muur in die tijd il­le­gaal was. Om de­zelf­de re­den zijn pe­trog­lie­fen (sym­bo­len, fi­gu­ren of af­beel­din­gen die in de rot­sen zijn ge­krast, ge­kerfd of ge­hakt) ook geen ech­te graffiti.

Het Ou­de Egyp­te

Vaak wordt er bij ‘ou­de graffiti’ ge­dacht aan hi­ë­ro­glie­fen. Ou­de Egyp­te­na­ren von­den het in­der­daad he­le­maal ge­wel­dig om al­le mu­ren en voor­wer­pen te voor­zien van tek­sten en te­ke­nin­gen. Maar de­ze hi­ë­ro­glie­fen wa­ren door de fa­rao goed­ge­keurd en moet je dus meer zien als een soort pro­pa­gan­da of of­fi­ci­ë­le be­rich­ten.

Maar toch, tus­sen al­le goed­ge­keur­de te­kens vind je zo nu en dan nog wel eens een paar te­kens die je als graffiti kunt be­stem­pe­len. Som­mi­ge van de­ze te­kens be­ston­den uit een een­vou­di­ge te­ke­ning van een dier, maar het kon ook zo­maar een prach­ti­ge af­beel­ding van een van de go­den zijn. Bij de hi­ë­ro­glie­fen die door de fa­rao goed­ge­keurd wa­ren, was al­tijd pro­mi- nent de naam van de ko­ning(in) te le­zen. Dit in te­gen­stel­ling tot de vroe­ge­re graffiti-ar­ties­ten, waar­van we nooit meer de iden­ti­teit kun­nen ach­ter­ha­len.

In ver­schil­len­de gan­gen en ka­mers in de Pi­ra­mi­de van Che­ops zijn er hi­ë­ro­gly­fen en sym­bo­len ge­von­den die met ro­de verf ach­ter­ge­la­ten zijn door de wer­kers tij­dens de bouw van het mo­nu­ment. De­ze ach­ter­ge­la­ten krab­bels heb­ben ons veel ge­leerd over de­ze on­be­ken­de groep ar­bei­ders.

De wer­kers die de pi­ra­mi­des bouw­den zet­te maar al te graag de naam on­der hun werk. Mis­schien duid­de dit op een ri­va­li­teit tus­sen ver­schil­len­de ar­bei­ders­groe­pen. De­ze ach­ter­ge­la­ten mar­ke­rin­gen wij­zen er steeds meer op dat de Pi­ra­mi­de van Che­ops is ge­bouwd door ar­bei­ders, die trots op hun werk wa­ren. Vaak wordt er nog ge­dacht dat de pi­ra­mi­des voor­al door sla­ven zijn ge­bouwd.

Zo­dra een mens leert schrij­ven, lijkt het er­op dat die ge­neigd is om iets neer te krab­be­len daar waar het niet mag. In 1240 v.Chr. be­zocht Had­nakhte, de se­cre­ta­ris van de schat­kist, de Pi­ra­mi­de van Djo­ser in Saq­qa­ra. Hij be­sloot tij­dens zijn be­zoek om er een graf­fi­to ach­ter te la­ten. Hij be­schreef dat hij voor een wan­de­ling was ge­ko­men en om zich te ver­ma­ken sa­men met zijn broer Pa­nakht­em, de se­cre­ta­ris van de vi­zier. Een an­de­re schrift­ge­leer­de die de­zelf­de plaats be­zocht, liet een klacht ach­ter. Hij be­klaag­de zich over de men­sen die er eer­der wa­ren

ge­weest en een krab­bel had­den ach­ter­ge­la­ten. Een ty­pisch ge­val­le­tje pot ver­wijt de ke­tel dat die zwart ziet ...

Vroe­ge toe­ris­ten lie­ten ook al hun spo­ren ach­ter. In de tom­be van Ram­ses IV in de Val­lei der Ko­nin­gen, zijn er dui­zend ou­de in­scrip­ties ge­von­den in het Grieks en La­tijn. Som­mi­ge be­zoe­kers heb­ben al­leen de naam op­ge­schre­ven, ter­wijl an­de­ren op­mer­kin­gen heb­ben ach­ter­la­ten die je te­gen­woor­dig ook ziet bij boe­kings­si­tes: “Ik vond er niets aan, be­hal­ve de sar­co­faag” of “Ik kan geen hi­ë­ro­glie­fen le­zen!”.

De Ro­mei­nen

Toen ar­che­o­lo­gen de over­ge­ble­ven Ro­mein­se ru­ï­nes be­gon­nen te be­stu­de­ren, von­den ze zo­veel il­le­ga­le krab­bels dat ze het woord ‘graffiti’ (Ita­li­aans voor in­ge­kras­te te­ke­nin­gen) gin­gen ge­brui­ken.

De stad Pom­peï werd in 79 n.Chr. be­dekt met een dik­ke laag vul­ka­ni­sche as en brok­stuk­ken toen de Ve­su­vi­us uit­barst­te. Om­dat er veel van Pom­peï zo goed be­waard is ge­ble­ven, heb­ben his­to­ri­ci een unie­ke kijk ge­kre­gen in het al­le­daag­se, Ro­mein­se le­ven. De mu­ren van Pom­peï wa­ren be­dekt met een glad­de, zach­te laag van gips. Dit was de kat op het spek bin­den voor ie­mand met een verf­kwast of een mes.

In Pom­peï zien we ver­schil­len­de po­li­tie­ke spreu­ken die op de muur wa­ren ge­schil­derd. Hier­uit kun je goed op­ma­ken wat de ge­mid­del­de in­wo­ner van Pom­peï op po­li­tiek ge­bied dacht. Je zag bij­voor­beeld dat ie­mand zijn voor­keur voor een ma­gi­straat ken­baar maak­te. Ui­ter­aard kwam je ook ver­schil­len­de ne­ga­tie­ve ui­tin­gen te­gen.

Daar­naast was men ook niet vies om po­li­tie­ke leu­zen met re­li­gie te men­gen. Er werd bij­voor­beeld op­ge­roe­pen dat al­le aan­han­gers van Isis voor Hel­vi­us Sa­bi­nus als ma­gi­straat moesten stem­men. Voor­dat Ju­li­us Caesar werd ver­moord in Ro­me, ver­sche­nen er ver­schil­len­de tek­sten waar­in de in­wo­ners hun on­vre­de uit­te over de hui­di­ge heer­ser en pro­beer­den om Bru­tus aan te spo­ren er iets aan te doen.

Mis­schien nog wel de in­te­res­sant­ste graffiti die we in Pom­peï heb­ben ge­von­den, zijn die van de vrou­wen. Be­hal­ve de vrou­wen uit de po­li­tiek of li­te­rai­re eli­te, is er vaak wei­nig be­kend over de me­nin­gen van de vrou­wen uit die tijd. Op de mu­ren van Pom­peï kon je ech­ter le­zen wie er zwan­ger was en dat er ie­mand voor geen goud haar man kwijt wil­de.

Net als van­daag de dag werd graffiti toen al door som­mi­ge in­wo­ners als pro­bleem ge­zien. Grap­pig ge­noeg kerf­de de­ze per­soon zijn on­vre­de in een muur. Hie­rin stond dat hij zich ver­baas­de dat de muur nog over­eind stond, on­danks al­le graffiti.

Een van de eerste en meest con­tro­ver­si­ë­le af­beel­din­gen van Je­zus was te zien in een Ro­mein­se graf­fi­to. In 1857 werd in de buurt van de Pa­la­tijn, ge­krast in het gips, een af­beel­ding ge­von­den. De ‘Alexa­me­nos graf­fi­to’ (te zien in het An­ti­qua­ri­um van de Pa­la­tijn) is een van de eerste af­beel­din­gen waar­op een ge­krui­sig­de Je­zus te zien is. Op de af­beel­ding zie je Alexa­me­nos, knie­lend voor het kruis. Hier­on­der staan in het Grieks de woor­den: ‘Alexa­me­nos aan­bidt zijn god’. Het hoofd van Je­zus is ech­ter ver­van­gen dat van een ezel. De af­beel­ding da­teert uit cir­ca 200 n.Chr. toen chris­te­nen nog steeds wer­den ver­volgd.

De Vi­kin­gen ach­ter­na

Mae­s­howe, of Maes Ho­we, is een ne­o­li­thi­sche tom­be van cir­ca 3000 v.Chr. en is ge­le­gen op één de Orkney-ei­lan­den in Schot­land. De

Orkneyin­ga sa­ga is een his­to­risch ver­haal over de Orkney-ei­lan­den, van­af hun ver­o­ve­ring door de Noor­se ko­ning in de ne­gen­de eeuw tot rond 1200. De Vi­kin­gen heb­ben een reeks van ru­nen ach­ter­ge­la­ten die je nu nog steeds kunt be­kij­ken.

De Schot­se steen­gra­ven (cairns) wa­ren niet de eni­ge plaat­sen waar je dit soort in­scrip­ties kon vin­den. Tus­sen de tien­de en de veer­tien­de eeuw be­ston­den de per­soon­lij­ke wach­ters van de By­zan­tijn­se kei­zers uit Noor­se sol­da­ten. Ze wer­den ge­waar­deerd om hun vecht­lust en hun loy­a­li­teit voor hun werk­ge­ver. Ze had­den ech­ter nog steeds de nei­ging om de be­zit­tin­gen van an­de­ren op­zet­te­lijk te ver­nie­len. In de Ha­gia Sop­hia, een voor­ma­li­ge ka­the­draal en mos­kee in de Turk­se stad Istan­boel (vroe­ger Con­stan­ti­no­pel), vind je nog twee ru­nen­graf­fi­ti. De­ze ru­nen zijn bij­na vol­le­dig weg­ge­vaagd. In Grie­ken­land is ook zo’n in­scrip­tie te­rug­ge­von­den.

In de ha­ven­plaats Pi­ra­eus stond er meer dan dui­zend jaar een mar­me­ren stand­beeld, de leeuw van Pi­ra­eus. Van­we­ge de­ze leeuw werd de stad in de Mid­del­eeu­wen Por­to Le­o­ne ge­noemd. Op een ge­ge­ven mo­ment vond een Noor­se wach­ter het een goed idee om wat ex­tra in­scrip­ties toe te voe­gen aan de leeuw. Aan weers­zij­de van de leeuw kun je de ru­nen nu nog zien, maar ze zijn wel bij­na weg­ge­vaagd. Ze zijn in de vorm van een soort draak of worm uit­ge­hakt. On­danks dat som­mi­ge ru­nen bij­na niet meer te zien zijn, is er door een aan­tal men­sen een ver­ta­ling ge­maakt. In de ru­nen staat het ver­haal van de krij­ger Hor­si, zijn on­der­gang en zijn na­ge­dach­te­nis door zijn man­nen. De leeuw kun je te­gen­woor­dig in Ita­lië be­kij­ken, bij het Ar­se­naal van Ve­ne­tië. In 1687 bracht Fran­ce­s­co Mo­ro­sini de leeuw na­me­lijk als oor­logs­buit naar Ve­ne­tië.

Be­klad­den van de kerk

Zelfs de kerk was niet vei­lig voor de graf­fi­ti­ar­ties­ten. De graffiti die je in een kerk te­rug kunt vin­den, zijn in ver­schil­len­de ca­te­go­rie­ën on­der te ver­de­len. Een naam (tag) zie je het vaakst te­rug.

“Werd dit gedrag door de vin­gers ge­zien door de ge­zag­heb­bers?”

Tag­ging is de meest ba­sa­le, sim­pe­le vorm van graf­fi­ti­schrij­ven en is een ge­sti­leer­de hand­te­ke­ning, naam of sym­bool van een graf­fi­ti­schrij­ver. Be­de­vaart­gan­gers wil­den wel eens hun naam ach­ter­la­ten als een soort van her­in­ne­ring.

In de ker­ken vind je ook enor­me en com­plexe graffiti, zo­als prach­ti­ge em­ble­men, in­druk­wek­ken­de sche­pen, ver­sier­de krui­sen en te­ke­nin­gen van de­mo­nen, men­sen en hei­li­gen. Je kunt je af­vra­gen of er vroe­ger min­der streng werd op­ge­let en of dit gedrag door de ge­zag­heb­bers door de vin­gers werd ge­zien.

An­de­re graffiti die je vrij­wel in el­ke kerk te­gen kunt ko­men zijn de krui­sen die door be­zoe­kers op de mu­ren en ban­ken zijn ach­ter­ge­la­ten. Een dub­be­le V, zo­dat de com­bi­na­tie op de let­ter W lijkt, staat voor Vir­go Vir­gi­num (maagd der maag­den). Dit is een re­fe­ren­tie naar de Hei­li­ge Maagd Ma­ria. An­de­re soor­ten van graffiti kun­nen mis­schien als een soort ge­bed wor­den ge­zien. Een schip dat in een muur is ge­kerfd, kan een wens naar god­de­lij­ke be­scher­ming voor een toe­kom­sti­ge zee­reis ge­weest zijn. Een af­beel­ding van een kerk met de ini­ti­a­len was mis­schien een ge­denk­te­ken voor ie­mand die geen ei­gen graf kon ver­oor­lo­ven.

Daar­om is het mis­schien be­ter dat de be­zoe­kers te­gen­woor­dig niet meer de juis­te ge­reed­schap­pen bij zich da­gen, om in steen te kun­nen ker­ven. Met een pen of stift kan er nog wel op

de mu­ren of ban­ken ge­kalkt wor­den, maar dit is vrij een­vou­dig weer schoon te ma­ken. De graffiti-ar­ties­ten uit de mid­del­eeu­wen had­den meest­al een mes bij zich waar­mee ze hun kunst maak­ten. Een mooie en re­gel­ma­tig te­rug­ke­ren­de vorm van graffiti is de ‘bloem’, be­staan­de uit ver­schil­len­de cir­kels. De te­ke­ning werd met be­hulp van een pas­ser of een schaar ge­maakt.

Graffiti ach­ter tra­lies

Graffiti is een uit­laat­klep. Dit is voor­al zo in de ge­van­ge­nis en het is daar­om niet ver­won­der­lijk dat je ook daar veel graffiti aan­treft. Om­dat de ge­van­gen vaak zee­ën van tijd heb­ben, re­sul­teert dit vaak in prach­ti­ge en com­plexe kunst­wer­ken.

Zelfs een aan­tal mach­ti­ge personen richt­ten zich tot graffiti wan­neer ze wer­den op­ge­slo­ten. Nog voor­dat ze ko­nin­gin werd, werd prin­ses Eli­za­beth I rond 1550 op­ge­slo­ten in Woodstock. Het schijnt dat ze met een dia­mant op een raam een kort rijm­pje over haar be­schul­di­gin­gen schreef. Haar Ita­li­aan­se leer­mees­ter, Gio­van­ni Bat­ti­s­ta Cas­ti­gli­o­ne, werd in de To­wer van Lon­den op­ge­slo­ten, om­dat hij brie­ven door­gaf aan de prin­ses. Hij had op de muur van zijn cel een hart­je ge­kerfd met daar­in de let­ter ‘E’. An­de­re ge­van­gen be­schre­ven hoe de ver­schrik­ke­lij­ke om­stan­dig­he­den wa­ren in de cel van de To­wer.

On­danks dat Eli­za­beth be­kend was met de ver­schrik­kin­gen van een ge­dwon­gen op­slui­ting, stuur­de ze als ko­nin­gin re­gel­ma­tig ie­mand rich­ting de To­wer. Je­zu­ïe­ten (een ka­tho­lie­ke re­li­gi­eu­ze or­de) wer­den ge­zien als ver­ra­ders en wer­den op­ge­slo­ten als ze in de kraag ge­vat wer­den. Ver­vol­gens lie­ten ook zij ver­schil­len­de mar­ke­rin­gen en te­kens ach­ter op de mu­ren van de To­wer. Een voor­beeld is het te­ken IHS, een mo­no­gram dat veel werd ge­bruikt als lo­go door de ka­tho­lie­ke or­de der je­zu­ïe­ten. Je zag op de mu­ren ook krui­sen, een door­boord hart en bloe­den­de hand­pal­men en voe­ten van Chris­tus. Een van de meest uit­ge­brei­de graf­fi­ti­de­signs in de To­wer is ge­maakt door Hew Dra­per, een man die werd op­ge­pakt om­dat hij ver­dacht werd van to­ve­na­rij. Hij zat veer­tien maan­den vast en kerf­de de die­ren­riem in de muur, waar­op je de da­gen van de week en de uren van de dag af kon le­zen.

Vrij­wel op el­ke plaats waar men­sen vast heb­ben ge­ze­ten vind je vor­men van graffiti te­rug. In het Mu­se­um of Lon­don heb­ben ze een cel uit de ge­van­ge­nis Well­clo­se (uit on­ge­veer 1750) ten­toon­ge­steld. Hier kun je zien dat de hou­ten mu­ren van bo­ven tot on­der be­zaaid zijn met graffiti.

De mees­te ge­van­ge­nen wa­ren schul­de­naars, maar het leek er­op dat ze pro­beer­den om de moed er­in te hou­den door de mu­ren te voor­zien van spreu­ken. In ou­de Vic­to­ri­aan­se werk­hui­zen kom je zon­ne­wij­zers te­gen die in de muur ge­kerfd zijn. Ar­men had­den geen recht meer op lief­da­dig­heid, ten­zij ze in een werk­huis gin­gen wer­ken. Ze moesten daar on­der an­de­re ste­nen bre­ken en bot­ten fijn­ma­ken om mest­stof­fen te win­nen. Het le­ven in de­ze werk­hui­zen was be­hoor­lijk zwaar. De be­doe­ling was dat er al­leen maar men­sen kwa­men die echt hulp­be­hoe­vend wa­ren. In de twin­tig­ste eeuw za­ten con­cen­tra­tie­kam­pen en Rus­si­sche goe­lags vol met (krijgs-)ge­van­gen. Het plaat­sen van graffiti met een sneer naar de toen­ma­li­ge dic­ta­tors kon er al voor zor­gen dat je zelf in zo’n ver­schrik­ke­lijk kamp te­recht kwam. Ont­snap­pen was geen op­tie en het som­be­re voor­uit­zicht zorg­de er­voor dat veel ge­van­gen hun naam in de muur en op me­ta­len pla­ten zet­ten. Op de­ze ma­nier pro­beer­de ze toch maar iets ach­ter te la­ten voor­dat ze aan hun on­for­tuin­lijk ein­de kwa­men. An­de­ren hiel­den de moed er­in en zin­der­den op wraak. In het Get­to van Vil­ni­us (1941), een con­cen­tra­tie­kamp in het hui­di­ge Li­tou­wen, stond een in­scrip­tie in het Jid­disch. Hier­op was sim­pel­weg te le­zen ‘Wraak’.

Mo­der­ne kunst

De ech­te graf­fi­ti­kunst (dus niet het plaat­sen van tags) kwam pas echt op gang van­af 1970. In 1979 zorg­de een ten­toon­stel­ling van graf­fi­ti­kunst er­voor dat het fe­no­meen be­kend werd bij het gro­te pu­bliek. Wat eerst nog werd ge­zien als een maat­schap­pe­lijk pro­bleem ver­scheen steeds va­ker in ver­schil­len­de ga­le­rij­en. Men­sen had­den er zelfs geld voor over om iets te

be­zit­ten wat ze eerst nog van de mu­ren wil­de schrob­ben.

Te­gen­woor­dig moet ie­der­een zelf uit­ma­ken of graffiti als kunst­vorm be­schouwd kan wor­den. Een po­pu­lai­re Brit­se kun­ste­naar on­der het pseu­do­niem Bank­sy com­bi­neert graffiti met een sja­bloon­tech­niek. Zijn wer­ken zijn vaak veel geld waard en zijn straat­werk is on­der an­de­re te vin­den in ver­schil­len­de Eu­ro­pe­se ste­den. Dat neemt niet weg dat zijn werk soms wordt over­ge­schil­derd. Toen een be­drijf een graf­fi­ti­werk van hem over­schil­der­de zei­den ze dat het be­leid was om al­le graffiti te ver­wij­de­ren. De waar­de van het werk werd ge­schat op 370.000 eu­ro. De kos­ten van een even­tu­eel her­stel wer­den ge­schat op en­ke­le dui­zen­den eu­ro’s.

Te­gen­woor­dig hu­ren be­drij­ven ge­ta­len­teer­de graffiti-ar­ties­ten in om de be­kend­heid van hun merk te ver­sprei­den. Maar ook dat is niet nieuw. In Pom­peï zag je al ad­ver­ten­ties op de mu­ren waar­op gla­di­at­or­ge­vech­ten, bor­de­len en hui­zen die te huur wa­ren ston­den be­schre­ven. Het lijkt er­op dat de mens­heid zijn ver­haal blijft ver­tel­len op de mu­ren van on­ze sa­men­le­ving.

Griek­se let­ters en sym­bo­len in een rots (Ara­bi­sche Woes­tijn, Egyp­te).

Een graf­fi­to van Pet­rus uit de eerste eeuw. Op Ro­mein­se mu­ren kwam je re­gel­ma­tig ad­ver­ten­ties te­gen. De graffiti van en­ke­le bis­schop­pen uit de tien­de eeuw. Op één van de eerste beel­te­nis­sen van Je­zus is diens hoofd ver­van­gen door een ezels­kop.

Een graf­fi­to van een ‘lang­schip’ op een slijp­steen uit de ne­gen­de of tien­de eeuw. Een aan­tal van de Noor­se ru­nen in Mae­s­howe. Rot­s­te­ke­nin­gen die te vin­den zijn in Ta­num (Zwe­den), ze stam­men uit de brons­tijd.

Graffiti uit de 18e eeuw op een koor­bank. Ver­schil­len­de na­men die in een kerk­bank zijn ge­krast.

Ge­de­tail­leer­de graffiti op een muur van een voor­ma­li­ge ge­van­ge­nis. Krab­bels op de muur van een cel in een Frans straf­kamp uit de 19e eeuw. Re­li­gi­eu­ze graffiti op een ge­van­ge­nis­muur. Graffiti op de muur in de ge­van­ge­nis van de Tem­pe­liers. Een dia­gram in de muur van de To­wer van Lon­den, door Hugh Dra­per in 1571.

Een muur­schil­de­ring in New York. We zijn er nog steeds niet over uit of graffiti ge­zien moet wor­den als kunst of als van­da­lis­me. De graffiti van Bank­sy heeft vaak een po­li­tie­ke on­der­toon.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.