Spionnenruil

De blauw­druk voor de spionnenruil van de Kou­de Oor­log.

Alles over Geschiedenis - - INHOUD -

In fe­bru­a­ri kan het snij­dend koud zijn in Ber­lijn. De man­nen die aan weers­zij­den van de Glie­nic­ker Br­üc­ke ston­den, do­ken diep in hun over­jas­sen, wach­tend op wat ko­men ging. Hun uit­ge­a­dem­de lucht smolt sa­men met de rook van hun si­ga­ret.

Om 8:20u lie­pen twee groe­pen man­nen el­kaar op de brug te­ge­moet. Aan de ene oe­ver lag Pots­dam, het ge­bied dat on­der con­tro­le was van de Sov­jets. Aan de an­de­re zij­de be­vond zich in West-Ber­lijn, dat vreem­de vrije vlek­je in een ver­der so­ci­a­lis­tisch ge­re­geerd land. Het mid­den van de brug vorm­de de over­gang tus­sen Oost en West.

De twee groe­pen kwa­men te­gen­over el­kaar tot stil­stand, ver­vol­gens liep uit el­ke groep één per­soon naar vo­ren. Ze schud­den el­kaar vluch­tig de hand en ble­ven staan. De man die uit de Ber­lijn­se rich­ting was ge­ko­men, was een ad­vo­caat ge­naamd Ja­mes Britt Do­no­van, de an­der was Ivan Schischkin, hoofd van de KGB. Na­dat die twee el­kaar de hand had­den ge­schud, kwa­men de an­de­re man­nen uit bei­de groe­pen weer bij hen staan. Op­nieuw werd er ge­wacht.

Er kwa­men twee nieu­we groe­pen met drie man­nen de brug op­lo­pen en ook hier liep er een uit el­ke groep naar vo­ren. De man uit de Ame­ri­kaan­se groep was Ru­dolf Abel, een ge­van­gen­ge­no­men Rus­si­sche spi­on. Aan de an­de­re kant stond Ga­ry Po­wers, een Ame­ri­kaan­se pi­loot.

Hij was ge­van­gen­ge­no­men na­dat zijn U-2spi­o­na­ge­vlieg­tuig op 1 mei 1960 bo­ven Rus­sisch grond­ge­bied was neer­ge­haald.

Twee kern­groot­mach­ten en twee fun­da­men­teel ver­schil­len­de we­reld­beel­den ston­den 45 jaar lang te­gen­over el­kaar in een Kou­de Oor­log. De Glie­nic­ker Br­üc­ke was de eni­ge plek waar ze el­kaar daad­wer­ke­lijk in de ogen ke­ken. Toen Abel en Po­wers al­le­bei naar het mid­den van de brug lie­pen, hiel­den scherp­schut­ters van bei­de kan­ten de adem in. Iets als dit was nog nooit eer­der ver­toond. Nooit eer­der had­den bei­de groot­mach­ten ge­van­ge­nen uit­ge­wis­seld.

Een­maal aan­ge­ko­men in het mid­den, moesten bei­de man­nen ge­ï­den­ti­fi­ceerd wor­den. Een van de KGB-man­nen die Po­wers had­den be­ge­leid, her­ken­de Abel. En een CIA-agent wist te be­ves­ti­gen dat de an­der Po­wers was. Dat had nog wat voe­ten in de aar­de, want Po­wers was zo ner­veus dat hij niet op de naam van zijn foot­ball­trai­ner kon ko­men. Even la­ter wist hij wel te ver­tel­len hoe zijn hond heet­te. De ruil kon door­gaan. Abel en Po­wers pas­seer­den el­kaar en lie­pen over de denk­beel­di­ge grens om zich bij hun ei­gen groep aan te slui­ten. En weer werd er ge­wacht.

Er was na­me­lijk nog een per­soon be­trok­ken bij de­ze ruil, een Ame­ri­kaan­se stu­dent ge­naamd Fre­de­ric Pry­or. Hij was on­be­doeld slacht­of­fer ge­wor­den van de Kou­de Oor­log en zou via Check­point Char­lie wor­den vrij­ge­la­ten. Ja­mes Do­no­van, die de ruil had ge­re­geld wei­ger­de de brug te ver­la­ten tot­dat daar een be­ves­ti­ging van kwam. KGB-agent Schischkin had zijn deel van de ruil bin­nen en wil­de zo snel mo­ge­lijk van de brug af, maar Do­no­van hield hem aan de praat.

Ein­de­lijk, om 8:50u kwam het ver­los­sen­de woord: Pry­or was ook vrij. Bei­de groe­pen man­nen lie­pen de brug af, stap­ten in ge­reed­staan­de au­to’s en re­den weg. In de Rus­si­sche au­to zat Ru­dolf Abel en hij vroeg zich af welk een ont­vangst hem stond te wach­ten in zijn moe­der­land. Als je het al zo mocht noe­men, want de USSR was al­leen in zijn ge­dach­ten zijn moe­der­land. Hij was na­me­lijk Brits staats­bur­ger, ge­bo­ren in Ne­w­cast­le op 11 ju­li 1903 en zijn ech­te naam was Wil­li­am Au­gust Fis­her. Zijn va­der, Hein­rich, was een com­mu­nist in hart en nie­ren en een vroe­ge­re ka­me­raad van Len­in.

Hij had Rus­land moe­ten ver­la­ten toen hij na drie jaar ge­van­ge­nis­straf werd vrij­ge­la­ten. De fa­mi­lie Fis­her, be­staan­de uit Hein­rich, diens vrouw Ljoe­bov en de zoons Wil­li­am en Hen­ry, ves­tig­den zich in Ne­w­cast­le. Hier kreeg va­der een baan­tje op een scheeps­werf en smok­kel­de in zijn vrije tijd wapens naar de Bal­ti­sche sta­ten ten be­hoe­ve van de re­vo­lu­ti­o­nai­ren. Wil­li­am sprak vloei­end En­gels, Rus­sisch, Duits en Frans. Hij was bo­ven­dien een trou­we com­mu­nist. Toen zijn ou­ders in 1921 te­rug­keer­den naar het moe­der­land, ging Wil­li­am maar al te graag mee.

In Rus­land werd Wil­li­am ge­re­kru­teerd door de ge­hei­me po­li­tie, en voor­lo­per van de KGB, OGPU. Hij ver­an­der­de voor de eerste maal van

De Ber­lijn­se Muur, ge­zien van­uit het Wes­ten. De ‘To­desstrei­fen’ vol mij­nen aan de Oost-Duit­se kant is dui­de­lijk zicht­baar. Fo­to van Wil­li­am Au­gust Fis­her, ali­as Ru­dolf Abel, na zijn ar­res­ta­tie door de FBI.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.