In de schoe­nen van ...

Een ma­o­ïs­ti­sche land­ar­bei­der.

Alles over Geschiedenis - - INHOUD -

Toen par­tij­voor­zit­ter Mao de lei­der werd van de Volksrepubliek Chi­na had het volk ho­ge ver­wach­tin­gen van hem. Om het land tech­no­lo­gisch voor­uit te hel­pen kwam hij met de Gro­te Sprong Voor­waarts. Door wan­be­stuur leid­de dit ech­ter tot de groot­ste hon­gers­nood uit de his­to­rie. Boe­ren die een eer­lij­ker Chi­na was be­loofd, kon­den nau­we­lijks het hoofd bo­ven wa­ter hou­den. En ter­wijl de ‘Gro­te Roer­gan­ger’ in weel­de leef­de, sta­pel­den de lij­ken van de on­der­voe­de boe­ren zich op. Mao zet­te de Cul­tu­re­le Re­vo­lu­tie in gang, met als doel had het land te zui­ve­ren van con­tra­re­vo­lu­ti­o­nai­ren en zich­zelf als god­de­lijk we­zen te la­ten ver­e­ren.

AAN HET WERK

De land­her­vor­min­gen van Mao schaf­te al het pri­vé­be­zit af en cre­ëer­de com­mu­nes waar­in ie­der­een mee moest wer­ken op de boer­de­rij­en. Veel land­ar­bei­ders wer­den naar de staal- en ij­zer­fa­brie­ken ge­di­ri­geerd. Tij­dens de Cul­tu­re­le Re­vo­lu­tie trok­ken veel jon­ge­ren naar het plat­te­land om sa­men met de boe­ren op het land te wer­ken.

OCHTENDGYMNASTIEK

Mao was de eerste lei­der die de ra­dio ge­bruik­te om men­sen te la­ten be­we­gen. El­ke dag moesten school­kin­de­ren en fa­brieks­ar­bei­ders als groep rit­mi­sche oe­fe­nin­gen doen. Tij­dens de Cul­tu­re­le Re­vo­lu­tie werd dit zelfs on­der­deel van de pro­pa­gan­da. De tel­woor­den ‘een, twee, drie, vier’ wer­den ver­van­gen door ma­o­ïs­ti­sche leu­zen als ‘vrees ar­moe­de niet, vrees de dood niet’.

DOOR MAO GOED­GE­KEUR­DE VRIJETIJDSBESTEDING

De me­dia ston­den on­der con­tro­le van de Com­mu­nis­ti­sche Par­tij en er mocht al­leen maar po­si­tief over Mao wor­den ge­spro­ken. Het zin­gen van ma­o­ïs­ti­sche lie­de­ren zorg­de voor een wel­ko­me af­wis­se­ling tij­dens het har­de wer­ken. Tra­di­ti­o­ne­le ope­ra’s wa­ren ver­bo­den en ver­van­gen door goed­ge­keur­de re­vo­lu­ti­o­nai­re voor­stel­lin­gen. Er wer­den ook voor­drach­ten ge­hou­den van Mao’s ge­dich­ten door het Chi­ne­se Volks­be­vrij­dings­le­ger. Ie­der­een moest de­ze le­zin­gen bij­wo­nen.

ANTICOMMUNISTISCH GEDRAG MEL­DEN

Al­les wat ook maar enigs­zins rook naar an­ti­ma­o­ïs­tisch of con­tra­re­vo­lu­ti­o­nair gedrag was ver­bo­den, en ver­grij­pen wer­den zwaar ge­straft. Ie­der­een die der­ge­lijk gedrag ont­dek­te en het niet meld­de, werd nog zwaar­der ge­straft. Een voor­beeld: een man die zijn ver­ban­nen broer wat te eten gaf werd ge­ëxe­cu­teerd, ter­wijl de broer ge­van­gen werd ge­zet. Kin­de­ren wer­den aan­ge­spoord hun ou­ders en on­der­wij­zers aan te ge­ven, wan­neer die an­ti­com­mu­nis­ti­sche idee­ën ver­spreid­den.

PU­BLIE­KE VERNEDERING BIJ­WO­NEN

Na­dat Mao aan de macht was ge­ko­men, wer­den veel mach­ti­ge fi­gu­ren ge­straft. De eer­sten die hier­mee te ma­ken kre­gen wa­ren de land­ei­ge­na­ren die hun pri­vé­be­zit ver­deeld za­gen wor­den on­der ar­me boe­ren. De ar­res­ta­ties – en soms exe­cu­ties – wer­den niet al­leen uit­ge­voerd door de le­gers van de Com­mu­nis­ti­sche Par­tij, ook me­de-dorps­be­wo­ners lie­ten zich niet on­be­tuigd. Re­li­gi­eu­ze fi­gu­ren en zelfs on­der­wij­zers on­der­gin­gen een­zelf­de lot, waar­bij ze wer­den be­spuugd, be­schimpt en ge­schopt. Ook wer­den de hoof­den van men­sen in het open­baar kaal­ge­scho­ren.

OP ZOEK NAAR VOED­SEL

Tus­sen 1959 en 1961 werd Chi­na ge­trof­fen door de erg­ste hon­gers­nood uit de ge­schie­de­nis. Hoe­wel na­tuur­ram­pen hier ook toe had­den bij­ge­dra­gen, werd het zwaar­ste leed ge­le­den door een ver­keer­de ver­de­ling van het be­schik­ba­re voed­sel. Men­sen die toch al voed­sel­ge­brek had­den wer­den ver­plicht voed­sel af te staan, dat ver­vol­gens werd ge­ëx­por­teerd. Het re­sul­taat: cir­ca 36 mil­joen stier­ven de hon­ger­dood, ter­wijl an­de­ren pro­beer­den te over­le­ven op een di­eet van boom­schors, mod­der en, in som­mi­ge ge­val­len, hun over­le­den fa­mi­lie­le­den.

WORDT VRIENDJES MET EEN KADERLID

Het voed­sel en het land werd schijn­baar eer­lijk ge­deeld, maar de ka­der­le­den die dit al­les moesten over­zien wa­ren zo cor­rupt als wat. Als je op goe­de voet stond met een kaderlid, was de kans groot dat jij en je fa­mi­lie ge­noeg te eten kre­gen. Ka­der­le­den kon­den dom­weg wei­ge­ren voed­sel te ver­strek­ken aan ie­der­een die hen niet ge­hoor­zaam­de of niet kon wer­ken. Een boer kon dan niets an­ders doen dan eten te ste­len, met het ri­si­co ge­ar­res­teerd of ver­moord te wor­den.

LE­ZEN IN HET RO­DE BOEKJE

De Ci­ta­ten van voor­zit­ter Mao Ze­dong – of het Ro­de Boekje, zo­als het in het Wes­ten werd ge­noemd – wa­ren ver­plich­te kost voor de Chi­ne­zen. Het boekje be­vat­te een se­lec­tie van voor­drach­ten en ci­ta­ten van Mao en was één van de wei­ni­ge boe­ken die wa­ren toe­ge­staan in ma­o­ïs­tisch Chi­na. Het boekje maak­te zo’n groot on­der­deel uit van het da­ge­lijks le­ven dat te­le­fo­nis­tes en win­kel­be­dien­den deel van een ci­taat uit­spra­ken, waar­bij de klant de­ze dien­de af te ma­ken. Pas daar­na werd de klant ver­der ge­hol­pen.

De men­sen moesten ooken we­gen, stuw­dam­men ir­ri­ga­tie­ka­na­len aan­leg­gen.

moe­dig­de De re­ge­ring van Mao het volk aan om hun land­ei­ge­naar om­ver te wer­pen of tever­moor­den.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.