Ba­vo Ga­la­ma ver­diept zich in Dats­un

Er zijn in ons land veel au­to­ver­za­me­laars met een in­druk­wek­ken­de ken­nis van een be­paald merk. Bij­na al­tijd be­treft het dan een aan­spre­kend merk van Eu­ro­pe­se of Ame­ri­kaan­se kom­af. Maar in Daar­le (Ove­r­ijs­sel) woont en werkt Jan Ma­nen­schijn en die weet al­les

Auto Review - - INHOUD - Tekst en fo­to’s: Ba­vo Ga­la­ma

Jan Ma­nen­schijn is een mak­ke­lijk pra­ter. In de show­room tus­sen de na­gel­nieu­we Mi­cra’s, Le­afs en Qas­h­qais dui­zelt het me al snel van de ty­pe­aan­dui­din­gen en se­rie­num­mers van al­le Dats­uns en Nis­sans uit de ja­ren zes­tig en ze­ven­tig. Jan Ma­nen­schijn blijkt een en­cy­clo­pe­di­sche ken­nis te heb­ben en deelt die maar al te graag. Dat komt heel goed uit, want uit die ja­ren zijn mij slechts en­ke­le mo­del­len bij­ge­ble­ven. De le­gen­da­ri­sche 240Z en de la­te­re va­ri­an­ten 260Z en 280Z ken ik ui­ter­aard nog, maar ook de Dats­un Cher­ry her­in­ner ik me goed. Voor­al om­dat een van mijn ou­de­re zus­sen er in 1976 een­tje aan­schaf­te. Het was de tijd dat ik als zes­tien­ja­ri­ge pe­trolhead in eerste in­stan­tie niet stond te ap­plau­dis­se­ren voor de aan­schaf van een goed­koop Ja­pan­ner­tje. De op­komst van de Ja­pan­se au­to’s be­schouw­de ik als een be­drei­ging voor al­le tra­di­ti­o­ne­le au­to­mer­ken in Eu­ro­pa en Ame­ri­ka. Maar die Dats­un Cher­ry was een ver­rekt leuk kar­re­tje. En in kwa­li­teit was-ie de toch als de­ge­lijk be­kend staan­de Opel van mijn va­der dui­de­lijk de baas. Voor de rest keek ik niet al te veel om naar Ja­pan­se mo­del­len. Ik vond het voor­al saaie, goed­ko­pe bur­ger­mans­au­to’s die nau­we­lijks de moei­te waard wa­ren om mij in te ver­die­pen. Als Jan het bij­voor­beeld over de Ce­d­ric heeft, gaat bij mij geen en­kel lamp­je bran­den. MU­SE­UM OF OPSLAG? Te­gen­over het be­drijf heeft Jan een voor­ma­lig school­ge­bouw om­ge­bouwd tot show­room voor zijn oc­ca­si­ons. Een veer­tig­tal

De Dats­un 1000 waar ik vroe­ger schou­der­op­ha­lend langs liep, heeft nu iets aan­doen­lijks.

twee­de­hands Nis­sans staat voor­aan, maar daar­ach­ter is – bum­per aan bum­per – het ver­le­den van Nissan en Dats­un ge­par­keerd in een dool­hof van gro­te­re en klei­ne­re ruim­tes en zol­ders. Voor ie­mand als ik, die de mo­del­ge­schie­de­nis van Nissan en Dats­un niet goed ge­volgd heeft, is het een vrij on­o­ver­zich­te­lijk ge­heel. Ik ben al blij als ik iets her­ken, zo­als bij­voor­beeld de leu­ke Fi­ga­ro, een Walt Dis­ney­ach­tig ca­bri­o­le­tje. Een spe­ci­a­le pro­ject­groep ont­wierp eind ja­ren tach­tig een vier­tal mal­le au­to­mo­biel­tjes: de Fi­ga­ro, maar ook de Be-1, de Pao en de S-Car­go. De­ze laat­ste werd ge­bruikt als ser­vi­ce­wa­gen voor Jans be­drijf, maar ui­ter­aard heeft hij ze al­le vier. Ook her­ken ik au­to’s die ik ach­ter in mijn ge­heu­gen be­waar om­dat je ze zo zel­den in het wild ziet, zo­als de Nissan 300ZX of de Sky­li­ne. Maar ook de ach­ter­wiel­aan­ge­dre­ven 1600 ty­pe 510, die ver­ras­send Eu­ro­pees en spor­tief oogt, nu ik hem na al die tijd te­rug­zie. Ui­ter­aard be­vat de ver­za­me­ling ook mo­del­len als de Blue­bird en de Prai­rie, maar net als vroe­ger kun­nen die me nau­we­lijks be­ko­ren. De Dats­un 1000 waar ik vroe­ger schou­der­op­ha­lend langs liep, heeft nu ech­ter iets

Al die tijd dat Jan ver­telt, voel ik me een beet­je be­schaamd van­we­ge mijn ge­brek­ki­ge ken­nis van Dats­un en Nissan.

aan­doen­lijks en ik be­denk hoe grap­pig het zou zijn er een­tje te be­zit­ten. Dan heb je in de­ze tij­den in­eens toch iets spe­ci­aals. Er staan en­ke­le Ce­d­rics van ver­schil­len­de bouw­ja­ren die ik nog al­tijd niet her­ken. Mijn meest ver­ras­sen­de ‘ont­dek­king’ is daar­en­te­gen de Dats­un 2000 Road­ster uit 1967 (135 pk, top 205 km/h). Een prach­tig ge­lijn­de con­cur­rent voor de MG’s uit die tijd, maar ook voor de Hon­da S800. Jan laat zien hoe je, door slechts vier sim­pe­le bout­jes los te draai­en, de voor­ruit kunt ver­van­gen door een la­ger exem­plaar, waar­na de au­to tot een soort speed­ster wordt om­ge­to­verd. GOU­DEN KOETS Bij elk van zijn au­to’s weet Jan Ma­nen­schijn wel een mooi ver­haal te ver­tel­len. “Kijk, de­ze Sil­via C SP311 werd met de hand ge­maakt en heeft wat weg van de Lan­cia Ful­via Cou­pé. Daar zijn er maar 552 van ge­maakt. De­ze is nog niet klaar. Ik kocht hem van een En­gels­man zon­der vaste woon- of ver­blijf­plaats. Of ik even geld wil­de over­ma­ken, dan zou hij wel zor­gen dat die au­to bij mij kwam. Nou, ik dacht het niet. Ik heb een ken­nis met con­tant geld naar En­ge­land ge­stuurd en dan ge­lijk over­ste­ken, zeg maar.” Er staat een goud­kleu­ri­ge Cher­ry N10 op zol­der ge­par­keerd met slechts 16.000 ki­lo­me­ter op de tel­ler. “Die heb ik van de kerk ge­kocht. Die had van een kin­der­loos ou­der echt­paar de he­le er­fe­nis ge­kre­gen, in­clu­sief de­ze gou­den koets. Of ik er wat mee kon. Dat vind ik prach­tig, zo’n ou­de au­to met nau­we­lijks ki­lo­me­ters.” Jan laat me een Nissan Pul­sar NX uit 1986 zien, die via Ca­na­da en En­ge­land zijn weg vond naar Daar­le. Het is waar­schijn­lijk de eni­ge Pul­sar van de­ze ge­ne­ra­tie in Ne­der­land. Er staat ook een pick-up uit 1964, die hier nooit te koop is ge­weest, maar het eerste ty­pe was waar­mee Nissan de Ame­ri­kaan­se markt op ging. We lo­pen ook langs een ori­gi­ne­le Prin­ce, een Ja­pans merk dat door Nissan in 1966 werd op­ge­kocht. Zelfs het trap­pen­huis

wordt ge­bruikt als par­keer­plaats, in dit ge­val voor een 1200 cou­pé uit 1972. Al die tijd dat Jan ver­telt en on­der­wijst, voel ik me een beet­je be­schaamd van­we­ge mijn ge­brek­ki­ge ken­nis van Dats­un en Nissan. Dan ko­men we bij de Dats­uns Cher­ry zo­als mijn zus ze ooit kocht. Ui­ter­aard staat er een ver­sie met smal­le en een­tje met vier­kan­te ach­ter­lich­ten. Maar bei­de in de­zelf­de oker­ge­le kleur. Ik zeg dat het mij op­valt dat de­ze tint oker­geel wel heel ty­pisch is voor Dats­uns uit die tijd. Geen an­der merk voer­de die spe­ci­fie­ke kleur. “Ver­rek, daar zeg je zo­wat”, mom­pelt de pro­fes­sor in de Dats­un- en Nissan-kun­de. DEBUTANTEN IN DE KLASSIEKERWERELD Aan het eind van mijn be­zoek zit­ten we aan de kof­fie­ta­fel. Ik heb veel meer ge­zien dan ik in dit ar­ti­kel kan be­schrij­ven. Mijn be­lang­rijk­ste con­clu­sie van dit be­zoek is dat we Ja­pan­se au­to’s ten on­rech­te niet snel zien als po­ten­ti­ë­le klas­sie­kers. Ze ma­ken im­mers al een hal­ve eeuw deel uit van on­ze au­to­mo­biel­ge­schie­de­nis en zijn er tal­lo­ze mo­del­len die de moei­te van het be­wa­ren meer dan waard zijn. Ik ben dan ook be­nieuwd wel­ke toe­komst­plan­nen Ma­nen­schijn heeft met zijn ver­za­me­ling. “Tja, ik heb geen kin­de­ren en geen op­vol­gers. Ik vind het ver­za­me­len en op­knap­pen nu nog hart­stik­ke leuk. De Nissan-im­por­teur leent re­gel­ma­tig au­to’s van mij voor eve­ne­men­ten of fo­to­re­por­ta­ges. Die heb­ben zelf bij­na niets uit het ver­le­den. Of ik leen een au­to uit aan jour­na­lis­ten. Ik wil ook geen mu­se­um zijn. Ik vind het leuk als men­sen mijn ver­za­me­ling wil­len zien, maar dan graag op af­spraak. Als ik straks met pen­si­oen ga en er komt ie­mand met een zak geld, tja, dan ver­koop ik de au­to’s ge­woon. Ik heb niet de am­bi­tie om de grond­leg­ger te zijn van het Dats­un Mu­se­um Ne­der­land of zo.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.