Al­pi­ne A110

Wie dol is op Cit­ro­ëns, noemt zich­zelf Citro­fiel en fans van Al­fa Ro­meo zijn Al­fis­ti. Na een lang week­end met een Al­pi­ne A110 te heb­ben ge­stoeid, zeg ik, vrij naar Jo­hn F. Ken­ne­dy: “Ich bin ein Alpiner.”

Auto Review - - VOORWOORD JAAP PETERS - Tekst Gert Weg­man Fo­to’s Igor Stuif­zand

Het was even zoe­ken, maar ein­de­lijk heb ik een rus­ti­ge weg ge­von­den. Ik zet de au­to stil en druk de ro­de sport­knop op het stuur twee­maal in. Eén keer kort, één keer lang. ‘Track’, meldt het dis­play voor mijn neus. Het sta­ti­o­nair toe­ren­tal klimt iets, en de bas­sist in de cen­tra­le reu­zen­uit­laat speelt een oc­taaf la­ger. Het akoes­ti­sche ge­weld wordt vi­su­eel on­der­steund door een ge­wij­zig­de lay-out van het di­gi­ta­le in­stru­men­ta­ri­um; van nu af aan speelt een toe­ren­tel­ler in balk­vorm de hoofd­rol. De rand van de D-knop licht blauw op, ten te­ken dat ik hand­ma­tig moet scha­ke­len. Het feest kan be­gin­nen. Ik zet launch control aan en laat het sta­ti­o­nair toe­ren­tal op­lo­pen tot zo’n 2500 tpm. Als een jacht­hond die tril­lend van on­ge­duld op het com­man­do ‘ap­port’ wacht, smeekt de 1,8 li­ter tur­bom­o­tor me grom­mend om als­je­blieft de rem los te la­ten. Voor­uit dan maar … Een frac­tie van een se­con­de klau­wen de plat­te ach­ter­ban­den naar grip, de vier­ci­lin­der hijgt en brult in mijn nek. Be­ge­leid door be­hulp­za­me piep­jes blijf ik de toe­ren­be­gren­zer ij­ve­rig flip­pe­rend tel­kens nét voor. Een ver­mo­gen van 252 pk klinkt mis­schien niet sen­sa­ti­o­neel, maar van een licht­ge­wicht als de­ze Al­pi­ne maakt het een bloed­snel­le sport­wa­gen. Twee schop­pen in je rug en 4,5 se­con­den la­ter zit je al op 100 km/h en daar­na gaat het feest on­ge­ge­neerd door. Tot­dat de elek­tro­ni­ca je bij 250 km/h een halt toe­roept – ten­zij een po­li­tie­fuik die taak al eer­der op zich neemt …

Eer­be­toon

Na­tuur­lijk heb ik niet da­gen­lang al­leen maar ac­ce­le­ra­tie­proe­ven ge­daan, maar de licht­voe­ti­ge Frans­man daagt je wel voort­du­rend uit. On­ver­moei­baar en als een boxer­pup smeekt hij je con­stant om spel­le­tjes te doen; bocht­je pak­ken, even dwars gooi­en, BMW’tje pes­ten – de Al­pi­ne weet van geen op­hou­den. En het leu­ke is, hij speelt vrij­wel nooit vals. Al­leen bij plot­se­lin­ge en ex­tre­me last­wis­se­lin­gen wil hij – in de Track-stand – wel­eens iets snel­ler een stap­je op­zij zet­ten dan ver­wacht. De mees­te be­stuur­ders zul­len die grens ech­ter niet op­zoe­ken. Nor­ma­li­ter laat hij zich pri­ma in het ga­reel hou­den, en on­der­tus­sen heb je de groot­ste lol van de bij­te­ri­ge tur­bom­o­tor en het fij­ne on­der­stel. Ster­ker nog, het sa­men­spel van G-krach­ten, de di­rec­te be­stu­ring en de lui­de uit­laat­plof­fen werkt ver­sla­vend. Hoe­wel de ge­ruch­ten over een re­ïn­car­na­tie van de Al­pi­ne A110 uit de ja­ren ze­ven­tig al tij­den de ron­de de­den, duur­de het tot 2015 voor­dat de knoop werd door­ge­hakt. Ui­t­ein­de­lijk was het de on­langs ge­ar­res­teer­de op­per­baas van Re­naul­tNis­san, Car­los Ghosn, die groen licht gaf. Ken­ne­lijk had Le Cos­tKil­ler tus­sen de ver­meen­de fi­nan­ci­ë­le mal­ver­sa­ties door, ook nog tijd om iets goeds te doen. We ho­pen dat zijn be­wa­kers be­hal­ve wa­ter en brood af en toe ook een crois­sant­je met een ca­fé au lait door het luik­je van zijn cel­deur schui­ven. Niet al­leen qua de­sign is de Al­pi­ne van de 21ste eeuw een eer­be­toon aan de in 1970 ge­pre­sen­teer­de Al­pi­ne A110, er zijn ook tech­ni­sche over­een­kom­sten. Bei­de heb­ben een re­la­tief klei­ne mo­tor ach­ter­in, die de ach­ter­wie­len aan­drijft en bei­de heb­ben een licht­ge­wicht car­ros­se­rie. Al­leen be­stond het koets­werk bij de schep­ping van Al­pi­ne-grond­leg­ger Jean Ré­délé nog uit kunst­stof, ter­wijl het bij de re­ïn­car­na­tie gro­ten­deels uit alu­mi­ni­um is ver­vaar­digd.

Ge­meen kreng

Veel ge­juich dus, maar er was ook wel eni­ge on­ge­rust­heid. Want hoe­wel de ou­de Al­pi­ne in de ja­ren 70 uit­groei­de tot een ral­ly­le­gen­de, stond de au­to ook be­kend als een ge­meen kreng. De com­bi­na­tie van iets te veel gas en voch­tig as­falt was vaak al ge­noeg voor de A110 om zijn kont woest te­gen de krib te gooi­en. Zo na­men min­der ge­oe­fen­de A110-be­stuur­ders re­gel­ma­tig een duik in de grep­pel of ein­dig­den ze hun rit op hard­han­di­ge wij­ze als on­vrij­wil­li­ge boom­knuf­fe­laar. Ge­luk­kig blijkt de vrees voor on­ge­plan­de en al te nau­we con­tac­ten met de na­tuur in de nieu­we Al­pi­ne on­ge­grond. Hij heeft dan ook geen staart­mo­tor ách­ter de ach­ter­as meer, maar een mid­den­mo­tor die ver­der naar vo­ren ligt. Door­gaans is de au­to even goed­moe­dig als-ie licht­voe­tig is, al jaagt hij zijn om­ge­ving soms de stui­pen op het lijf met zijn plof­fen­de uit­laat en het con­ti­nue ge­zoem van de tur­bom­o­tor. Even­goed is het ook een char­meur. Ik ben nog maar nau­we­lijks on­der­weg of er komt een man van ze­ke­re leef­tijd langs­zij rij­den met een Mer­ce­des G 63 AMG. Hij neemt al­le tijd om de Al­pi­ne van­uit zijn sta­len pak­huis te be­kij­ken en geeft me een op­ge­sto­ken duim. Even la­ter ge­beurt vrij­wel het­zelf­de, maar dan van­uit een Por­sche Cay­en­ne. Ver­vol­gens zijn het

Ge­luk­kig blijkt de vrees voor on­ge­pland een alt e nau­we con­tac­ten met de na­tuur on­ge­grond.

da­mes in een Golf en een Mi­ni die de Al­pi­ne met bo­ven­ge­mid­del­de be­lang­stel­ling be­glu­ren, en een stel jon­ge jon­gens in een BMW 1-se­rie wil zelfs een sprint­du­el aan­gaan. Kan­s­loos … En thuis ben ik nog niet uit­ge­stapt, of de zes­ja­ri­ge buur­jon­gen staat al voor m’n neus: “Dat is een Al­pi­ne!”, roept hij met on­ver­ho­len en­thou­si­as­me. “Hoe hard kan-ie?” Wie niet van aan­dacht houdt, kan de Al­pi­ne dus be­ter over­slaan. Ook dan blij­ven er nog ge­noeg men­sen over die er wél een­tje wil­len heb­ben. De 1955 Pre­mi­è­res Edi­ti­ons zijn in­mid­dels uit­ver­kocht en er staan al ruim 5000 re­gu­lie­re Al­pi­nes in be­stel­ling. Dat zijn er meer dan ver­wacht, waar­door de le­ve­rings­ter­mij­nen flink zijn op­ge­lo­pen. Om Al­pi­nis­ten-in­spe be­ter te be­die­nen, heeft de fa­bri­kant aan­ge­kon­digd de pro­duc­tie te ver­ho­gen.

Fij­ne ver­ras­sing

De nieu­we Al­pi­ne mag dan 13 cen­ti­me­ter ver­der de lucht in ste­ken dan zijn voor­gan­ger, met zijn hoog­te van 1,25 me­ter oogt hij nog steeds niet als een ruim­te­won­der. In ze­ker zin is-ie dat ech­ter wel, want ook be­stuur­ders die de twee me­ter na­de­ren, kun­nen hun hoofd en be­nen pri­ma kwijt, zo merk­ten col­le­ga-re­dac­teu­ren Bart en Igor op. En dan hoef­den ze de licht­ge­wicht schaal­stoel niet eens in hoog­te te ver­stel­len. Ge­luk­kig maar, want bij de Pre­mi­è­re Edi­ti­on heb je daar ge­reed­schap voor no­dig. In de re­gu­lie­re ver­sies met stan­daard meu­bi­lair be­hoort dit stuk­je Fran­se hu­mor tot het ver­le­den. Met de schaal­stoe­len zelf is ove­ri­gens niks mis; de be­kle­ding van al­can­ta­ra en blauw ge­stikt, ge­quilt leer ziet er ge­likt uit en de ge­bo­den on­der­steu­ning is pri­ma. En on­danks hun ran­ke ont­werp, zijn ze ruim ge­noeg voor in­zit­te­nen die niet meer moe­ders slank­ste zijn. De rest van het in­te­ri­eur wordt ge­ken­merkt door veel blau­we stik­sels en Al­pi­ne-lo­go’s, hier en daar een Frans vlag­ge­tje en di­ver­se alu­mi­ni­um­kleu­ri­ge ac­cen­ten en knop­pen. Bij na­de­re in­spec­tie blijkt het me­ren­deels om me­taal­kleu­rig plas­tic te gaan, maar dat is slechts een van de wei­ni­ge sme­tjes op het bla­zoen. Een an­der min­punt is het ge­brek aan berg­ruim­te; een dash­board­kast­je en por­tier­vak­ken ont­bre­ken. Ei­gen­lijk kun je al­leen iets kwijt in het lang­ge­rek­te, on­die­pe vak on­der de ‘zwe­ven­de’ tun­nel­con­so­le. He­laas moet je je in al­ler­lei moei­lij­ke boch­ten wrin­gen om daar goed bij te kun­nen. Week­end­je weg? Dan kun je in de voor­ste ‘ba­ga­ge­ruim­te’ vol­gens Al­pi­ne 96 li­ter aan spul­len kwijt en on­der de ach­ter­klep van brie­ven­bus­for­maat zit ook nog een post­bak­je. Het goe­de nieuws is dat het com­fort op lan­ge­re rit­ten bo­ven ver­wach­ting is. En dat is lek­ker, want als het even kan, wil je zo vaak mo­ge­lijk zo ver mo­ge­lijk weg met dit Fran­se feest­beest. On­der­weg kan de bij­rij­der nog wat spe­len met het cen­tra­le dis­play, waar­op je on­der meer de op­tre­den­de G-krach­ten, de ac­ce­le­ra­tie­tij­den en de ac­ti­vi­tei­ten van de ver­snel­lings­bak kunt vol­gen. In de nor­ma­le rij­stand scha­kelt de trans­mis­sie met dub­be­le kop­pe­ling ade­quaat, in de au­to­ma­ti­sche sport­stand vin­den we hem een tik­je te ner­veus. Als je snel op­trekt, maar daar­na het gas weer met be­leid be­dient, blijft hij wat te lang en te hij­ge­rig in een re­la­tief la­ge ver­snel­ling hangen. We flip­pe­ren dan ook het liefst zelf – dat biedt het mees­te rij­ple­zier. Par­tirc’est­mou­ri­run­peu, zeg­gen de Fran­sen. En in­der­daad kan ik wel jan­ken op de dag dat ik de Al­pi­ne weer moet in­le­ve­ren. Schra­le troost is de af­scheids­sur­pri­se die hij in pet­to heeft: voor een au­to van dit ka­li­ber is-ie on­ge­hoord zui­nig. We heb­ben hem niet ont­zien en toch heb­ben we 1 op 12 ge­re­den. Weet je wat … ik doe nog een rond­je!

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.