Ob­jec­tief­adap­ters

Lens­adap­ters bren­gen sa­men wat niet echt bij el­kaar hoort, na­me­lijk ou­de lenzen of ob­jec­tie­ven van an­de­re fa­bri­kan­ten met mo­der­ne di­gi­ta­le ca­me­ra­bo­dy’s. Bij som­mi­ge com­bi­na­ties le­ver je ech­ter wel wat func­ties in.

CHIP FOTO Magazine - - Inhoud -

Met lens­adap­ters ge­bruik je ou­de lenzen op mo­der­ne di­gi­ta­le ca­me­ra­bo­dy’s.

Sinds de op­komst van sys­teem­ca­me­ra’s is er een op­mer­ke­lij­ke ‘re­vi­val’ gaan­de van de ana­lo­ge fotografie. Het de­vies luidt: geen au­to­ma­ti­sche stan­den en pro­gram­ma­mo­di, maar hand­ma­ti­ge in­stel­lin­gen en met aan­dacht fo­to­gra­fe­ren. Ou­de lenzen en ca­me­ra’s ma­ken een we­der­op­stan­ding door en ver­an­de­ren de­cen­nia na hun in­tro­duc­tie van ei­ge­naar te­gen be­taal­ba­re prij­zen. Som­mi­ge men­sen wil­len im­mers graag ge­nie­ten van de sfeer van de ‘goe­de ou­de tijd’, maar zon­der hun fo­to’s te moe­ten ont­wik­ke­len in de klas­sie­ke do­ka. Maar door het ge­bruik van ou­de­re bo­dy’s en lenzen zul je ook moe­ten na­den­ken over adap­ters. Want als je ei­gen sys­teem niet de ge­wens­te lens in het as­sor­ti­ment heeft, kun je dank­zij adap­ters mis­schien wel de lens van een an­de­re fa­bri­kant ge­brui­ken.

Wat moe­ten adap­ters kun­nen?

Kort ge­zegd moet een adap­ter ten min­ste twee ta­ken ver­vul­len: aan de ene kant zorgt hij voor de juis­te ba­jo­net­ver­bin­ding. El­ke lens en na­tuur­lijk ook el­ke ca­me­ra heeft zijn ei­gen ka­rak­te­ris­tiek ge­vorm­de flens­ring. De juis­te adap­ter heeft aan de ene kant de ver­bin­ding voor de lens en aan de an­de­re kant die van de ca­me­ra, zo­dat de lens niet los­jes aan de ca­me­ra hangt.

De twee­de ver­eis­te be­treft de zo­ge­he­ten flens­af­stand: de af­stand tus­sen de lens­vat­ting van de ca­me­ra en de sen­sor. Net als bij de ba­jo­net­ver­bin­ding ver­schil­len de ca­me­ra­sys­te­men qua flens­af­stand. Dit be­te­kent dat lenzen al­leen kun­nen wor­den ge­bruikt door een sys­teem met een lan­ge flens op een ca­me­ra met een kor­te flens. De flens­af­stand van de lens moet ab­so­luut gro­ter zijn dan die van de ca­me­ra, an­ders klopt de af­stand tus­sen de lens en de sen­sor niet, wat de scherp­stel­ling be­perkt.

De fo­to­graaf kan dan van dicht­bij nog steeds goed scherp­stel­len, maar niet op on­ein­dig – een fe­no­meen dat vaak voor­komt bij het ge­bruik van ma­cro­rin­gen.

Wel­ke func­ties blij­ven be­schik­baar?

Di­ver­se fa­bri­kan­ten van een­vou­di­ge adap­ters vol­doen al­leen aan de twee be­lang­rijk­ste ver­eis­ten, na­me­lijk de juis­te aan­slui­ting en de ver­eis­te flens­groot­te. Dat is ook ge­noeg om scher­pe fo­to’s te ma­ken, maar ge­a­van­ceer­de func­ties, zo­als het recht­streeks aan­pas­sen van het dia­frag­ma met de ca­me­ra, wor­den niet on­der­steund. Daar­door kan de lens al­leen wor­den ge­bruikt met open dia­frag­ma of met het dia­frag­ma dat eer­der is in­ge­steld op een an­de­re ca­me­ra.

Adap­ters met een af­zon­der­lij­ke dia­frag­ma­ring kun­nen dit eu­vel ver­hel­pen. Hier­mee kun je het dia­frag­ma hand­ma­tig aan­pas­sen. Scherp­stel­len op een on­der­werp moet je nog steeds hand­ma­tig doen. Func­ties zo­als fo­cus pea­king – de ge­kleur­de weer­ga­ve van de scher­pe ran­den in het voor­beeld van de ca­me­ra – of een fo­cus­loep zijn te­gen­woor­dig in veel sys­teem­ca­me­ra’s be­schik­baar en vor­men een han­dig hulp­mid­del bij het scherp­stel­len.

Voor­de­len van ac­tie­ve adap­ters

Ac­tie­ve of ‘slim­me’ adap­ters gaan nog een stap ver­der: naast de nood­za­ke­lij­ke flens­af­stand en ba­jo­net­ver­bin­ding ma­ken ze ook di­rec­te com­mu­ni­ca­tie tus­sen de lens en de ca­me­ra mo­ge­lijk. Op der­ge­lij­ke adap­ters is het aan­tal pin­nen van de lens en ca­me­ra op el­kaar af­ge­stemd. Het re­sul­taat in het ide­a­le ge­val is dat ca­me­ra en lens op­na­me-in­fo uit­wis­se­len voor de EXIF-ge­ge­vens, dat op­ti­sche beeldsta­bi­li­sa­tie in de lens kan wor­den ge­bruikt en dat al­le be­die­nings­func­ties van de ca­me­ra – in­clu­sief de au­to­fo­cus – be­hou­den blij­ven.

Ob­sta­kels van adap­ters

Ook wan­neer je lenzen met een ac­tie­ve adap­ter ge­bruikt, zijn er soms pro­ble­men: het om­zet­ten van de com­mu­ni­ca­tie­pro­to­col­len kan lei­den tot on­nauw­keu­rig­he­den of zelfs fou­ten in de scherp­stel­ling en merk­ba­re snel­heids­ver­schil­len ver­ge­le­ken met hoe de lens op zijn ‘ei­gen’ sys­teem zon­der adap­ter zou re­a­ge­ren.

Zorg er in elk ge­val voor dat de sen­sor van de ca­me­ra al­tijd vol­doen­de wordt belicht. Als je bij­voor­beeld een lens die is ont­wor­pen voor APS-C of klei­ne­re sen­so­ren ge­bruikt op een ful­l­fra­me­sen­sor, dan kun je een ster­ke vig­net­te­ring ver­wach­ten. Of in het te­gen­over­ge­stel­de ge­val – een ful­l­fra­me­lens op een APS-C-ca­me­ra – ver­an­dert de wer­ke­lij­ke brand­punts­af­stand als ge­volg van de crop­fac­tor. Maar om­dat in dit ge­val al­leen het mid­del­ste deel van het ge­pro­jec­teer­de beeld wordt ge­bruikt, krijg je geen hel­der­heids­ver­lies langs de ran­den.

In prin­ci­pe is het daar­om ook mo­ge­lijk om el­ke lens aan te pas­sen aan een ca­me­ra met een kor­te­re flens­af­stand dan de lens ver­eist. Veel voor­ko­men­de com­bi­na­ties vind je in de af­beel­ding hier­bo­ven. De­ze mo­de­lijk­he­den zijn me­de de re­den dat sys­teem­ca­me­ra’s met hun zeer kor­te flens­brand­punts­af­stand erg po­pu­lair zijn on­der lief­heb­bers van ou­de, hand­ma­tig te be­die­nen lenzen.

He­le­maal zon­der valkui­len is dat ech­ter niet, want het is geens­zins ze­ker dat de ou­de, voor ana­lo­ge film ont­wor­pen lenzen een goe­de kwa­li­teit le­ve­ren op de mo­der­ne sen­so­ren met ho­ge re­so­lu­ties. In on­ze ver­ge­lij­ken­de test zoe­ken we een ant­woord op al de­ze vra­gen en la­ten we zien wel­ke adap­ters het bes­te wer­ken.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.