Fi­at 500 C Gi­ar­di­nie­ra Bel­ve­de­re

Ruim 80 jaar ge­le­den in­tro­du­ceer­de Fi­at de twee­zits 500. Van­we­ge zijn ui­ter­lijk en de mi­nus­cu­le af­me­tin­gen kreeg de au­to de bij­naam To­po­li­no (muis­je). Die eer­ste ver­sie kreeg een he­le rits mo­del­uit­brei­din­gen en op­vol­gers, van de ver­leng­de Gi­ar­di­nie­ra tot

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud - Tekst: Jo­han­nes Rieg­sin­ger, Gert Weg­man • Foto’s: Wim Wie­ber

In 1936 pre­sen­teert Fi­at zijn au­to voor het volk: de 500. De vier­wie­li­ge dwerg valt op door zijn spits toe­lo­pen­de gril­le, en ge­com­bi­neerd met de daar­bo­ven als ‘oren’ uit­ste­ken­de kop­lam­pen ver­toont hij wel eni­ge ge­lij­ke­nis met Mic­key Mou­se. De bij­naam ‘To­po­li­no’ (muis­je) is dan ook snel ge­bo­ren. Door zijn gro­te com­mer­ci­ë­le suc­ces be­te­kent de mi­ni-au­to een reu­zen­stap voor Fi­at en de 500 speelt in de ja­ren der­tig, veer­tig en vijf­tig een be­lang­rij­ke rol in de mo­to­ri­se­ring van de Ita­li­aan­se be­vol­king.

Dat laat­ste is ook pre­cies wat Fi­at-baas Gio­van­ni Ag­nel­li voor ogen heeft wan­neer hij in 1933 de jon­ge Dan­te Gia­co­sa de op­dracht geeft een au­to te ont­wer­pen. Het mo­del moet het au­to­rij­den, dat tot dan toe een luxe en eli­tai­re aan­ge­le­gen­heid is, voor gro­te groe­pen Ita­li­a­nen be­reik­baar ma­ken. In fe­bru­a­ri 1934, na een ont­wik­ke­lings­tijd van slechts een jaar, toont Gia­co­sa zijn con­cept­mo­del aan de di­rec­tie. Het au­tootje is 3,20 me­ter lang, heeft een wiel­ba­sis van exact twee me­ter en be­schikt over twee zit­plaat­sen. Ach­ter de stoe­len is plaats voor wat ba­ga­ge of des­noods twee kin­de­ren. De ba­sis­con­struc­tie is een­vou­dig en tra­di­ti­o­neel, met een lad­der­chas­sis waar­op een car­ros­se­rie van staal is ge­plaatst. De in de leng­te­rich­ting ge­plaatste mo­tor met een inhoud van 569 cm3 ligt voor­in en brengt via een vier­ver­snel­lings­bak 13 pk over op de ach­ter­wie­len. Dank­zij het vrij la­ge ge­wicht haalt de klei­ne Fi­at toch nog een top­snel­heid van 85 km/h, wat in die tijd ruim­schoots vol­doen­de is om fat­soen­lijk met het ver­keer mee te ko­men.

Ag­nel­li en zijn me­de-di­rec­tie­le­den zijn er­van over­tuigd dat de au­to een groot suc­ces wordt en be­slui­ten de pro­duc­tie­ca­pa­ci­teit daar­op aan te pas­sen. In de Tu­rijn­se wijk Lin­got­to ver­rijst ver­vol­gens de ge­lijk­na­mi­ge – in­mid­dels le­gen­da­ri­sche – en hy­per­mo­der­ne fa­briek met lo­pen­de band. De groot­ste sen­sa­tie is ech­ter de enor­me kom­baan op het dak, die als test­cir­cuit fun­geert.

Geen pom­pen, maar zwaar­te­kracht

De Fi­at-di­rec­tie wordt niet te­leur­ge­steld, want de 500 A gaat tus­sen 1936 en 1948 ruim 122.000 keer over de toon­bank. Dat is niet al­leen te dan­ken aan de gun­sti­ge prijs, maar ze­ker ook aan de mo­der­ne de­tails die Gia­co­sa in het een­vou­di­ge ba­sis­ont­werp heeft ver­werkt. Zo staat de on­af­han­ke­lij­ke voor­wiel­op­han­ging met hy­drau­li­sche schok­dem­pers borg voor heel fat­soen­lij­ke rij­ei­gen­schap­pen en laat de deels ge­syn­chro­ni­seer­de ver­snel­lings­bak zich een­vou­dig be­die­nen. Te­vens heeft de ont­wer­per voor de brand­stof­voor­zie­ning en de mo­tor­koe­ling een paar slim­me én prijs­be­spa­ren­de trucs be­dacht. De mo­tor is vrij laag in de car­ros­se­rie ge­plaatst. Daar­door is geen brand­stof­pomp no­dig om de ben­zi­ne van­uit de tank naar de mo­tor te krij­gen. Gia­co­sa maakt sim­pel­weg ge­bruik van de zwaar­te­kracht, door de ben­zi­ne­tank recht bo­ven de car­bu­ra­teur te plaat­sen is een lei­ding vol­doen­de. Voor de wa­ter­koe­ling heeft de ont­wer­per het­zelf­de prin­ci­pe toe­ge­past. Zo kan een wa­ter­pomp even­eens ach­ter­we­ge blij­ven. Het rem­sys­teem is hy­drau­lisch, wat ze­ker voor een goed­ko­pe au­to als de 500 in die tijd nog zeer on­ge­brui­ke­lijk is.

In 1948 wordt de ou­der­wet­se zij­klep­per in de 500 ver­van­gen door een nieu­we kop­klep­mo­tor, die 16,5 pk le­vert. De top­snel­heid stijgt hier­door naar 95 km/h, te­ge­lij­ker­tijd daalt het brand­stof­ver­bruik sterk. In ver­band met de be­te­re pres­ta­ties mon­teert Fi­at ster­ke­re rem­men en wordt de wiel­op­han­ging ge­op­ti­ma­li­seerd. Het le­ve­rings­pro­gram­ma wordt uit­ge­breid met een sta­ti­on­wa­gon, die Gi­ar­di­nie­ra wordt ge­noemd. Het com­bi­ge­deel­te be­staat uit een hou­ten fra­me, op­ge­vuld met hout­ve­zel­pa­ne­len. Door de ex­tra ruim­te die de op­bouw met zich mee­brengt, kan er een (neer­klap­ba­re) ach­ter­bank wor­den ge­plaatst. Er komt ook een 500 Fur­gon­ci­no, een ach­ter­bank­lo­ze be­stel­ver­sie met een sim­pel ogen­de, vol­le­dig sta­len car­ros­se­rie. De 500 B ver­koopt als een dol­le; bin­nen één jaar weet Fi­at er maar liefst 21.000 te slij­ten.

Het dash­board oogt sim­pel, maar heeft door het twee­kleu­ri­ge ont­werp en de ver­chroom­de sier­rand­jes toch enig ca­chet.

Voor ont­wer­per Dan­te Gia­co­sa be­te­ken­de de To­po­li­no zijn gro­te door­braak.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.