MER­CE­DES SSK

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud - Tekst en fo­to’s: Igor Stuif­zand

De­ze Mer­ce­des SSK uit 1929 kent geen ge­lij­ke. H ij staat be­kend als de meest ori­gi­ne­le die er is. On­danks zijn bij­zon­de­re con­di­tie en ach­ter­grond, wordt de au­to zo nu en dan het Louw­man Mu­se­um uit­ge­rold voor een ste­vi­ge rit.

Wat een kracht! Han­den en voe­ten kom je te­kort om het ge­weld te in­cas­se­ren. En dat ter­wijl de mo­tor nau­we­lijks in toe­ren klimt. De mi­ni­ma­le be­we­ging van de naald over de schaal van de gro­te cen­tra­le toe­ren­tel­ler – fa­bri­caat And­re­as Vei­gel Can­n­statt – staat niet in ver­hou­ding tot de gi­gan­ti­sche stap­pen die de au­to zet. Als­of het een speel­goed­au­tootje is, lijkt een on­zicht­ba­re reu­zen­hand hem beet te pak­ken en met een zwaai door het land­schap te rol­len. Zo ge­mak­ke­lijk gaat het de mo­tor af. De zescilinder lijn­mo­tor moet het ove­ri­gens niet van zijn ver­mo­gen heb­ben, dat is met 140 pk uit een slag­vo­lu­me van 7065 cm3 niet bij­zon­der hoog. Maar de zui­gers van for­maat bloem­pot – ze heb­ben al­le zes een dia­me­ter van 10 cen­ti­me­ter – ma­ken zul­ke lan­ge sla­gen, dat het giet­ij­ze­ren blok een gi­gan­tisch kop­pel op­bouwt, 45,9 ou­der­wet­se kg-m’s om pre­cies te zijn. Naar de he­den­daag­se kop­pel­een­heid om­ge­re­kend, staat dat ge­lijk aan 450 new­ton­me­ter. Me­nig mo­der­ne tur­bo­die­sel wordt door de Mer­ce­des SSK in zijn hemd ge­zet.

Brom­fiets

De au­to heeft ech­ter een troef­kaart ach­ter de hand: er hangt een me­cha­ni­sche com­pres­sor aan de mo­tor. Een blik on­der de op­ge­vou­wen mo­tor­kap­helft doet ver­moe­den dat ie­mand ach­te­loos het lucht­ge­koel­de blok­je van een klas­sie­ke brom­fiets voor de gro­te zescilinder heeft ach­ter­ge­la­ten, com­pleet met uit­laat. De Roots-com­pres­sor staat di­rect in ver­bin­ding met het gas­pe­daal, maar treedt pas in wer­king als al­le re­gis­ters wor­den open­ge­draaid. Bei­de schroe­ven in het com­pres­sor­huis per­sen de aan­ge­zo­gen lucht dan dus­da­nig krach­tig sa­men, dat de­ze on­der ho­ge druk rich­ting de ci­lin­ders wordt ge­stuwd. De zescilinder ademt nu met zul­ke gro­te teu­gen in, dat al­leen de toe­voer van vol­doen­de brand­stof kan voor­ko­men dat hij zich in de zuur­stof ver­slikt. Twee joe­kels van car­bu­ra­teurs pom­pen een gi­gan­ti­sche hoe­veel­heid ben­zi­ne naar bin­nen, die al­leen tot ont­bran­ding komt met een dub­be­le ont­ste­king. De dorst van de Mer­ce­des SSK is zelfs zo groot, dat je am­per drie­ën­hal­ve ki­lo­me­ter ver komt op een li­ter ben­zi­ne. Het is maar goed dat er 120 li­ter in de tank gaat.

Voor­waar­de om de com­pres­sor aan het werk te kun­nen zet­ten, is de be­schik­baar­heid van vol­doen­de ruim­te. Ook zon­der ad­di­ti­o­ne­le lucht­toe­voer ta­kelt de Mer­ce­des SSK de ho­ri­zon al met ge­zwin­de spoed bin­nen. Zo­dra de su­per­char­ger zich er ech­ter mee gaat be­moei­en, lij­ken er in­eens nog maar twaalf uur in een et­maal te zit­ten. Het don­ke­re ge­don­der dat de 7,1-li­ter zescilinder met la­ge toe­ren door de drie glan­zen­de uit­laat­bui­zen en de dik­ke stort­ko­ker naar bui­ten lucht­hoornt, wordt nu over­stemd door het angst­aan­ja­gen­de ge­jank van de

com­pres­sor. Als een pa­nie­ke­rig lucht­alarm dat weer­klinkt wan­neer de dui­vel in hoogst­ei­gen per­soon het hel­le­vuur over de aar­de komt ver­sprei­den, gilt de Mer­ce­des het uit. Vrou­wen en kin­de­ren eerst! Het re­sul­taat van de be­moei­e­nis­sen van de com­pres­sor is een aan­zien­lij­ke ver­mo­gens­toe­na­me van 60 pk, zo­dat je op af­roep over 200 pk be­schikt. Het ein­de der tij­den lijkt daar­mee te zijn in­ge­luid.

Spor­tief suc­ces bleef dan ook niet lang uit, na­dat Mer­ce­des het Sport- en Su­per Sport­mo­del in 1927 in pro­duc­tie nam. On­der lei­ding van Fer­di­nand Por­sche kwa­men van de S en SS tal van uit­voe­rin­gen tot stand. De mo­tor­ver­mo­gens schom­mel­den met in­ge­scha­kel­de com­pres­sor tus­sen de 180 en 300 pk, er was een stan­daard en een kort (Kurz) chas­sis, en spe­ci­aal voor de SSKL werd een licht­ge­wicht chas­sis en carrosserie (Leicht) ont­wik­keld.

Dat Mer­ce­des de ‘wit­te oli­fant’ in ad­ver­ten­ties neer­zet­te als ’s we­relds snel­ste sport­wa­gen, was geen lo­ze be­lof­te. Een greep uit de prij­zen­kast van het bij Mer­ce­des als W 06 aan­ge­dui­de sport­mo­del: de Duit­se Grand Prix in 1927,

’28 en ’31, de Avus Ren­nen in 1931 en 1932, de Tou­rist Trop­hy in 1929, de 24-uurs­ra­ce op Spa in 1931, het Eu­ro­pees heu­vel­klim­kam­pi­oen­schap in 1930 en 1931 en ui­ter­aard de be­lang­rijk­ste over­win­ning van al­le­maal, de Mil­le Mig­lia van 1931. De eni­ge ra­ce die aan de neus van de sneeuw­wit­te ra­ce-Mer­ce­des­sen voor­bij ging, is de 24 Uren van Le Mans.

Con­tro­ver­se

Van de SSK en SSKL heeft Mer­ce­des slechts 33 exem­pla­ren ge­bouwd. On­ge­veer de helft van dit aan­tal is met veel suc­ces ge­bruikt voor de au­to­sport. Op het scherp van de sne­de be­stond na­tuur­lijk het ri­si­co dat de au­to’s me­cha­ni­sche de­fec­ten en scha­de op­lie­pen. Van de be­waard ge­ble­ven SSK’s en SSKL’s is van strik­te ori­gi­na­li­teit dan ook geen spra­ke meer. Er werd ech­ter niet met al­le exem­pla­ren in­ten­sief ge­ra­cet. De ge­schie­de­nis van chas­sis­num­mer 36045 is uit­ge­breid ge­do­cu­men­teerd, maar over deel­na­me in ra­ces of in an­der com­pe­ti­tie­ver­band wordt met geen woord ge­rept. Juist dat is de re­den, dat de­ze SSK uit 1929 gro­ten­deels ori­gi­neel kon blij­ven. In sep­tem­ber 2004 werd de zo­ge­naam­de Mil­li­gen-SSK ge­veild door Bon­hams,

Me­nig va­der­lands­lie­ven­de Brit heeft zich ach­ter de oren ge­krabd, toen een land­ge­noot een du­re sport­au­to van vij­an­di­ge af­komst kocht.

tij­dens de Good­wood Re­vi­val. De waar­schijn­lijk be­roemd­ste SSK van al­le­maal, is sinds­dien te be­won­de­ren in het Louw­man Mu­se­um.

De Mer­ce­des-fa­briek in Stuttg­art-Un­tert­ürk­heim zet­te de SSK in 1929 als rol­lend chas­sis op trans­port naar Groot-Brit­tan­nië. Hij was be­stemd voor Ma­jor Jo­hn Coats, erf­ge­naam van het in 1860 ge­ves­tig­de en in het Brit­se im­pe­ri­um be­ken­de naai­ga­ren- en rit­sen­merk Coats. Het chas­sis werd ver­vol­gens af­ge­le­verd bij de Carl­ton Car­ria­ge Com­pa­ny in Lon­den, een be­drijf dat voor­al hoog in aan­zien stond van­we­ge zijn open koets­wer­ken voor Bent­leys en Rolls-Roy­ces. Ge­zien het for­maat van de ver naar ach­te­ren in het chas­sis ge­plaatste mo­tor en trans­mis­sie, kre­gen de plaat­wer­kers van Carl­ton maar be­perkt de ruim­te om hun kun­nen te to­nen. Ach­ter het schut­bord is een com­pac­te, la­ge om­bouw ge­cre­ëerd, waar­bij bo­ven­dien re­ke­ning ge­hou­den moest wor­den met de twee ach­ter­op lig­gen­de re­ser­ve­wie­len en de 120-li­ter­tank. Wat de kleur be­treft, wijkt chas­sis­num­mer 36045 dui­de­lijk af van zijn soort­ge­no­ten: Ma­jor Jo­hn Coats koos er­voor de SSK rood te la­ten lak­ken.

Na­dat Coats de au­to op 11 ja­nu­a­ri 1930 van het ken­te­ken GC 96 had la­ten voor­zien, maak­te hij er twee­ën­half jaar ge­bruik van. Twee­de ei­ge­naar Alfred Jo­hn Wro­ham ver­kocht de au­to na drie jaar. Ver­vol­gens wis­sel­de de au­to in hoog tem­po van tal van ei­ge­na­ren, tot­dat hij op 10 ju­ni 1941 voor 400 pond – nog steeds een ver­mo­gen – werd over­ge­no­men door Ge­or­ge Ed­ward Mil­li­gen. Hij was ei­ge­naar num­mer 11. Mil­li­gen was sinds zijn tie­ner­ja­ren al ido­laat van de Mer­ce­des Sport- en Su­per Sport-mo­del­len, waar­bij de ad­ver­ten­tie­tek­sten van Mer­ce­des en de lan­ge lijst suc­ces­sen in de au­to­sport on­ge­twij­feld een gro­te rol heb­ben ge­speeld. De aan­schaf van GC 96 door Ge­or­ge Mil­li­gen was ove­ri­gens niet zon­der con­tro­ver­se: in een tijd dat Groot-Brit­tan­nië in oor­log was met Duits­land, krab­de me­nig va­der­lands­lie­ven­de Brit zich on­ge­twij­feld ach­ter de oren, als een land­ge­noot een du­re sport­au­to van vij­an­di­ge af­komst kocht. Maar daar liet Mil­li­gen zich niet door be­ïn­vloe­den. De bouw­kwa­li­teit, de tech­no­lo­gi­sche stan­daard en de pres­ta­ties van de SSK, wa­ren over­tui­gend ge­noeg.

Op­win­ding

Mil­li­gen hield het niet bij één Mer­ce­des. Naast de SSK kocht hij in ju­ni 1944 een 38/250. De­ze SSK met lan­ge wiel­ba­sis – die in Mil­li­gens

Elk on­der­deel van de SSK ver­telt zijn ei­gen ver­haal, iets wat met een in­ten­sie­ve res­tau­ra­tie ge­heel zou wor­den uit­ge­wist.

log­boe­ken als de Black Car werd om­schre­ven – dien­de in de eer­ste plaats als on­der­de­len­do­nor, aan­ge­zien ver­van­gen­de com­po­nen­ten in de oor­logs­ja­ren niet te krij­gen wa­ren. Be­gin ja­ren 50 zijn in de mo­tor van GC 96 twee ci­lin­der­bus­sen ver­van­gen, en eni­ge tijd la­ter wer­den de zui­gers van de 38/250 in het blok van de ro­de SSK ge­zet. Ook is het kruk­as­huis van de 38/250 een keer in GC 96 te­recht ge­ko­men, zo bleek bij een technische in­spec­tie na de vei­ling van Bon­hams op de Good­wood Re­vi­val in 2004. Het ori­gi­ne­le kruk­as­huis werd te­rug­ge­von­den bij Mer­ce­des in Stuttg­art, en in sa­men­wer­king met het Mer­ce­des Clas­sic Cen­ter weer te­rug­ge­plaatst in GC 96. Zo­dat al­le num­mers van de au­to weer ‘mat­ching’ zijn.

De lief­de voor de SSK zat diep bij Mil­li­gen, maar on­danks de his­to­ri­sche waar­de van de au­to en de unie­ke con­di­tie waar­in de­ze ver­keer­de, ont­zag hij hem niet. Voor ex­tra prak­tisch nut wer­den twee gro­te ba­ga­ge­kis­ten voor de ach­ter­wie­len ge­plaatst, en er gaan zelfs ver­ha­len de ron­de dat de au­to ooit een trek­haak heeft ge­had. Pas veel la­ter kreeg Ge­or­ge Mil­li­gen be­lang­stel­ling voor his­to­ri­sche ra­ces, waar hij zo nu en dan met de SSK naar­toe ging en dan in de pad­dock vaak voor meer op­win­ding bij het pu­bliek zorg­de dan de cou­reurs met hun ra­ce­wa­gens op het cir­cuit. Door de ja­ren heen zou Mil­li­gen zijn col­lec­tie his­to­ri­sche au­to’s ver­der uit­brei­den, maar de SSK deed hij nooit meer van de hand.

Aan nood­za­ke­lij­ke re­pa­ra­ties, her­stel­werk­zaam­he­den en ver­van­ging van me­cha­ni­sche on­der­de­len is de bij­na 90 jaar ou­de Mer­ce­des na­tuur­lijk niet ont­ko­men, maar wat de­ze au­to voor­al zo bij­zon­der maakt, is dat hij nog nooit vol­le­dig ont­man­teld is voor een in­grij­pen­de res­tau­ra­tie. De au­to is al­tijd met de groot­ste lief­de en zorg be­han­deld, waar­door de ori­gi­na­li­teit kon wor­den be­hou­den. Een lak­be­scha­di­ging of klein deuk­je is nooit her­steld, waar­door de ro­de verf over­al een prach­ti­ge dof­fe gloed heeft ge­kre­gen. Straat­vuil en ge­lek­te olie heb­ben zich in de op­per­vlak­te van de lak ge­nes­teld, rond de schar­nie­ren van de mo­tor­kap komt hier en daar het blan­ke alu­mi­ni­um te­voor­schijn en steen­slag brengt de lich­te grond­lak van de cy­cle wings boven wa­ter. Elk on­der­deel van de SSK ver­telt op die ma­nier zijn ei­gen ver­haal, iets wat met een in­ten­sie­ve res­tau­ra­tie zou wor­den uit­ge­wist.

Kroon­ju­weel

En het ver­haal is nog niet voor­bij. Sinds de

SSK in 2004 werd toe­ge­voegd aan de col­lec­tie van het Louw­man Mu­se­um, wordt de au­to nog re­gel­ma­tig naar bui­ten ge­rold voor een in­ten­sie­ve rit. Evert Louw­man is bij de Mil­le Mig­lia in Ita­lië een graag ge­zie­ne gast. Wan­neer onderweg even wordt uit­ge­rust en toe­schou­wers de kans heb­ben om al­le deel­ne­men­de au­to’s te be­won­de­ren, wordt tus­sen de his­to­ri­sche mo­del­len die Mer­ce­des-Benz Clas­sic mee­neemt al­tijd een plaats­je ge­re­ser­veerd voor ’s we­relds meest ori­gi­ne­le SSK. Hoe­wel er een vriend­schap­pe­lij­ke re­la­tie is tus­sen het Louw­man Mu­se­um en het fa­brieks­mu­se­um van Mer­ce­des, moet het de cu­ra­to­ren in Stuttg­art pijn doen dat de Mil­li­gen-SSK niet in hún mu­se­um te be­won­de­ren is. Met het over­lij­den van Ge­or­ge Mil­li­gen, kwam zijn ge­koes­ter­de SSK na 63 jaar te­recht in Den Haag. Maar met het Louw­man Mu­se­um als twaalf­de ei­ge­naar, heeft de au­to weer een lang­du­rig nieuw thuis ge­von­den. Niet om net als Ge­or­ge Mil­li­gen slechts bij ho­ge uit­zon­de­ring aan het pu­bliek ge­toond te wor­den, maar als een van de kroon­ju­we­len in een col­lec­tie die door ie­de­re au­tolief­heb­ber eens ge­zien én ge­hoord moet wor­den.

Met het Louw­man Mu­se­um als twaalf­de ei­ge­naar, heeft de au­to op­nieuw een lang­du­rig nieuw thuis ge­von­den.

Al­les is enorm aan de 7,1-li­ter zescilinder lijn­mo­tor. De Roots­com­pres­sor is voor het blok ge­plaatst.

De lich­te kuip­vorm van de stoe­len is op het scherp van de sne­de geen over­bo­di­ge luxe.Elek­trisch klok­je, met blik­sem­schich­ten als wij­zers.Lood om oud ij­zer: te­gen­woor­dig wordt de SSK re­gel­ma­tig ge­bruikt voor een his­to­risch au­to­sport­eve­ne­ment.De Carl­ton Car­ria­ge Com­pa­ny in Lon­den voor­zag het rol­lend chas­sis van een koets­werk.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.