MO­DER­NE OOSTERLINGEN UIT DE SE­VEN­TIES

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud • Classic Cars 29 - Tekst: Gert Weg­man • Fo­to’s: Igor Stuif­zand

Datsun Cherry 100A, Hon­da Civic 1200

Naast de Mi­ni wordt stee­vast de Volkswagen Golf ge­noemd als een van de be­lang­rijk­ste mo­del­len in de ont­wik­ke­ling van de mo­der­ne com­pac­te au­to. Maar nog voor­dat de Golf het le­vens­licht zag, wis­ten Datsun en Hon­da al heel goed hoe je een mo­der­ne ge­zins­au­to bouw­de. In de­ze ver­ge­lij­king ge­ven wij de Cherry 100A en de Civic de aan­dacht die ze ver­die­nen.

Be­gin ja­ren ze­ven­tig - wat is het le­ven nog lek­ker over­zich­te­lijk. Com­pu­ters ken­nen we al­leen uit sci­en­ce­fic­ti­on­films, smartpho­nes be­staan niet en wat zijn we blij met on­ze twee Ne­der­land­se te­le­vi­sie­zen­ders. Vol­was­sen kij­kers smul­len we­ke­lijks van Bartje, MASH en Een van de Acht, ter­wijl de kijk­buis­kin­de­ren zich ver­ga­pen aan De Fa­bel­tjes­krant, Ti­ta Tovenaar en de Stra­te­ma­ker­op­zee­show. Het straat­beeld wordt ge­do­mi­neerd door Eu­ro­pe­se mer­ken, met een hoofd­rol voor de Opel Ka­dett en de Volkswagen Kever. Maar ook steeds meer Ja­pan­se fa­bri­kan­ten wil­len een graan­tje van de markt mee­pik­ken. Ze bie­den voor­na­me­lijk con­ser­va­tie­ve se­dans aan, met ach­ter­wiel­aan­drij­ving en een star­re ach­ter­as met blad­ve­ren. Uit­zon­de­rin­gen zijn de Hon­da’s N360 en N600. De­ze Ja­pan­se mi­ni’s zijn al sinds 1968 ge­ze­gend met voor­wiel­aan­drij­ving en dwars­ge­plaatste mo­to­ren. Al­leen we­ten ze met hun lucht­ge­koel­de, mo­tor­fiets­ach­ti­ge twee­ci­lin­ders maar wei­nig Ne­der­lan­ders naar de show­room te lok­ken.

De door­braak van de voor­wiel­aan­ge­dre­ven Ja­pan­ner wordt in 1971 ge­for­ceerd door de Datsun 100A, be­ter be­kend als Cherry. Een jaar la­ter volgt de Hon­da Civic, vol­gens Hon­da de­sig­ned for ci­ti­zens and ci­ties. Hij is een stuk gro­ter en vol­was­se­ner dan de N-mo­del­len, en net als de Cherry re­kent hij af met het heer­sen­de beeld over Ja­pan­se au­to’s. Het twee­tal oogt vlot en on­der hun aan­trek­ke­lij­ke looks gaan voor­wiel­aan­drij­ving, een dwars­ge­plaatste mo­tor en rond­om on­af­han­ke­lij­ke wiel­op­han­ging schuil. Daar hoef je bij de Opel Ka­dett en de Ford Es­cort nog niet om te ko­men. Om van de Volkswagen Kever (zie el­ders in dit blad) nog maar te zwij­gen.

On­ge­nees­lijk

De Datsun 100A wordt in 1971 po­si­tief ont­van­gen, ook door de au­to­pers: “Een ken­nis­ma­king met de Cherry doet de over­tui­ging post­vat­ten, dat het wa­gen­tje sterk be­wa­pend ten strij­de trekt op het Eu­ro­pe­se au­to­front”, le­zen we in een re­gi­o­na­le krant van 31 ju­li. Je hebt dan al een nieu­we Cherry voor 6300 gul­den (2858 eu­ro). Wil je graag ra­di­aal­ban­den, ge­tint glas en een klok­je, dan ben je aan­ge­we­zen op de luxe­re ver­sie van 6650 gul­den (3018 eu­ro).

Na ja­ren Mi­ni te heb­ben ge­re­den, kiest de opa van Wil­co van Al­fen (46) ook voor zo’n mo­der­ne Cherry. Eni­ge ja­ren la­ter stapt hij over op een Datsun 120A FII en gaat de Cherry naar Wil­co’s va­der. Zo wordt Wil­co er­fe­lijk be­last met het Datsun-vi­rus. Dat hij in­der­daad aan de­ze – ove­ri­gens on­ge­vaar­lij­ke – aan­doe­ning lijdt, blijkt wan­neer hij zijn eer­ste au­to aan­schaft: een Nis­san Cherry uit 1986. On­ge­vaar­lijk of niet, in Wil­co’s ge­val blijkt het vi­rus on­ge­nees­lijk, want naar an­de­re au­to­mer­ken kijkt hij sinds­dien niet meer om.

De ro­de Cherry in dit ar­ti­kel komt Wil­co in 2002 op het spoor. Hij is dan op zoek naar

een ver­van­ger voor zijn hob­by­au­to, een over­ver­moeid ge­raak­te Nis­san Sun­ny. “De 100A stond bij een Nis­san-de­a­ler in Din­teloord en om­dat mijn va­der en opa ook een­tje had­den ge­had, leek het me wel grap­pig om eens te gaan kij­ken.” Tij­dens de proef­rit raakt Wil­co ge­lijk ge­char­meerd van de puur­heid van het au­totje, dat bo­ven­dien al deels is ge­res­tau­reerd. Wan­neer hij ook nog een uit­ste­kend in­ruil­bod voor de Sun­ny krijgt, is de deal snel rond.

Con­cours d’élé­gan­ce

De daar­op­vol­gen­de ja­ren staan in het te­ken van een con­stan­te zoek­tocht naar – voor­al klei­ne – on­der­de­len, want Wil­co wil zijn Cherry weer he­le­maal in ori­gi­ne­le staat te­rug­bren­gen. “Zo ont­bra­ken de chroom­strips on­der de por­tie­ren. Nor­maal zijn ze met klem­me­tjes in spe­ci­a­le ga­ten be­ves­tigd, maar ik heb ze vast­ge­lijmd. Zo voor­kom je po­ten­ti­ë­le roest­nesten.” Gro­te tech­ni­sche in­gre­pen zijn niet no­dig, wel laat Wil­co de stoe­len op­nieuw be­kle­den en in 2014 is de au­to he­le­maal hoe hij hem wil heb­ben. “Dat jaar heb ik hem in­ge­schre­ven voor het Con­cours d’Élé­gan­ce op Pa­leis ’t Loo, in de ca­te­go­rie ‘Ja­pan in de Kin­der­schoe­nen’. En wat denk je: ga ik met de eer­ste prijs lo­pen.” En hij voegt er glun­de­rend aan toe: “Ja, dan weet je dat-ie af is.”

Wan­neer de kin­de­ren gro­ter wor­den en het he­le ge­zin niet meer in de Cherry past, be­slui­ten Wil­co en zijn vrouw Su­zan­ne niet om hun klas­sie­ke Datsun weg te doen. Nee, ze ko­pen er een­tje bij. Het wordt een FII Cou­pé uit 1977, die Wil­co zelf, met de hulp van de ove­ri­ge ge­zins­le­den en een vriend, vol­le­dig stript en res­tau­reert.

Dat be­te­kent niet dat de 100A op het twee­de plan be­landt. Wil­co rijdt er re­gel­ma­tig mee, al komt er jaar­lijks maar zo’n 1500 ki­lo­me­ter op de tel­ler bij. “We zijn er ooit mee naar Luxem­burg ge­weest, maar nor­maal ma­ken we voor­al mooi­weer­rit­jes in de buurt.”

Hoofd­steu­nen stan­daard

Wan­neer we om Wil­co’s au­to heen lo­pen, snap­pen we wel dat-ie be­gin ja­ren 70 zo po­pu­lair is. Naast de vlot ge­lijn­de Ja­pan­ner wordt een Opel Ka­dett of een Ford Es­cort ge­de­gra­deerd tot ou­we­lul­len­bak. De op­lo­pen­de ach­ter­ste zij­rui­ten en de bre­de C-stij­len ge­ven de Cherry een cou­pé-ach­tig pro­fiel en de sta­len vel­gen ogen door de zwar­te fop­dop­pen als ech­te sport­wie­len. On­danks de hatch­back-ach­ti­ge lij­nen heeft de Cherry ge­woon een klein kof­fer­dek­sel en geen gro­te der­de deur. An­ders had hij waar­schijn­lijk een gro­te­re rol in de au­to­his­to­rie voor zich op­ge­ëist.

De 100A van Wil­co wordt in 1976 ge­ken­te­kend, maar loopt al in 1974 van de band. Zo­als veel Ja­pan­se au­to’s uit de se­ven­ties heeft de Cherry zo­ge­naam­de buc­ket seats; kuip­ach­ti­ge stoel­tjes met vas­te hoofd­steu­nen. Vol­gens de Ja­pan­ners zor­gen die voor ex­tra vei­lig­heid bij aan­rij­din­gen. Kri­ti­sche au­to­jour­na­lis­ten scham­pe­ren dat Datsun er goed aan had ge­daan om de C-stij­len min­der breed te ma­ken en die ‘zicht­be­lem­me­ren­de’ hoofd­steu­nen weg te la­ten, ten­ein­de aan­rij­din­gen te voor­kó­men. Ook ty­pisch voor een Ja­pan­ner uit die tijd is het dashboard dat over de vol­le wa­gen­breed­te de­zelf­de hoog­te heeft. Het in­stru­men­ten­clus­ter om­vat in de Luxe-uit­voe­ring on­der meer een klok­je, ver­der zien we ou­der­wet­se trek­knop­pen voor on­der meer de hand­cho­ke en de ach­ter­ruit­ver­war­ming. Het mo­no­ra­di­ootje tik­te Wil­co eni­ge ja­ren ge­le­den op de kop en speelt uit­slui­tend ABBA, Mud en Rod Ste­wart ...

Bij la­ge toe­ren­tal­len loopt de een­li­ter vier­ci­lin­der mooi rond, en brengt daar­bij dat ty­pi­sche, ho­ge Ja­pan­se naai­ma­chi­nege­luid ten ge­ho­re. Geef je flink gas, dan maakt dit plaats voor een rau­we grom. Het dun­ne pook­je staat fier recht­op en laat zich licht be­die­nen. Vol­gens

“Als hij eer­ste wordt op het con­cours d’élé­gan­ce, dan

weet je dat-ie af is.”

ou­de tests is de Cherry een mon­ster van een au­to: “Men moet heel voor­zich­tig met het gas­pe­daal zijn, want de wa­gen re­a­geert on­re­de­lijk fel op el­ke te har­de druk.” Ge­ïn­ti­mi­deerd ne­men we plaats, maar ge­luk­kig valt het reu­ze mee. Wel valt op dat het mo­tor­tje on­ge­loof­lijk soe­pel is. On­danks het be­schei­den kop­pel is het geen en­kel pro­bleem om de snel­heid in ‘vier’ tot 50 km/h te la­ten zak­ken. Ook dan pakt de een­li­ter keu­rig weer op. De weg­lig­ging is uit­ste­kend en het veer­com­fort is een stuk soe­pe­ler dan we had­den ver­wacht. Ze­ker ver­ge­le­ken met de mees­te Ja­pan­se tijd­ge­no­ten, stuurt de Cherry pre­cies. Hij heeft dan ook tand­heu­gel­be­stu­ring, ter­wijl zijn land­ge­no­ten het veel­al moe­ten doen met een ko­gel­kring­loo­p­in­stal­la­tie.

‘On­ge­woon goed’

Dank­zij de Cherry schie­ten de Datsun-ver­ko­pen de lucht in en pas­seert het merk in 1972 land­ge­noot Toyo­ta in de ver­koop­rang­lijst. Maar het duurt niet lang of de Cherry krijgt con­cur­ren­tie van een land­ge­noot. Als op­vol­ger van de N600 pre­sen­teert Hon­da de Civic. Ne­der­land­se au­to­k­opers kun­nen de voor­wiel­aan­drij­ver be­won­de­ren op de Au­toRAI van 1973. Net als de Cherry heeft hij een dwars­ge­plaatste mo­tor en on­af­han­ke­lij­ke wiel­op­han­ging rond­om. Voor de twee­deurs Civic 1200 moet je 8499 gul­den (3857 eu­ro) bij de Hon­da-de­a­ler ach­ter­la­ten, voor 250 gul­den meer heb je de drie­deurs ver­sie. La­ter wordt de Civic ook le­ver­baar als vijf­deurs, met een ver­leng­de wiel­ba­sis en een 1,5-li­ter mo­tor. De uit­rus­ting van de Civic is com­pleet; hij be­schikt on­der meer over ach­ter­ruit­ver­war­ming, rui­ten­wis­sers met twee snel­he­den, ach­ter­uit­rij­lich­ten en rem­be­krach­ti­ging. He­laas is hij fors duur­der dan de Re­nault 5, de Fi­at 127 en de Datsun Cherry. Over de weg­lig­ging is de Ne­der­land­se au­to­pers en­thou­si­ast, ster­ker nog: “die is voor een Ja­pan­ner on­ge­woon goed, de au­to ligt zeer vast op de weg”. Over de bin­nen­ruim­te be­staan even­eens wei­nig klach­ten, over de ve­ring des te meer: “Men wordt der­ma­te door el­kaar ge­hus­seld, dat de lol er snel af is”, al­dus de Leid­sche Cou­rant.

Ook wij zit­ten in de schit­te­ren­de oran­je Civic van Mark Brou­wer (36) al­gauw te stui­te­ren, maar vol­gens de ei­ge­naar ligt dat aan de aan­ge­pas­te schok­dem­pers. Ver­der valt op dat de Hon­da door zijn gro­te glas­op­per­vlak van­bin­nen rui­mer over­komt dan de Cherry, al blijkt dat niet te klop­pen. Het dashboard heeft een Eu­ro­pees aan­doend de­sign en is op­ge­leukt met een strip don­ker hout. Oké het is af­kom­stig van de Ja­pan­se plas­tic­boom, maar in de se­ven­ties is dit chic. An­de­re fraaie de­tails zijn de ex­tra me­ters en het klok­je. “Nee, die wa­ren niet

“Ik heb de au­to zo­veel mo­ge­lijk uit­ge­rust als een Civic RS, zo­als die des­tijds in Ja­pan le­ver­baar was.”

stan­daard, maar ik heb de au­to zo­veel mo­ge­lijk uit­ge­rust als een Civic RS, zo­als die des­tijds in Ja­pan le­ver­baar was. Ook de mo­tor is aan­ge­past, van­daar dat-ie wat on­rus­tig loopt.” In­der­daad klinkt de vier­ci­lin­der een beet­je ner­veus en zo ge­draagt-ie zich ook. Daar staat te­gen­over dat de gas­res­pons on­ge­loof­lijk di­rect is; de Hon­da is veel snel­ler dan de Datsun en wil er­van­door als een hit­si­ge reu die een loops buurt­teef­je op het spoor is.

Am­bi­ti­eus pro­ject

Zo be­ze­ten als Wil­co is van Datsun, zo weg is Mark van Hon­da. “Dat is be­gon­nen met Hon­da­brom­mers, en ge­lei­de­lijk ging de be­lang­stel­ling over naar au­to’s. Mijn eer­ste au­to was nog een Hyun­dai, maar al na een half­jaar ver­ruil­de ik die voor een Civic CRX. Op een ge­ge­ven mo­ment kreeg ik be­lang­stel­ling voor ou­de­re au­to’s. Dat kwam door een neef van mijn vrien­din, die veel klas­sie­ker­ral­ly’s reed met Al­fa’s.” Van het een kwam het an­der en in 2005 kocht Mark een Hon­da S800 als res­tau­ra­tie­pro­ject. “Die au­to heb ik in krat­ten en do­zen op­ge­haald en ik heb er acht jaar over ge­daan om hem te res­tau­re­ren. Het bleek geen sim­pe­le au­to, bo­ven­dien zijn de on­der­de­len prij­zig. Voor­deel is dat er veel spul­len wor­den na­ge­maakt. Het was wel een leuk ding – slechts 800 cc, en toch mooi 80 pk. Die neef van mijn vrien­din kon me haast niet los rij­den met zijn twee­li­ter Al­fa GTV!”

Toch droomt Mark stie­kem van iets gro­ters: een Datsun 240Z. Hij vindt een aar­di­ge op­knap­per en na in­ruil van de S800 blijft er ge­noeg bud­get over om de Datsun te res­tau­re­ren. Maar on­der­tus­sen speelt het hard­nek­ki­ge Honda­vi­rus weer op. Het leidt in 2015 tot de aan­koop van een ro­de Civic. Het is een ori­gi­neel Ne­der­land­se au­to, die in 1974 op ken­te­ken is ge­zet, maar in 1973 van de band is ge­lo­pen.

Voor zo­ver Mark weet, is het de oud­ste ge­re­gi­streer­de Civic van Ne­der­land. Hij heeft bij aan­koop niet meer de ori­gi­ne­le EB1-mo­tor met 1170 cm3, maar een nieu­we­re EB3 met 1238 cm3.

De res­tau­ra­tie van de Civic wordt een am­bi­ti­eus pro­ject. Niet al­leen om­dat Mark echt ál­les uit el­kaar haalt en elk bout­je en schroef­je laat ver­zin­ken, maar ook om­dat hij van zijn Civic een RS-loo­k­a­li­ke wil ma­ken. Dat be­te­kent dat de au­to RS-oran­je moet wor­den, ver­der heeft een RS een ge­wij­zigd on­der­stel, 13-inch licht­me­ta­len wie­len, een spor­tief dashboard, een vijf­bak én een an­de­re mo­tor met dub­be­le car­bu­ra­teur. Het ver­mo­gen ligt daar­door op

76, in plaats van 60 pk. Marks au­to komt heel dicht bij een ech­te RS. Hij weet zelfs een set ori­gi­ne­le dub­be­le car­bu­ra­teurs en een zeld­za­me vijf­bak te be­mach­ti­gen. RS-vel­gen blij­ken

Mark weet zelfs een set dub­be­le car­bu­ra­teurs en een vijf­bak te be­mach­ti­gen.

daar­en­te­gen on­vind­baar en van­we­ge de apar­te steek zijn ver­van­gen­de wie­len even­eens las­tig te krij­gen. Om die re­den laat Mark bij Mi­ni­li­te in En­ge­land een set loo­k­a­li­kes ma­ken. “In­mid­dels heb ik ook een EB1-mo­tor ge­kocht, én een RS-uit­laatspruit­stuk, zo­dat ik hem tech­nisch he­le­maal ori­gi­neel kan ma­ken.” De ver­bre­de RS-spat­bor­den blij­ven daar­en­te­gen een uto­pie. “Als je die al kunt vin­den, dan kos­ten ze echt de hoofd­prijs, want in Ja­pan is de Civic RS te­gen­woor­dig een cult­au­to.”

Ame­ri­kaan­se best­sel­ler

‘Cult­au­to’ is mis­schien niet de juis­te term, maar in de Ver­e­nig­de Sta­ten wordt de Civic een com­mer­ci­ë­le klap­per. Van 1973 tot en met 1979 gaan er 767.000 over de toon­bank. Dat de klei­ne Hon­da zó enorm aan­slaat, heeft twee re­de­nen. Als ge­volg van de olie­cri­sis neemt de po­pu­la­ri­teit van com­pac­te, zui­ni­ge mo­del­len so­wie­so toe, en in een aan­tal sta­ten pro­fi­teert de Civic als een van de eer­ste im­port­mo­del­len van de in­voe­ring van lood­vrije ben­zi­ne. Want al in 1974, lang voor­dat veel an­de­re fa­bri­kan­ten zo­ver zijn, is de nieu­we CVCC-mo­tor van de Civic ge­schikt voor on­ge­lo­de brand­stof. Dat de eer­ste Civic in Ne­der­land geen best­sel­ler wordt, wij­ten we voor­al aan de prijs. Bo­ven­dien is Hon­da be­gin ja­ren 70 nog een on­be­ken­de spe­ler op de Ne­der­land­se au­to­markt en Eu­ro­pe­a­nen zijn wat dat be­treft nu een­maal con­ser­va­tie­ver dan Ame­ri­ka­nen.

Dat de Datsun 120A FII het Eu­ro­pe­se suc­ces van zijn voor­gan­ger niet weet uit te bou­wen, heeft an­de­re oor­za­ken. Zo heeft de FII nog al­tijd geen der­de of vijf­de deur, zo­als de VW Golf en veel an­de­re mo­del­len die in­mid­dels wel heb­ben. Ook qua vorm­ge­ving spreekt de 100A-op­vol­ger niet echt aan. Bij de Nis­san Cherry die in 1978 op de Eu­ro­pe­se markt komt, is een en an­der be­ter voor el­kaar. Maar de con­cur­ren­tie is nóg ster­ker dan voor­heen. Zelfs de Opel Ka­dett (1979) en de Ford Es­cort (1980) gaan op de mo­der­ne toer. Vreemd ge­noeg zijn die best­sel­lers bij­na net zo zeld­zaam als de­ze Ja­pan­se vroegbloeiers. Maar om de een of an­de­re re­den doen de Cherry en Civic exo­ti­scher en bij­zon­der­der aan. Ze­ker in de­ze lek­ke­re fel­le se­ven­ties-kleu­ren zijn ze een sie­raad voor het 21ste-eeuw­se straat­beeld.

 De eer­ste Cherry had nog heel smal­le ach­ter­lich­ten, Wil­co’s au­to heeft de la­te­re blok­jes-ach­ter­lich­ten met in­ge­bouw­de ach­ter­uit­rij­lam­pen. Wil­co van Al­fen geeft het eer­lijk toe: hij is Datsun-gek.

 Niet krach­tig, wel on­ge­loof­lijk soe­pel en on­ver­woest­baar, dit dwars­ge­plaatste een­li­ter­tje. Het ho­ge dashboard is in de ja­ren 70 een ty­pisch ken­merk van Ja­pan­se au­to’s. Vei­lig? Vol­gens de Ne­der­land­se pers be­lem­me­ren de aan­ge­bouw­de hoofd­steu­nen het zicht. En de bre­de C-stij­len hel­pen ook al niet.

 Ook de stan­daard Civic heeft twee van de­ze veel­be­lo­ven­de lucht­in­la­ten in de mo­tor­kap. An­ders dan de Cherry, was de Civic wél le­ver­baar met der­de deur en neer­klap­ba­re ach­ter­bank. Met de ori­gi­ne­le mo­tor was de Civic al lek­ker pit­tig, door di­ver­se aan­pas­sin­gen is Marks au­to rond­uit hit­sig.

 Bin­nen­in doet de Civic luch­ti­ger aan dan de Cherry. Het hou­ten stuur, de vijf­bak en de ex­tra in­stru­men­ten ho­ren bij de RS-aan­pas­sin­gen.Het liefst wil ei­ge­naar Mark ook nog RS-stoe­len mon­te­ren. Half stof­fen be­kle­ding en ver­stel­ba­re hoofd­steu­nen; dat is in 1974 pu­re luxe! Mark Brou­wer is de trot­se ei­ge­naar van de oud­ste Civic van Ne­der­land.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.