SAAB 99 COM­BI COU­PÉ TUR­BO

Un­leash yourself. The re­vo­lu­ti­on starts he­re. Hel­lo blo­wer, bye, bye bo­re­dom. Het zijn maar een paar voor­beel­den van kras­se tek­sten uit bro­chu­res en tests van de eer­ste Saab 99 Tur­bo uit 1978. Het mo­del heeft een enor­me im­pact en geldt als de aarts­va­der v

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud • Classic Cars 29 - Tekst: Gert Weg­man • Fo­to’s: Igor Stuif­zand

Te­gen­woor­dig is bij­na el­ke au­to met een tur­bom­o­tor le­ver­baar, maar eind ja­ren 70 is een tur­bo nog span­nend en exo­tisch. De Dik­ke van Da­le wordt zelfs ver­rijkt met al­ler­lei sa­men­stel­lin­gen waar­bij de hef­tig­heids­of snel­heids­graad wordt aan­ge­duid door het woord­je ‘tur­bo’ voor­aan te plaat­sen: tur­bo­zwan­ger­schap, tur­bo­groei en tur­bo­taal. Dit jaar viert de Saab 99 zijn vijf­tig­ste ver­jaar­dag en is het veer­tig jaar ge­le­den dat de 99 Tur­bo op de markt kwam. Aan­van­ke­lijk is-ie er al­leen als Com­bi Cou­pé, een car­ros­se­rie­va­ri­ant met een gro­te der­de deur. Dat duurt slechts een jaar, wat de drie­deurs 99 Tur­bo tot een zeld­za­me au­to maakt. De me­tal­lic ro­de 99 van Joost is één van die schaar­se tur­bo­pi­o­niers.

Tot de komst van de tur­bo­ver­sie geldt de

Saab 99 als een de­ge­lij­ke en vei­li­ge, maar ook wat saaie au­to. Toch zijn span­ning en sen­sa­tie niet de doel­stel­lin­gen wan­neer Saab met de tur­bo­tech­niek aan de slag gaat. De Zwe­den wil­len voor­al de ver­koop­cij­fers op­schroe­ven en zien de VS als be­lang­rij­ke groei­markt. Pro­bleem is dat de Ame­ri­ka­nen graag mi­ni­maal zescilinder oomph wil­len als ze een du­re Eu­ro­pe­se au­to ko­pen, en dat kun­nen Saabs vier­ci­lin­ders niet bie­den.

Tur­bo uit geld­ge­brek

Geld om een ei­gen zescilinder te ont­wik­ke­len, heeft Saab niet. Om die re­den grij­pen de Zwe­den naar de tur­bo­com­pres­sor, een uit­vin­ding uit 1905 van de Zwit­ser Alfred Büchi. Sinds de ja­ren 50 wor­den tur­bo’s mond­jes­maat toe­ge­past bij vracht­wa­gens, en be­gin ja­ren 60 lo­pen in de VS twee per­so­nen­au­to’s met tur­bo van de band: de Olds­mo­bi­le Cut­lass Jet­fire en de Che­vro­let Cor­vair Mon­za. De pro­duc­tie­aan­tal­len blij­ven laag. Ook van de uit­ge­spro­ken spor­tie­ve BMW 2002 tur­bo (1973-1974) wor­den maar 1672 stuks ge­bouwd. Veel­ge­hoor­de klach­ten over de tur­bom­o­to­ren zijn de ma­ti­ge trek­kracht bij la­ge toe­ren­tal­len, de bruus­ke ver­mo­gens­op­bouw en het ho­ge ver­bruik.

Bij Saab gaat in­ge­ni­eur Per Gill­brand met de ‘lucht­pomp’ aan de slag, die vol­gens hem voor­al voor soe­pel­heid en rij­ge­mak moet zor­gen. Gill­brand komt met een was­te­ga­te die een be­te­re krachts­op­bouw be­werk­stel­ligt. Daar­mee wordt de tur­bo veel pret­ti­ger in de om­gang. Als ver­koop­ar­gu­ment roe­pen de Zwe­den dat een tur­bo het in­ha­len lek­ker vei­lig maakt, ter­wijl een ge­bla­zen vier­ci­lin­der bo­ven­dien zui­ni­ger is dan een at­mos­fe­ri­sche zescilinder. In de prak­tijk gaat dat laat­ste nau­we­lijks op. Sim­pel­weg om­dat het tur­bo-ef­fect zo ver­sla­vend werkt, dat zelfs de saaiste wis­kun­de­le­raar het niet kan la­ten om als een uit­ge­la­ten kleu­ter op het gas­pe­daal te stam­pen.

Dik­ke BMW’s af­schud­den

On­der aan­moe­di­ging van Joost la­ten ook wij ons ver­lei­den tot kleu­ter­ge­drag. De vier­bak van de Saab 99 Tur­bo staat in de hoog­ste ver­snel­ling en bij 80 km/h doen we braaf wat ons ge­zegd wordt. Maar aan­van­ke­lijk ge­beurt er

niet veel. Tot­dat de wij­zer van de tur­bo­druk­me­ter hal­ver­we­ge het oran­je ge­bied komt. Dan gaat de be­jaar­de Zweed er­van­door als­of-ie ge­hoord heeft dat ze bij de staats­drank­win­kel gra­tis wod­ka uit­de­len. Be­ge­leid door een aan­zwel­len­de fluit­toon schie­ten we rich­ting 140, 150 km/h – een Vol­vo V70-rij­der in ver­ba­zing ach­ter­la­tend.

Joost ver­telt en­thou­si­ast: “Mijn broer heeft ook zo’n Vol­vo ge­had. Een T5 R, op­ge­voerd tot 340 pk. Hij lach­te al­tijd een beet­je om mijn ou­de Saab, maar na een di­rec­te con­fron­ta­tie op de snel­weg was dat over. Van­af zo’n 120 ga­ven we vol gas en tot on­ge­veer 180 km/h reed-ie me niet los. De mo­tor is wel wat ge­kie­teld, hoor, en hij heeft nu dik 200 pk in plaats van de ori­gi­ne­le 145.” Die ver­mo­gen­sup­gra­de is te dan­ken aan een he­le reeks aan­pas­sin­gen, waar­on­der een an­de­re ont­ste­kingsti­ming, een snel lucht­fil­ter, een aan­ge­pas­te bo­bi­ne en een spe­ci­a­le brand­stof­druk­re­ge­laar. Ver­der werd er een in­ter­coo­ler van een Saab 900 ge­mon­teerd, is de tur­bo­druk op­ge­voerd en is Joosts 99 voor­zien van een custom ma­de uit­laat van EPS, die voor een be­te­re flow zorgt. “De fun is om on­ge­dul­di­ge Audi- en BMW-rij­ders die op mijn bum­per ko­men han­gen, even kort af te schud­den. Als ik dan even la­ter weer naar rechts schuif, krijg ik stee­vast een dik­ke duim.”

Sla­pen in de kof­fer­bak

Joosts lief­de voor ou­de Saabs, is geen toe­val – hij komt uit een echt Saab-nest. “Ik weet nog dat ik in 1977 met mijn va­der on­ze eer­ste Saab bij de de­a­ler ging op­ha­len, een ro­de 99 Com­biCou­pé. Daar ver­tel­de de ver­ko­per over de ‘zich­zelf her­stel­len­de bum­pers’, die be­stand wa­ren te­gen par­keer­bot­sin­gen. Dat vond ik heel fas­ci­ne­rend. Maar nog leu­ker wa­ren de rit­ten in het don­ker, na een be­zoek­je aan opa en oma of oom en tan­te. Dan werd de ach­ter­bank neer­ge­klapt en moch­ten mijn broer, mijn zus en ik op een ma­tras­je ach­ter­in lig­gen tot­dat we in slaap vie­len.” Al­ber­sen se­ni­or bleef Saab ja­ren­lang trouw en toen Joost ou­der werd, kreeg hij zijn eer­ste rij­les­sen in va­ders zil­ver­grij­ze 900 GLi.

Een­maal zelf rij­be­voegd, reed Joost ach­ter­een­vol­gens in een Fi­at Uno en een Su­zu­ki Swift, en had hij naast de Swift een aca­ci­a­groe­ne 99 Tur­bo 2 als hob­by­au­to. “Be­gin ja­ren 90 reed ik met mijn Swift in een aar­dig tem­po over de Rou­te du So­leil. En op­eens wé­rd ik me toch voor­bij ge­knald door een ro­de Saab 99 Com­bi Cou­pé – als­of ik stil­stond! Toe­val­lig trof ik de au­to en zijn be­stuur­der Jer­ry even la­ter bij een tank­sta­ti­on. Door hem kwam ik er­ach­ter dat er van de drie­deurs 99 er ook een tur­bo­ver­sie was. En van­af toen wist ik het ze­ker: ik wil­de óók zo’n Com­bi Cou­pé Tur­bo!”

Flint­s­to­nes-au­to

Voor­dat het zo­ver kwam, had Joost nog een paar an­de­re Saabs, maar in 2001 kwam hij zijn hui­di­ge 99 Tur­bo op het spoor. “Ik heb een aan­tal au­to’s be­ke­ken, waar­on­der een­tje in Zwe­den. De ei­ge­naar had voor­af prach­ti­ge ver­ha­len, maar zijn 99 was net een Flint­s­to­nes­au­to; de roest­ga­ten za­ten echt over­al.”

Uit­ein­de­lijk vond Joost zijn Tur­bo 1 ge­woon in Ne­der­land. Er stond krap 140.000

De be­jaar­de Zweed gaat er­van­door als­of-ie heeft ge­hoord dat ze bij de staats­drank­win­kel gra­tis wod­ka uit­de­len.

ki­lo­me­ter op de tel­ler en de au­to zag er net­jes uit. “Al­leen ben ik nog­al een per­fec­ti­o­nist en daar­om wil­de ik hem ri­gou­reus la­ten aan­pak­ken. Via een vriend kwam ik bij een res­tau­ra­teur in Zel­hem te­recht. We spra­ken een gun­sti­ge prijs af en ik zei: ‘kijk maar wan­neer-ie klaar is’. Ik wil­de dat echt ál­les werd ge­re­vi­seerd of ver­nieuwd, zo­dat de au­to na res­tau­ra­tie in con­cours­staat zou ver­ke­ren. On­der­tus­sen ging ik zelf op zoek naar on­der­de­len, waar­on­der nieu­we spat­bor­den. Maar gek ge­noeg bleek de car­ros­se­rie op bij­na al­le be­ken­de plek­ken in goe­de staat. Al­leen de on­der­kant van de por­tie­ren, de voe­ten­bak van de be­stuur­der en de kof­fer­bak­bo­dem ver­toon­den roest­plek­jes. Maar ja, die nieu­we spat­scher­men had ik toch al, van­daar dat ik ze wel heb la­ten mon­te­ren.”

Nieuw uit de doos

Om­dat de mo­tor pri­ma liep en de mo­tor­ruim­te er piek­fijn uit­zag, liet Joost hem aan­van­ke­lijk on­ge­moeid. “Maar toen ik de au­to weer ging op­bou­wen, be­sloot ik toch om de mo­tor te la­ten re­vi­se­ren. Ge­woon, om­dat ik er ze­ker van wil­de zijn dat ik er de ko­men­de der­tig jaar geen om­kij­ken naar zou heb­ben.” Om de­zelf­de re­den wer­den ook al­le on­der­de­len van de wiel­op­han­ging, het rem­sys­teem en al­le rand­ap­pa­ra­tuur ver­van­gen.

On­der­tus­sen had Joost een ei­gen pri­véon­der­de­len­ma­ga­zijn aan­ge­legd met al­ler­lei schaar­se goodies. Bij on­der­de­len­da­gen van de Saab-club ging hij nog net niet de avond

te­vo­ren met een slaap­zak op de stoep lig­gen, maar hij was er wel al­tijd vroeg bij: “Zo, maar ook via in­ter­net, heb ik veel schaar­se on­der­de­len op de kop ge­tikt, zo­als splin­ter­nieu­we kop­lam­pen en ach­ter­lich­ten. Zelfs een ach­ter­bum­per, nieuw in de doos – echt su­per­zeld­zaam, en voor leu­ke prij­zen.” Bij het op­bou­wen van de car­ros­se­rie komt Joosts per­fec­ti­o­nis­ti­sche aard weer om de hoek kij­ken. “Om het plaat­werk te be­scher­men, voor­za­gen we al­le bout­jes en klem­me­tjes van een stuk ta­pe of een laag­je tec­tyl. En al­le hol­le ruim­tes wer­den vol­ge­spo­ten met wax.”

Van het in­te­ri­eur wa­ren al­leen de he­mel­be­kle­ding en de be­kle­ding van de be­stuur­ders­stoel aan ver­van­ging toe. Maar na­dat de be­kle­ding was ver­nieuwd, vond Joost een set nieu­we Saab Sport & Ral­ly-stoel­hoe­zen, een ori­gi­neel Saab-ac­ces­soi­re, in vrij­wel de­zelf­de kleur.

“Het groot­ste hoofd­pijn­dos­sier tij­dens de op­bouw­fa­se was het Hol­lan­dia-schuif­dak. Daar ben ik dá­gen mee be­zig ge­weest, maar het blééf aan­lo­pen. Uit­ein­de­lijk ben ik een spe­ci­a­list op het spoor ge­ko­men; bin­nen een uur­tje had hij het voor el­kaar. In ok­to­ber 2003 was de res­tau­ra­tie vol­tooid en ben ik er­mee naar mijn broer en zus ge­re­den. Een van de eer­ste din­gen die ze zei­den was: ‘hij ruikt ook echt naar de au­to’s van pa­pa’. Mooi is dat, hè?”

Bij­na on­trouw

Wie zijn au­to mooi wil hou­den, moet pijn lij­den. Joost doet dat door veel naar zijn 99 Tur­bo te ver­lan­gen, zon­der dat-ie er al te veel mee rijdt. “Ik haal hem re­gel­ma­tig even van stal. Maar al­leen bij mooi droog weer en ik ga nooit ver. Het is te­gen­woor­dig zo druk op de weg en voor je het weet, heb je een steen in je ruit. Ik heb dan wel een nieu­we voor­ruit op zolder lig­gen, maar ook steen­slag op je lak wil je niet, want dan moet je toch weer spul­len ver­van­gen of over­spui­ten.” Een tijd­je ge­le­den was het wel even schrik­ken tij­dens zo’n zon­dags­rit­je: “De mo­tor was lek­ker warm ge­re­den en ik dacht: nu even gas ge­ven. Maar toen hoor­den we toch een knal! Met­een al­le po­wer weg, en wat bleek: een tur­bos­lang ge­scheurd. Ge­luk­kig kon ik het pro­bleem voor dat mo­ment fik­sen met een stuk duct­ta­pe, maar je hart maakt wel even een spron­ge­tje.”

Hoe­wel de lief­de van Joost voor zijn ro­de 99 diep zit, heeft hij een tijd­je ge­le­den in du­bio

ge­staan om hem weg te doen. “Op een ge­ge­ven mo­ment reed ik langs een ga­ra­ge­be­drijf in Sche­ve­nin­gen waar een zwar­te Tur­bo 1 in de show­room stond. Ik naar bin­nen om te kij­ken, en wat denk je: punt­gaaf! Hij zat on­der het stof en de ban­den wa­ren vier­kant, maar er stond maar 77.000 ki­lo­me­ter op de tel­ler. Het bleek de au­to te zijn van een tand­arts, die de au­to daar ‘voor­lo­pig’ had ge­stald, we­gens een pro­bleem met het in­jec­tie­sys­teem. Dat ‘voor­lo­pig’ duur­de in­mid­dels al tien jaar. Hij was de twee­de ei­ge­naar en had de au­to in 1979 ge­kocht. Hoe­wel hij er nau­we­lijks mee heeft ge­re­den, vond hij het las­tig om er af­stand van te doen. Uit­ein­de­lijk ging hij over­stag en heb ik de au­to sa­men met een an­de­re vriend – te­vens Tur­bo 1-be­zit­ter – ge­kocht. Zo vind je geen twee­de; ori­gi­neel Ne­der­lands, met zo wei­nig ki­lo­me­ters en in roest­vrije staat. We heb­ben lang na­ge­dacht over wat we er­mee wil­den, en na rijp be­raad heb­ben we be­slo­ten om hem te ver­ko­pen. Ik ben wel even in de ver­lei­ding ge­weest om mijn ro­de 99 er­voor te ver­rui­len, maar ik doe het toch niet. Na 17 jaar heb ik daar echt een band mee ge­kre­gen, he­le­maal om­dat ik hem met de hulp van Jer­ry zelf in el­kaar heb ge­zet.”

 Stan­daard le­ver­de de tur­bom­o­tor 145 pk. Eind ja­ren 70 was dat een dui­ze­ling­wek­ken­de waar­de voor een twee­li­ter vier­ci­lin­der. Na di­ver­se in­gre­pen zit de au­to van Joost op zo’n 200 pk. Joost: “Som­mi­gen den­ken dat de tur­bo­p­laat­jes bij de Gam­ma van­daan ko­men, tot­dat ik gas geef." Spe­ci­a­list EPS maak­te een rvs uit­laat op maat.

 De car­ros­se­rie was nog in op­mer­ke­lijk goe­de staat. Voor de ze­ker­heid heeft Joost toch al­le spat­bord­ran­den la­ten ver­van­gen. Aan­van­ke­lijk werd de mo­tor on­ge­moeid ge­la­ten, maar uit­ein­de­lijk heeft Joost hem toch la­ten re­vi­se­ren. Daar­bij werd ui­ter­aard ook de dis­tri­bu­tie­ket­ting ver­nieuwd.

 Nieu­we 99-ach­ter­bum­pers zijn zeer zeld­zaam, maar Joost wist er een­tje te vin­den. Niet ie­der­een vond de In­ca-wie­len mooi. Ze zijn in elk ge­val wel zeer her­ken­baar. Hij ziet er nog­al in el­kaar ge­knut­seld uit, toch is dit echt de voor­spoi­ler die er af fa­briek on­der de 99 Tur­bo zat. Ei­ge­naar Joost Al­ber­sen (l) en Saab­vriend Jer­ry Gout klin­ken op de vol­tooi­ing van de res­tau­ra­tie.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.