BIN­NEN­STEBUI­TEN

Audi wordt door ve­len ge­zien als dé pi­o­nier op het ge­bied van ‘ge­wo­ne’ per­so­nen­au­to’s met vier­wiel­aan­drij­ving. Toch werd de Audi Quattro voor­ge­gaan door vier­wiel­aan­ge­dre­ven Spy­kers, Jen­sens en Sub­aru’s. Maar geen van die au­to’s had zo­veel im­pact als Audi’

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud • Classic Cars 29 - Tekst: Gert Weg­man

Door­kijk­plaat van de Audi Quattro Ral­ly

Audi’s ei­gen ont­wer­per Hart­mut War­kuss is ver­ant­woor­de­lijk voor het ont­werp van de Quattro. In fei­te heeft hij het zich­zelf niet moei­lijk ge­maakt. Hij heeft een cou­pé­va­ri­ant van de Audi 80 op pa­pier ge­zet en die voor­zien van flink uit­ge­bouw­de spat­bor­den. Om het ge­wicht zo laag mo­ge­lijk te hou­den, heeft Audi ze van kunst­stof ge­maakt. In 1984 on­der­vindt de Quattro in de ral­ly­sport veel con­cur­ren­tie van lich­te­re mo­del­len als de Peu­ge­ot 205 en de Lan­cia Del­ta. Daar­om zet Audi de zaag in de ral­ly­au­to en doopt het 32 cen­ti­me­ter in­ge­kor­te mo­del Sport­quat­tro. Om ho­mo­lo­ga­tie­re­de­nen bouwt Audi hier­van 214 straat­ver­sies.

In­ge­ni­eur Franz Teng­ler heeft voor de Audi Quattro een bij­zon­der sys­teem voor de per­ma­nen­te vier­wiel­aan­drij­ving be­dacht. Het maakt ge­bruik van een hol­le uit­gaan­de as met daar­in een twee­de aan­drijf­as. Zo kun­nen de aan­drijf­krach­ten in twee rich­tin­gen wor­den ge­stuurd. Eerst gaan de krach­ten naar het in de ver­snel­lings­bak ge­ïn­te­greer­de tus­sen­dif­fe­ren­ti­eel. Ver­vol­gens wor­den ze ver­deeld over een voor- en een ach­ter­dif­fe­ren­ti­eel, bei­de met een hand­be­dien­de sper. In 1987 voor­ziet Audi de Quattro van een tor­sen-dif­fe­ren­ti­eel dat de

aan­drijf­krach­ten af­han­ke­lijk van de grip over de voor- en de ach­ter­as ver­deelt.

In de straat­ver­sie van de ge­wo­ne Quattro zit je op bre­de stoe­len met com­for­ta­be­le ve­lours be­kle­ding. Ge­ze­ten op de­ze flin­ter­dun­ne Re­ca­ro’s ein­di­gen Michèle Mou­t­on en Han­nu Mik­ko­la in 1981 op de vijf­de plek in het We­reld­kam­pi­oen­schap Ral­ly’s. Met de hulp van Stig Blom­q­vist ha­len ze in 1982 de eer­ste we­reld­ti­tel voor Audi bin­nen. Twee jaar la­ter her­ha­len ze dit kunst­je sa­men met Wal­ter Röhrl, maar dan in een Sport­quat­tro. Tus­sen­door wordt met de ‘ge­wo­ne’ Quattro nog een twee­de plek ge­scoord. On­der de mo­tor­kap van de vier­wiel­aan­ge­dre­ven Audi ligt een 2,1-li­ter vijf­ci­lin­der met een tur­bo. In de straat­ver­sie le­vert de prach­tig rof­fe­len­de vijf­ci­lin­der 200 pk. Dank­zij de vier­wiel­aan­drij­ving knal je zon­der wiel­spin in 7,1 se­con­den naar 100 km/h. Vol­gens Audi is het feest pas af­ge­lo­pen bij 220 km/h. In de eer­ste ral­ly­ver­sie le­vert de tur­bom­o­tor met in­ter­coo­ler 305 pk. In 1985 is dit ge­ste­gen tot 355 pk.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.