NAS-schij­ven van 3 tot 12 TB

Har­de schij­ven van 3 tot 12 TB voor NAS-sys­te­men

C’t Magazine - - Inhoud - Lutz Labs

Voor het op­slaan van ge­ge­vens in een NAS zijn tra­di­ti­o­ne­le har­de schij­ven snel ge­noeg. Du­re ssd's zou­den zin­lo­ze over­kill zijn. Wij heb­ben 23 har­de schij­ven ge­test die ge­op­ti­ma­li­seerd zijn voor NAS­sys­te­men.

In de NAS­sys­te­men die we in het ar­ti­kel hier­voor heb­ben be­spro­ken, is ruim­te voor maxi­maal twee har­de schij­ven. Als je dan zou kie­zen voor schij­ven van 12 TB, zou je je NAS kun­nen voor­zien van een maxi­ma­le op­slag­ca­pa­ci­teit van maar liefst 24 TB.

Niet ie­der­een heeft zo veel op­slag­ruim­te no­dig. Veel ge­brui­kers heb­ben al ge­noeg aan een tien­de van die op­slag­ca­pa­ci­teit. Maar je hebt de keu­ze, want de NAS­ap­pa­ra­ten on­der­steu­nen al­le ca­pa­ci­tei­ten die de har­de­schijf­fa­bri­kan­ten le­ve­ren.

Mo­men­teel zijn er ove­ri­gens nog maar drie fa­bri­kan­ten die spe­ci­a­le NAS­schij­ven ma­ken: Se­a­ga­te, To­s­hi­ba en Wes­tern Di­gi­tal (WD). Ze heb­ben al­le drie schij­ven in hun as­sor­ti­ment voor NAS­sys­te­men waar maxi­maal acht schij­ven in pas­sen. De Pro­se­ries van Se­a­ga­te en WD zijn ge­schikt voor sys­te­men met maxi­maal 16 schij­ven.

We heb­ben de 3,5­inch schij­ven Se­a­ga­te Ironwolf en Ironwolf Pro, To­s­hi­ba N300 en WD Red en Red Pro aan on­ze test on­der­wor­pen. Dri­ves in 2,5 inch­for­maat zijn als goed­ko­pe op­tie voor NAS­ap­pa­ra­ten nau­we­lijks ver­krijg­baar, al­leen WD heeft een Red­va­ri­ant in zijn as­sor­ti­ment. De maxi­ma­le ver­krijg­ba­re ca­pa­ci­teit van de­ze schijf is 1 TB, wat voor de mees­te thuis­ge­brui­kers te wei­nig is. Naar on­ze me­ning is drie TB de mi­ni­ma­le ca­pa­ci­teit die je no­dig hebt. Min­der is nau­we­lijks de moei­te waard, bo­ven­dien is de prijs per gi­ga­by­te te hoog

ver­ge­le­ken met schij­ven met een gro­te­re ca­pa­ci­teit.

De groot­ste ca­pa­ci­teit biedt Se­a­ga­te met zijn he­li­um ge­vul­de 12 TB dri­ves. WD biedt mo­men­teel maxi­maal 10 TB per schijf. To­s­hi­ba, de klein­ste spe­ler van de drie, heeft wel­is­waar al een lucht ge­vul­de 10 TB ser­ver­schijf ge­ïn­tro­du­ceerd, maar wat NAS­schij­ven be­treft houdt het mo­men­teel bij 8 TB op – hoe­wel dit jaar nog gro­te­re he­li­um­schij­ven ge­pland staan.

Har­de schijf of ssd

De mees­te NAS­ap­pa­ra­ten heb­ben een 1 gi­ga­bit­ether­net aan­slui­ting. Daar haal je een maxi­ma­le net­to over­drachts­snel­heid van 110 MB/s mee. Al­le har­de schij­ven uit de­ze test kun­nen dat bij­be­nen, in elk ge­val op de bui­ten­ste spo­ren van de schij­ven die als eer­ste be­schre­ven wor­den. Op de bin­nen­ste spo­ren daalt de over­drachts­snel­heid on­der de grens van 100 MB/s, en de schij­ven zijn daar­mee tra­ger dan het net­werk. Ssd's zijn over het al­ge­meen stuk­ken snel­ler, maar die kos­ten aan­zien­lijk meer en zijn hoog­uit de moei­te waard als je een bij­zon­der snel net­werk hebt. Een ssd van 4 TB kost mo­men­teel ten min­ste 1300 eu­ro, ter­wijl je voor een har­de schijf met de­zelf­de ca­pa­ci­teit hoog­uit een tien­de hier­van kwijt bent.

Har­de schij­ven zijn ook nog eens een stuk tra­ger bij be­na­de­rin­gen van wil­le­keu­ri­ge adres­sen dan se­quen­ti­ë­le be­na­de­rin­gen. SATA­ssd's ha­len tot 100.000 IOPS ter­wijl har­de schij­ven maar en­ke­le hon­der­den be­ha­len. Als je een da­ta­ba­se of VM's van­af het net­werk wilt draai­en, dan is een ssd de be­te­re keu­ze. Dan is het wel het over­we­gen waard om de­ze op een apar­te NAS op te slaan die je voor dit doel­ein­de re­ser­veert.

Desktop­schij­ven vs. NAS­schij­ven

NAS­schij­ven zijn duur­der dan desktop­schij­ven met de­zelf­de ca­pa­ci­teit. Dat geldt al he­le­maal voor de Pro­se­ries van WD en Se­a­ga­te. Dat heeft zo zijn re­de­nen.

Ter­wijl veel desktop har­de schij­ven be­re­kend zijn op hoog­uit 2400 uur per jaar draai­en – wat on­ge­veer over­een­komt met 300 werk­da­gen à acht uur per dag – zijn NAS­schij­ven ge­maakt voor '24/7', of­wel con­ti­nu ac­tief zijn. Bo­ven­dien heb­ben NAS­schij­ven een ho­ge­re wor­kload ra­ting: desktop­schij­ven van Se­a­ga­te mo­gen vol­gens hun spe­ci­fi­ca­tie maxi­maal 55 TB le­zen en schrij­ven. Bij stan­daard NAS­schij­ven is dit 180 TB, de Pro­ver­sies mo­gen zelfs 300 TB ver­wer­ken. Bo­ven­dien heb­ben de fa­bri­kan­ten de ga­ran­tie­duur bij de Prover­sies ver­lengd tot vijf jaar. De meer­prijs die je voor de­ze ver­sies moet be­ta­len daalt naar­ma­te de ca­pa­ci­teit stijgt: de 4 TB schijf Ironwolf Pro is on­ge­veer 50 pro­cent duur­der dan de stan­daard Ironwolf, ter­wijl het 12 TB­mo­del nog maar 16 pro­cent meer kost.

On­ze le­zers wij­zen ons re­gel­ma­tig op cloud­aan­bie­der Back­bla­ze, die naar ver­luidt uit­slui­tend desktop­schij­ven in zijn ser­vers stopt. Dit ligt iets ge­nu­an­ceer­der en in­mid­dels enigs­zins ach­ter­haald: Back­bla­ze ge­bruikt uit­ge­brei­de op­slagsoft­wa­re met een ho­ge re­dun­dan­tie en maakt steeds va­ker ge­bruik van schij­ven die ge­schikt zijn om con­ti­nu te draai­en. Vol­gens de meest re­cen­te sta­tis­tie­ken [1] dui­ken er bij Back­bla­ze steeds meer ser­ver­schij­ven op – het lijkt er­op dat zo goed­koop mo­ge­lijk aan­schaf­fen op de lan­ge ter­mijn toch duur­koop blijkt. Wij ra­den ove­ri­gens aan om bij de keu­ze van een har­de schijf voor een NAS ook het ad­vies van je NAS­fa­bri­kant te raad­ple­gen. De fa­bri­kan­ten con­tro­le­ren al­ge­meen be­schik­ba­re schij­ven op ge­schikt­heid voor hun sys­te­men.

In NAS­sys­te­men met echt veel schij­ven zijn de spe­ci­a­le NAS­schij­ven pas zin­vol. In de dri­ves van To­s­hi­ba en de Pro­se­ries van Se­a­ga­te en WD zit­ten vi­bra­tie­sen­so­ren die de tril­lin­gen van naast­ge­le­gen dri­ves waar­ne­men en hier­voor com­pen­se­ren. Een sys­tee­m­in­ge­ni­eur van SUN heeft een vi­deo be­schik­baar ge­steld waar­in hij het ne­ga­tie­ve ef­fect van vi­bra­ties aan­toont: hij schreeuwt hard bij een set draai­en­de har­de schij­ven, die ver­vol­gens met dui­de­lijk meet­ba­re la­ten­ties re­a­ge­ren [2]. Een an­de­re re­den om spe­ci­a­le NAS­dri­ves te ge­brui­ken is dat de dri­ves be­scha­dig­de sec­to­ren kun­nen re­gi­stre­ren en dit aan de RAID­con­trol­ler door­ge­ven. De­ze func­tie heet bij Se­a­ga­te en To­s­hi­ba ERC (Er­ror Re­co­ve­ry Control), WD noemt het TLER (Ti­me Li­mi­ted Er­ror Re­co­ve­ry). Als de RAID­con­trol­ler zo'n fout­mel­ding van de har­de schijf ont­vangt, zoekt hij de ge­ge­vens op in de re­dun­dan­te da­ta op de ove­ri­ge schij­ven. Een stan­daard desktop­schijf zou hier mi­nu­ten­lang naar zoe­ken, waar­door de

RAID­con­trol­ler hem als de­fect uit het span zou ver­wij­de­ren. Se­a­ga­te en WD heb­ben de waar­de voor de fout­mel­ding op ze­ven se­con­den in­ge­steld, bij schij­ven van To­s­hi­ba is ERC stan­daard uit­ge­scha­keld. Geen van de NAS­sys­te­men die we in de voor­gaan­de ar­ti­ke­len heb­ben be­han­deld be­schik­ken over een func­tie om ERC in te scha­ke­len. Als je schij­ven van To­s­hi­ba ge­bruikt moet je er dus maar van uit­gaan dat het NAS­sys­teem der­ge­lij­ke – toe­ge­ge­ven zeld­za­me – de­fec­ten zelf recht­trekt.

Le­zen en schrij­ven

Als er meer­de­re ge­brui­kers te­ge­lijk de NAS be­na­de­ren, dan stijgt de kans op si­mul­ta­ne lees­ en schrijf­be­na­de­rin­gen. De pres­ta­ties van de schij­ven daalt dan: de mees­te be­ha­len dan nog maar 70 pro­cent van hun maxi­ma­le snel­heid. De klein­ste Se­a­ga­te Ironwolf van 3 TB zak­te bij de­ze test met een IO­me­ter he­le­maal in el­kaar: in plaats van net geen 200 MB/s be­haal­de de schijf bij een mix van 80 pro­cent le­zen en 20 pro­cent schrij­ven nog maar 30 MB/s in to­taal. Ook de schij­ven van To­s­hi­ba en de 4 en 6 TB WD Red disks be­haal­den nog maar rond de 50 pro­cent van hun maxi­ma­le pres­ta­ties.

De pres­ta­ties van de schij­ven heb­ben we niet al­leen ge­test ter­wijl de schij­ven nog bij­na leeg wa­ren, maar ook op een le­ge par­ti­tie van 200 GB op de bin­nen­ste spo­ren van de schijf, waar je de laag­ste over­drachts­snel­he­den kunt ver­wach­ten. De schijf van Se­a­ga­te be­haal­de nog steeds maar 30 MB/s; de schij­ven van To­s­hi­ba en WD ble­ven ook hier weer op on­ge­veer 70 MB/s wer­ken. Als je ver­wacht dat je

NAS erg veel ge­lijk­tij­dig zal gaan le­zen en schrij­ven, dan zijn de­ze schij­ven min­der ge­schikt.

Stroom­ver­bruik

He­li­um wordt niet al­leen ge­bruikt om de ca­pa­ci­teit van dri­ves te ver­ho­gen om­dat er meer plat­ters in de schijf ge­plaatst kun­nen wor­den. He­li­um heeft een la­ge­re weer­stand dan lucht, waar­door de mo­tor min­der hard hoeft te wer­ken. Daar­door ver­bruikt de 12 TB Ironwolf bij ge­bruik on­ge­veer even­veel stroom als de ver­sie met 6 TB. In de id­le toe­stand ver­bruikt de he­li­um­va­ri­ant zelfs 2 watt (on­ge­veer een der­de) min­der.

De keu­ze van de schij­ven en welk RAIDle­vel je ge­bruikt bij een to­ta­le ca­pa­ci­teit van 12 TB kan een merk­baar ef­fect op je elek­tri­ci­teits­re­ke­ning heb­ben: een RAID 5 met vier 4 TB dri­ves zal in ge­bruik meer dan 20 watt ver­brui­ken, ter­wijl een RAID 1 met twee 12 TB dri­ves on­ge­veer 16 watt ver­bruikt. Het meest zal de NAS ech­ter id­le draai­en, waar­bij de com­bi­na­tie met twee dri­ves on­ge­veer 5 watt min­der ver­bruikt, wat op jaar­ba­sis op on­ge­veer 12,50 eu­ro neer­komt. Hoe lan­ger de He­li­um­dri­ves dus ge­bruikt wor­den, hoe goed­ko­per ze wor­den.

He­li­um of niet, ou­de wijs­he­den zijn nog steeds re­le­vant: een schijf die snel­ler draait le­vert de ge­ge­vens ook snel­ler, maar ver­bruikt meer stroom. En meer plat­ters in de schijf zor­gen voor een ho­ge­re ca­pa­ci­teit, maar ook voor een ho­ger stroom­ver­bruik.

Het stroom­ver­bruik kun je ver­la­gen door de mo­tors in de dri­ves uit te scha­ke­len wan­neer ze niet ge­bruikt wor­den: de mees­te dri­ves ver­brui­ken dan nog maar rond 1 watt. Daar­door stijgt wel de la­ten­tie bij de eer­ste be­na­de­ring. Dit zou de kans op de­fec­ten niet moe­ten ver­gro­ten. Vol­gens de spe­ci­fi­ca­ties van de fa­bri­kan­ten kun­nen de schij­ven en­ke­le hon­derd­dui­zen­den ke­ren in­ en uit­ge­scha­keld wor­den. Als je de NAS bij­voor­beeld zo in­stelt dat hij de schij­ven 's nachts uit­scha­kelt en de aan/uit­duur op 50 pro­cent in­stelt, dan be­spaar je on­ge­veer 10 eu­ro per schijf per jaar.

Kans op de­fec­ten

De fa­bri­kan­ten ge­ven in hun spe­ci­fi­ca­ties bij­zon­der ho­ge MTTF­waar­den (MTTF, Mean Ti­me To Fai­lu­re, de ge­mid­del­de tijd tot er een de­fect op­treedt) op voor hun schij­ven. Een mil­joen uur of meer, bij ser­ver­schij­ven soms zelfs meer dan twee mil­joen uur – dat is meer dan 100 jaar. Maar zo lang zal je har­de schijf niet blij­ven wer­ken.

Er zijn drie soor­ten mo­ge­lij­ke de­fec­ten: vroeg­tij­di­ge de­fec­ten, toe­val­li­ge de­fec­ten en de­fec­ten door slij­ta­ge. Vroeg­tij­di­ge de­fec­ten kun­nen voort­ko­men uit fou­ten tij­dens het pro­duc­tie­pro­ces, bij­voor­beeld door een kou­de sol­deer­ver­bin­ding, ter­wijl de­fec­ten die la­ter op­tre­den vaak door slij­ta­ge ko­men. Zelfs een har­de schijf met een MTTF van tien mil­joen uur kan het al be­ge­ven na een uur ge­bruik.

Het men­se­lij­ke brein kan klei­ne ge­tal­len be­ter ver­wer­ken dan gro­te. Daar­om heb­ben we in de ta­bel aan het ein­de van het ar­ti­kel de MTTF niet op­ge­ge­ven, maar de kans op de­fec­ten per jaar (al kun je dit zelf uit de MTTF be­re­ke­nen). De­ze kans

is wel­is­waar bij al­le mo­del­len klei­ner dan een pro­cent, maar we heb­ben het hier dan wel over sta­tis­tiek: on­der ide­a­le om­stan­dig­he­den zal sta­tis­tisch ge­zien min­der dan een pro­cent uit­val­len. In de prak­tijk is die kans waar­schijn­lijk ve­le ma­len la­ger en me­de af­han­ke­lijk van de in­di­vi­du­e­le toe­pas­sing van een schijf en hoe er­mee wordt om­ge­gaan.

Maar ter­wijl de een mis­schien 16 har­de schij­ven in zijn NAS stopt en de­ze vijf jaar zon­der pro­bleem wer­ken, plaatst een an­der twee dri­ves in een 2­bay NAS en ge­ven ze bij­na te­ge­lij­ker­tijd de geest. De ene ge­brui­ker kan ge­luk heb­ben met de be­trouw­baar­heid van zijn dri­ves, ter­wijl de an­de­re on­danks RAID 1 moet treu­ren van­we­ge ge­ge­vens­ver­lies. We kun­nen het niet vaak ge­noeg her­ha­len: een RAID is geen ver­van­ging van een back­up.

Con­clu­sie

Al­le schij­ven in de­ze test zijn ge­schikt voor een NAS met een 1­gi­ga­bit net­werkaan­slui­ting. Pas wan­neer er veel ge­ge­vens op de schij­ven staan, daalt de ge­ge­vens­over­dracht tot een waar­de die on­der de net­werk­snel­heid komt.

Schij­ven met een zeer gro­te ca­pa­ci­teit zijn in­mid­dels niet meer al­leen voor­be­hou­den aan het ge­bruik in ser­vers. Dank­zij he­li­um­vul­ling kun je ook schij­ven van 10 of 12 TB in je NAS stop­pen. Een po­si­tie­ve ont­wik­ke­ling is dat de meer­prijs die je voor he­li­um ge­vul­de schij­ven be­taalt min­der hoog is. Het la­ge­re stroom­ver­bruik com­pen­seert bo­ven­dien enigs­zins de ho­ge­re in­ves­te­rings­kos­ten. Klei­ne mo­del­len van 3 TB zijn ge­zien de re­la­tief ho­ge prijs per GB nau­we­lijks meer de moei­te waard.

Als je lang voor­uit wilt plan­nen, dan zijn de Pro­ver­sies van Se­a­ga­te en WD het over­we­gen waard. Dank­zij de vijf jaar ga­ran­tie en gro­te­re ge­ge­vens­vei­lig­heid zit­ten zij in een an­de­re klas­se dan de stan­daard ver­sies. Maar ze kos­ten dan ook wel een tik­je meer.

Als je in jouw si­tu­a­tie op veel lees­ en schrijf­be­na­de­rin­gen re­kent, dan kun je de klein­ste Ironwolf har­de schijf be­ter links la­ten lig­gen. Ook daalt de snel­heid bij de klei­ne­re WD Red en To­s­hi­ba dri­ves in zul­ke si­tu­a­ties ster­ker dan bij gro­te­re dri­ves. Dit speelt geen rol bij een NAS die puur voor op­slag van back­ups is be­doeld. (ddu)

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.