Lot­har Mat­thäus ver­telt waar­om Pog­ba geen goe­de aan­voer­der is

Aan­voer­der, lei­der, le­gen­de: Lot­har Mat­thäus ver­tolk­te de­ze rol­len in de we­reld­top. Wat maakt een spe­ler tot een groot lei­der? En waar­om is Paul Pog­ba geen goe­de aan­voer­der? Mat­thäus laat zijn licht er­over schij­nen.

FourFourTwo (Netherlands) - - Inhoud -

Een aan­voer­der moet een aan­tal spe­ci­fie­ke ei­gen­schap­pen be­zit­ten. Hij moet een lei­der zijn, zo­wel op het veld als daar­bui­ten. Hij moet loy­aal zijn. Hij moet goed com­mu­ni­ce­ren met de coach. Hij moet fun­ge­ren als woord­voer­der na­mens de spe­lers­groep. Maar het be­lang­rijk­ste is dat hij niet al­leen aan zich­zelf denkt. Een aan­voer­der moet al­tijd kij­ken naar het team­be­lang.

Toen ik bij Borus­sia Mön­chen­g­lad­bach voor het eerst aan­voer­der werd, was ik 20 of 21. De eer­ste aan­voer­der was geblesseerd en in­eens droeg ik de band na­mens een Bun­de­s­li­ga-team. Ter­wijl ik twee jaar daar­voor nog in de vier­de di­vi­sie speel­de. La­ter werd ik ook aan­voer­der van het Duits elf­tal.

Het gaf een goed ge­voel om als aan­voer­der te wor­den ver­ko­zen. Het is een pro­mo­tie en je krijgt macht. Maar je krijgt er ook een ex­tra ta­ken­pak­ket bij waar de an­de­re spe­lers zich niet druk over hoe­ven te ma­ken. Je moet over­al aan den­ken, de sfeer in het team be­wa­ken en in­te­res­se to­nen in al je team­ge­no­ten. Dat valt niet al­tijd mee, want al­le spe­lers heb­ben hun ei­gen be­lan­ge­tjes, het team staat lang niet al­tijd voor­op. Je moet bij elk in­di­vi­du de juis­te snaar zien te ra­ken. Als er pro­ble­men zijn, moet je ze op­los­sen, want ze kun­nen het groeps­pro­ces ern­stig ver­sto­ren.

Een aan­voer­der wordt vaak de rech­ter­hand van de coach ge­noemd. Som­mi­ge coa­ches ge­ven de aan­voer­der zelfs de ver­ant­woor­de­lijk om zelf de re­gie te ne­men. Toen ik aan­voer­der van Duits­land was, zei on­ze toen­ma­li­ge coach Franz Bec­ken­bau­er: “Lot­har, kom niet naar de bank om te vra­gen wat je moet doen – doe wat je denkt dat goed is. Jij staat op het veld, jij bent mijn aan­voer­der. Als je tij­dens de wed­strijd vindt dat er din­gen moe­ten ver­an­de­ren, dan ver­an­der je ze. Je hoeft het mij niet te vra­gen.”

Toen we in 1990 we­reld­kam­pi­oen wer­den, droeg ik de aan­voer­ders­band om­dat ik de mees­te in­ter­lands had ge­speeld. Ru­di Vö­l­ler, Andreas Brehme en Pier­re Litt­bar­ski had­den net zo goed aan­voer­der kun­nen zijn – zij wa­ren ook ech­te lei­ders. Elk team heeft meer­de­re lei­ders. In de teams waar ik geen aan­voer­der was, was ik even­goed een lei­der. Daar had ik geen band om mijn arm voor no­dig. Ik had een sterk ka­rak­ter, had de fo­cus op het team en was be­zig om spe­lers feed­back te ge­ven en te mo­ti­ve­ren.

Van­daag de dag is de aan­voer­der be­lang­rij­ker dan ooit, om­dat er veel meer com­mu­ni­ca­tie is tus­sen coach en club. De aan­voer­der gaat, met vier of vijf an­de­re spe­lers, het ge­sprek aan met de club als er pro­ble­men zijn, of bij za­ken als bo­nus­sen.

Man­nen als Ste­ven Ger­rard en Frank Lam­pard vond ik al­tijd fan­tas­ti­sche aan­voer­ders, van­we­ge hun per­soon­lijk­heid. Phi­lipp Lahm was bij Bay­ern Mün­chen ook een goe­de. Be­lang­rijk is dat een spe­ler zich kan iden­ti­fi­ce­ren met een club. Ik ver­baas me al­tijd als een spe­ler bij een nieu­we club komt en di­rect tot aan­voer­der wordt ge­bom­bar­deerd. Hij kan dan wel hon­derd in­ter­lands ach­ter zijn naam heb­ben, maar hij kent de club nog niet. Een aan­voer­der moet de sen­ti­men­ten en sfeer rond­om een club ken­nen. En ook van de me­de­spe­lers moet hij we­ten wie er lui is, wie er moei­lijk com­mu­ni­ceert, wie voor­al aan zich­zelf denkt en wie er al­leen maar lol aan het trap­pen is. Phi­lipp Lahm, Klaus Au­gent­ha­ler, Franz Bec­ken­bau­er en ik­zelf ken­den Bay­ern Mün­chen van bin­nen en bui­ten. Ma­nu­el Neu­er heeft dat ook, maar ik houd niet zo van kee­pers als aan­voer­der. Ze kun­nen er wel de per­soon­lijk­heid voor heb­ben, zo­als Neu­er, maar ze staan te ver van het spel­le­tje af. Een cen­tra­le mid­den­vel­der is ide­aal, zo­als Ger­rard of ik­zelf. Daar­naast moet een aan­voer­der een ze­ker­heid­je zijn. Per Mer­tesac­ker bij Ar­sen­al bij­voor­beeld, die speel­de niet eens al­tijd.

Als je dan kijkt naar de kwes­tie Pog­ba bij Man­ches­ter Uni­ted, dan is hij wel­is­waar een sleu­tel­spe­ler, een ze­ker­heid­je en speelt hij op de goe­de plek, maar hij is wat mij be­treft niet van het ka­li­ber Ger­rard. Je moet al­tijd se­ri­eus zijn, daar past al die so­ci­al me­dia niet bij. Ik vind dat Pog­ba te veel van zich­zelf laat zien. Hij is zo­veel met zich­zelf be­zig, dat hij een team niet op sleep­touw kan ne­men.

Pog­ba heeft een ster­ke per­soon­lijk­heid, heeft suc­ces­sen ge­boekt met Ju­ven­tus en Frank­rijk, en is nog jong. Maar op dit mo­ment is hij nog geen lei­der. Daar­voor moet je al­tijd het ge­voel ge­ven dat je met het team be­zig bent. Niet met je­zelf.

Pog­ba is als aan­voer­der nog niet van het ka­li­ber Ger­rard.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.