1-OP-1 RA­FAEL VAN DER VAART

Hoe was het om op te groei­en in een woon­wa­gen­kamp? Waar kwam de ru­zie met Zla­tan Ibra­hi­mo­vic van­daan? Waar­om kus­te hij een ou­de da­me bij Spurs?

FourFourTwo (Netherlands) - - Kick-off - In­ter­view Arthur Re­nard Fo­to­gra­fie Kasper Svei­strup Po­vl­sen

Of­fi­ci­eel is hij nog steeds ac­tief voet­bal­ler, maar toch nam Ra­fael van der Vaart in ok­to­ber af­scheid van het Ne­der­lands elf­tal. De 35-ja­ri­ge ve­te­raan is te veel lief­heb­ber om te stop­pen, en staat nu on­der con­tract bij het Deen­se Esb­jerg fb. Het is waar­schijn­lijk het sluit­stuk van een im­po­san­te car­ri­è­re, die hem als ooit groot­ste ta­lent van Ne­der­land langs Re­al Ma­drid en de Wk-fi­na­le leid­de.

Van der Vaart was in 2003 de eer­ste Gol­den Boy; een prijs die door Eu­ro­pe­se sport­jour­na­lis­ten werd uit­ge­reikt voor het groot­ste voet­bal­ta­lent. De con­cur­ren­tie loog er niet om. “Als ik me niet ver­gis wer­den Way­ne Rooney en Cris­ti­a­no Ro­nal­do dat jaar twee­de en der­de”, grin­nikt Van der Vaart te­gen­over FFT.

De voet­bal­ler-se­ni­or is zijn ge­voel voor hu­mor niet ver­lo­ren, zo­als hij ook als tv-ana­ly­ti­cus re­gel­ma­tig laat zien. Tij­dens de fo­to­shoot voor FFT jong­leert hij vro­lijk, en met han­den en voe­ten, met si­naas­ap­pe­len – dit tot groot ple­zier van zijn mee­ge­ko­men zoon Da­mián. Ook zijn pas­sie voor voet­bal is nooit ver­dwe­nen. “Al­tijd als ik langs ama­teur­vel­den rijd waar wordt ge­voet­bald, voel ik de nei­ging om te stop­pen en even snel te gaan kij­ken.”

Als het ge­jong­leer is ge­daan, gaat hij er eerst rus­tig voor zit­ten. Laat de vra­gen van le­zers over de ja­ren bij Ajax, de ver­ge­lij­king met Cruijff en de pe­ri­o­des bij Re­al Ma­drid, HSV en Tot­ten­ham Hot­spur maar ko­men.

Hoe was het le­ven in een woon­wa­gen­kamp?

“Ik ben daar op­ge­groeid, dus voor mij was het ge­woon het nor­ma­le le­ven. Het is ook nooit een is­sue ge­weest, maar het ty­pi­sche is dat me daar el­ke keer naar ge­vraagd werd als ik naar een an­der land ver­huis­de. Blijk­baar wordt er in het bui­ten­land toch heel an­ders naar ge­ke­ken. Ik had na­me­lijk een fan­tas­ti­sche jeugd. Veel men­sen as­so­ci­ë­ren het met ar­moe­de, maar dat is he­le­maal niet het ge­val. Het was heel so­ci­aal, met al je fa­mi­lie in de buurt. Toch wo­nen mijn ou­ders er ook niet meer, want met mijn eer­ste con­tract bij Ajax heb ik een huis voor ze ge­kocht. An­de­re fa­mi­lie­le­den wo­nen er nog wel, dus ik kom er nog re­gel­ma­tig.”

Klopt het dat toen je als kind op straat voet­bal­de, jij al­tijd Romário wil­de zijn? Was je een Psv-fan?

“Romário was in­der­daad mijn fa­vo­rie­te spe­ler! Van­we­ge hem keek ik graag naar PSV, maar ei­gen­lijk was ik voor Ajax. He­le­maal toen ik daar in de jeugd kwam te voet­bal­len. Wat ik zo mooi vond, was dat je Romário een he­le wed­strijd nau­we­lijks zag, maar hij dan in de laat­ste mi­nuut in­eens op­dook en de wed­strijd be­slis­te.”

Je werd in de jeugd wel­eens de nieu­we Cruijff ge­noemd. Hoe vond je dat? En hoe goed vond je je­zelf?

“Het was pri­ma dat an­de­ren die ver­ge­lij­king maak­ten, maar zelf heb ik nooit zo ge­dacht. Ik wil­de niet de nieu­we ver­sie van een an­de­re spe­ler zijn, ik wil­de zelf naam ma­ken. Ik wist van jongs af aan wel al dat ik best goed was, maar het was on­mo­ge­lijk om in de toe­komst te kij­ken. Mijn lin­ker­voet en over­zicht wa­ren ver bo­ven­ge­mid­deld, maar mijn rech­ter was niet zo ge­wel­dig en ik was ook niet de snel­ste. Dus er was nog ge­noeg om aan te wer­ken.

Ik heb al­tijd ge­zegd dat als ik één ding aan me­zelf kon ver­an­de­ren, dat ik dan wat snel­ler zou wil­len zijn. Snel ge­noeg om eens ie­mand voor­bij te ren­nen, in plaats van al­tijd in­ge­haald te wor­den! [Lacht] Snel­heid maakt zó veel ver­schil ... Ik ge­loof zelfs dat ik wel een Gou­den Bal had kun­nen win­nen als ik iets snel­ler was ge­weest.”

Wat was je mooi­ste mo­ment bij Ajax?

“Er wa­ren ver­schil­len­de hoog­te­pun­ten. In de jeugd was het de uit­no­di­ging voor de jeugd­op­lei­ding op mijn tien­de. Ik kreeg al die trai­nings­spul­len en in­eens mocht ik me­zelf Ajax-spe­ler noe­men. Van­af dat mo­ment was elk jaar mijn doel om bij de club te blij­ven en uit­ein­de­lijk mijn de­buut te ma­ken. Dat kwam op mijn ze­ven­tien­de. Ik

“Mijn lin­ker­voet en over­zicht wa­ren ver bo­ven­ge­mid­deld, maar mijn rech­ter was niet zo ge­wel­dig. En ik was ook niet de snel­ste.”

kan me nog hel­der voor de geest ha­len dat ik mijn vader bel­de om te ver­tel­len dat ik in de se­lec­tie zat. Een­maal een vol­waar­dig se­lec­tie­lid, was mijn al­ler­mooi­ste mo­ment de goal met de hak te­gen Fey­en­oord. Op het mo­ment dat je zo’n goal maakt, weet je dat het een uniek mo­ment is.”

Hoe ont­stond de ru­zie met Zla­tan Ibra­hi­mo­vic? Dreig­de hij echt dat hij je been zou bre­ken?

“Dat zei hij in­der­daad. Maar dat zei hij te­gen ie­der­een. Er was niet echt één mo­ment waar­op het fout ging, het klik­te ge­woon niet zo tus­sen ons. Maar om heel eer­lijk te zijn speel ik het liefst met spe­lers die zo eer­lijk zijn als hij, zelfs als dat be­te­kent dat je wel­eens woor­den hebt.”

In je pe­ri­o­de bij Ajax ont­nam Ro­nald Koe­man je de aan­voer­ders­band, om­dat je wei­ger­de om in de Cham­pi­ons Le­a­gue op de vleu­gel te spe­len. Was dat echt de re­den? Hoe was je band met Koe­man?

“Ja, dat is waar. Een dag voor de wed­strijd te­gen Bay­ern Mün­chen kwam Ro­nald naar me toe: ‘Op dit mo­ment bent je niet goed ge­noeg voor het mid­den­veld, maar we wil­len je graag links­bui­ten zet­ten.’ Daar was ik niet blij mee, want als ik al niet goed ge­noeg was voor mijn ei­gen po­si­tie, hoe kon ik dan wel goed ge­noeg zijn op een on­na­tuur­lij­ke plek? Uit­ein­de­lijk zei ik dat ze me dan maar op de bank moesten zet­ten en dat leid­de er uit­ein­de­lijk toe dat mijn aan­voer­ders­band werd af­ge­no­men. Na­der­hand, toen we al­le­bei weg wa­ren bij Ajax, er­ken­den we al­le­bei dat we fou­ten had­den ge­maakt. Ik was de eer­ste om toe te ge­ven dat het niet mijn slimste ac­tie was en het wei­nig res­pect­vol was naar Koe­man.”

Johan Cruijff ge­bruik­te zijn co­lumn in De Te­le­graaf om jouw trans­fer naar HSV te be­kri­ti­se­ren. Hoe voel­de dat? En waar­om koos je voor HSV ter­wijl er zo veel an­de­re clubs in­te­res­se toon­den?

“Ik maak me nooit zo druk om wat an­de­ren schrij­ven in co­lumns. Wat be­treft HSV was ik ook niet di­rect dol­en­thou­si­ast toen ze me be­na­der­den. Ik stem­de er wel mee in om een be­zoek te bren­gen aan de club en het was on­ge­lo­fe­lijk hoe ik daar ont­van­gen werd. Ik sprak met de ma­na­ger Tho­mas Doll en di­rec­teu­ren Bernd Hoff­man en Diet­mar Bei­ers­dor­fer, en hun vi­sie was in­druk­wek­kend. Ik be­zocht het sta­di­on, dat was fe­no­me­naal, en vrij snel was ik er­van over­tuigd dat dit de club was waar ik voor wil­de spe­len.”

Daar­na volg­de Re­al Ma­drid. Hoe was het om voor de Ko­nink­lij­ke te spe­len? Hoe in­tens was die er­va­ring? Kon je er­gens in Ma­drid rond­lo­pen zon­der be­laagd te wor­den door fans?

“Over­all had ik een ge­wel­di­ge tijd daar, maar het was vrij­wel on­mo­ge­lijk om er­gens heen te gaan zon­der her­kend te wor­den. In Lon­den was dat veel min­der een pro­bleem, in De­n­e­mar­ken is het he­le­maal rus­tig. Maar over het al­ge­meen is het best leuk als men­sen naar je toe ko­men voor een praat­je, al ben ik niet heel graag in de druk­te. Maar je hoort mij niet kla­gen. Als je dit le­ven­tje niet wilt, moet je maar ama­teur­voet­bal­ler blij­ven.”

Er gaan ge­ruch­ten dat je bon­je had met Re­al-coach Ju­an­de Ra­mos, om­dat hij je vaak re­ser­ve zet­te. Frus­treer­de je dat?

“Ru­zie is er niet ge­weest, maar hij was ook niet mijn fa­vo­rie­te coach. We had­den ge­woon geen klik. Zijn ma­nier van voet­bal­len was niet wat ik as­so­ci­eer­de met Re­al Ma­drid en sloot ook niet aan bij mijn stijl.”

Tij­dens jouw pe­ri­o­de in Ma­drid werd je ook in ver­band ge­bracht met Ar­sen­al. Was er ooit se­ri­eus spra­ke van een over­gang?

“Daar is wel over ge­spro­ken. Bij Oran­je heb ik het ver­schil­len­de ke­ren met Ro­bin van Per­sie over Ar­sen­al ge­had, en ook bij de club heeft hij mijn naam wel­eens la­ten val­len. Maar ik heb nooit iets ge­hoord. En dat vond ik ook niet erg, want mijn trans­fer naar de Spurs was het mooi­ste dat me is over­ko­men.

Ik had ei­gen­lijk al eer­der de kans om naar de Pre­mier Le­a­gue te ver­kas­sen. Op mijn ne­gen­tien­de wil­de Ge­rard Houl­lier me naar Li­ver­pool ha­len. Ik was ver­eerd na­tuur­lijk, maar toen­ter­tijd had ik nog niet zo’n in­te­res­se om naar

bui­ten­land te gaan. Mijn ma­na­ger drong bij me aan dat het toch wel een goed idee was om Houl­lier even te bel­len. Hij ver­tel­de dat hij het met Mi­chael Owen over mij had ge­had en dat die mij erg graag bij Li­ver­pool er­bij had. Dat was prach­tig om te ho­ren, maar ik wil­de nog bij Ajax blij­ven.”

Was je boos dat je in je twee­de jaar bij Ma­drid aan­van­ke­lijk niet eens een rug­num­mer kreeg?

“Dat was niet ge­mak­ke­lijk, nee, maar ik heb me er­door­heen ge­sleept. De coach [Ma­nu­el Pel­le­gri­ni] ver­tel­de me dat ik vijf­de keus was op mijn fa­vo­rie­te po­si­tie, ach­ter Gu­ti, Ka­ka, Gra­ne­ro en Raul. Ik moest apart trai­nen; in mijn een­tje ren­de ik rond­jes om het trai­nings­veld. Toen de trans­fer­win­dow sloot, mocht ik weer bij de groep aan­slui­ten. Uit­ein­de­lijk knok­te ik me­zelf weer in de ba­sis en heb ik en­ke­le fan­tas­ti­sche wed­strij­den ge­speeld. Men­sen zeg­gen wel­eens dat mijn tijd bij Re­al Ma­drid geen suc­ces was, maar als je naar de sta­tis­tie­ken kijkt, zie je dat ik veel ge­speeld heb en best veel heb ge­scoord. Als ik te­rug­kijk op Re­al Ma­drid, doe ik dat ook met ge­pas­te trots.”

Van je 109 in­ter­lands, wat was het meest spe­ci­a­le mo­ment?

“De groeps­wed­strij­den van het EK 2008 te­gen Ita­lië en Frank­rijk. Het was een ge­not om tij­dens die wed­strij­den op het veld te staan – ik had wel zes uur door ge­kund zon­der moe te wor­den. Het was bij­zon­der om deel uit te ma­ken van het EK van 2008 en WK van 2010. In 2008 be­sef­ten we al­le­maal wel dat we erg goed wa­ren, maar dacht nie­mand dat we het toer­nooi wel even zou­den gaan win­nen. In Zuid-afri­ka was het ei­gen­lijk pre­cies het te­gen­over­ge­stel­de. We re­a­li­seer­den ons dat we niet ge­wel­dig speel­den, maar voel­den ons on­o­ver­win­ne­lijk. Dat is het bes­te ge­voel dat je als team tij­dens een eind­toer­nooi kunt heb­ben.”

In

de groeps­fa­se van Eu­ro 2008 speel­den jul­lie fan­tas­tisch. Wa­ren jul­lie op dat mo­ment de fa­vo­riet? En wat ge­beur­de er te­gen Rus­land?

“Na die wed­strij­den wa­ren we denk ik de fa­vo­rie­ten, sa­men met Span­je. Te­gen Rus­land had­den we vol­gens mij ge­woon pech. We had­den kan­sen en ik had zelf een paar vrije trap­pen die steeds net naast gin­gen. We maak­ten ge­lijk in de slot­fa­se, maar in de bles­su­re­tijd wa­ren die Rus­sen nog steeds ex­treem fit. Het was veer­tig gra­den en zij ble­ven maar gaan.”

Hoe kijk je te­rug op de fi­na­le van het WK 2010. Je kwam er­in tij­dens de ver­len­ging en zag toe hoe An­drés Inie­sta de win­nen­de maak­te.

“Met nog twee mi­nu­ten te spe­len, nam We­sley Sn­eij­der een vrije trap en die werd aan­ge­raakt. Maar op een of an­de­re ma­nier kreeg Span­je een doel­trap – we kon­den het echt niet ge­lo­ven. Een paar tel­len la­ter kreeg Span­je de bal in on­ze zes­tien en kre­gen wij hem niet weg. Ik pro­beer­de de si­tu­a­tie nog te red­den, maar ik was te laat. Ik wil niet zeg­gen dat die cor­ner die we niet kre­gen de be­slis­sing was, maar dat ge­voel bleef wel han­gen. Hoe was dit mo­ge­lijk?”

Je trans­fer naar Tot­ten­ham Hot­spur kwam be­hoor­lijk uit de lucht val­len, op de laat­ste dag voor de trans­fer­dead­line. Was het voor jou ook een ver­ras­sing? Had je toen je die och­tend op­stond een idee waar je zou gaan spe­len?

[Lacht] “Het was in­der­daad erg last mi­nu­te. Jo­sé Mour­in­ho was eer­lijk te­gen me ge­weest over mijn kan­sen bij Re­al Ma­drid: ze had­den Me­sut Özil ge­kocht voor mijn po­si­tie. Hij zei dat ik mocht blij­ven, maar niet in zijn ba­sis­elf stond. Ik wil­de ei­gen­lijk nog een sei­zoen bij Re­al blij­ven, dus ik meld­de me ge­woon op trai­nings­kamp met Oran­je. Maar rond vier uur bel­de mijn zaak­waar­ne­mer op dat de Spurs in­te­res­se had­den. Ik had twee uur om te be­slis­sen. Toen heb ik snel al­ler­lei za­ken op een rij­tje ge­zet en toen ben ik even gaan pit­ten. Op­eens werd ik wak­ker ge­beld, on­ge­veer an­der­half uur la­ter. Weer mijn zaak­waar­ne­mer: ik moet nú be­slis­sen. Na een hal­ve se­con­de den­ken, hak ik de knoop door: ik doe het. Ik had geen tijd om er uit­ge­breid over na te den­ken en het met ie­mand te be­spre­ken, het was puur op int­ui­tie. Maar ik voel­de al heel snel dat het de goe­de be­slis­sing was. Van­af het mo­ment dat ik ar­ri­veer­de op Spurs Lod­ge, de ou­de trai­nings­ac­com­mo­da­tie, voel­de ik me thuis.”

Hoe was Har­ry Red­knapp, ver­ge­le­ken met an­de­re coa­ches?

“Het was een ma­gi­sche gast, een va­der­fi­guur. Maar Har­ry kon ook kei­hard zijn. Hij was een coach van de ou­de stem­pel. Tij­dens een team­be­spre­king pak­te hij een piep­klein pa­pier­tje uit zijn zak waar hij de ba­sis­het

elf op had ge­schre­ven. En dan zei hij bij­voor­beeld: ‘Geef de bal maar aan Lu­ka [Mo­d­ric], dan pro­beert hij Ra­fa te vin­den, en dan win­nen we de wed­strijd.’ Als we dan een goe­de eer­ste helft had­den ge­speeld, prees hij je de he­mel in. ‘Fuc­king hell, Ra­fa, what a play­er!’ Hij gaf je echt een boost. Voor men­sen als Red­knapp ging je als spe­ler har­der lo­pen. Zijn stijl pas­te per­fect bij mij. En het pas­te per­fect bij het beeld dat ik had van En­gels voet­bal.”

Toen je de 2-1 maak­te te­gen Aston Vil­la, kus­te je een ou­de vrouw. Was ze in shock?

“Dat weet ik nog! Ik scoor­de en ren­de ik naar een hoek met fans en viel ik ei­gen­lijk in haar ar­men. [Lacht] Het was meer een knuf­fel. Het bleek een vrouw­tje van tach­tig te zijn – ik ken­de haar niet.”

Bij Tot­ten­ham scoor­de je op­val­lend vaak te­gen Ar­sen­al. Dat ging er bij de sup­por­ters na­tuur­lijk wel in. Haat je de Gooners nog steeds? En hoe was de Noord-lon­den­se der­by ver­ge­le­ken met an­de­re der­by’s?

“Ik heb nooit iets te­gen Ar­sen­al ge­had. Maar toen ik bij de Spurs kwam, ging ik me ver­die­pen in de tra­di­ties en had ik al vrij snel door hoe be­lang­rijk de­ze wed­strijd was. Ik heb me al­tijd pro­be­ren te ver­plaat­sen in de emo­ties van de sup­por­ters en pro­beer­de te­gen Ar­sen­al de Spurs-fans een beet­je trots te­rug te ge­ven. Ik wil­de hen iets ge­ven om ‘s maan­dags op het werk nog trots op te zijn.

An­de­re der­by’s wa­ren ook spe­ci­aal. Met Re­al te­gen At­le­ti­co was een bij­zon­de­re sfeer, en ik heb na­tuur­lijk El Cla­si­co ge­speeld. Dat is strikt ge­zien geen der­by, maar is we­reld­wijd wel de groot­ste wed­strijd van het jaar. Dat voel je. Er wordt over de he­le we­reld over ge­praat, het voelt bij­na als­of je een Wk-fi­na­le speelt.”

Zei Jack Wilshe­re nog iets te­gen je, na­dat je hem ver­ne­der­de door hem in een paar se­con­den twee keer te poor­ten?

“Ik kan me niet her­in­ne­ren dat hij iets zei. Wel wat ik na de wed­strijd te­gen hem zei. ‘Houd de vol­gen­de keer je be­nen bij el­kaar.’ Die be­wus­te Spurs-ar­sen­al [april 2011] be­schouw ik als de bes­te dag in mijn car­ri­è­re. Het was een war­me len­te­avond, met een lek­ker avond­zon­ne­tje en een ge­wel­di­ge sfeer in het sta­di­on. De per­fec­te om­stan­dig­he­den. Ik speel­de die avond een van mijn bes­te wed-

strij­den. We kwa­men 1-0 ach­ter, ik maak­te de ge­lijk­ma­ker, we kre­gen er weer twee om de oren en kwa­men te­rug tot 3-3, waar­bij ik er nog een maak­te. In de slot­fa­se mis­te Mo­d­ric nog een dik­ke kans om er 4-3 van te ma­ken. Dat was jam­mer, want we moesten win­nen. Maar het was een ge­wel­di­ge wed­strijd – ik ge­loof niet dat sup­por­ters zo’n goe­de der­by al vaak had­den mee­ge­maakt.”

In de eer­ste helft van het sei­zoen 2011/12 wa­ren jul­lie fan­tas­tisch en stre­den jul­lie mee om de ti­tel. Maar ver­vol­gens zak­ten jul­lie ver weg. Wa­ren jul­lie af­ge­leid door de ge­ruch­ten rond­om Red­knapp en En­ge­land?

“Ik weet nog dat we in ja­nu­a­ri te­gen Man­ches­ter Ci­ty speel­den, dat vijf pun­ten bo­ven ons stond. We ston­den met 2-0 ach­ter en kwa­men te­rug tot 2-2. In de bles­su­re­tijd kre­gen we een gro­te kans. Ga­reth Ba­le ging er als een haas van­door, maar speel­de de bal net te ver voor Jer­main De­foe, die hem naast prik­te. Een paar tel­len la­ter ga­ven we een pe­nal­ty weg. Ba­lo­tel­li maak­te hem, we ver­lo­ren en het gat was acht pun­ten. Tot die wed­strijd wa­ren we zo goed in vorm, dat we ook echt voel­den dat we de ti­tel kon­den win­nen. Na die wed­strijd was het ge­loof ver­dwe­nen.”

Je hebt wel­eens la­ten val­len spijt te heb­ben dat je uit­ein­de­lijk weg­ging bij Spurs. Hoe is dat zo ge­lo­pen? Kon je echt niet door een duur met de coach?

“André Vil­las-boas was niet ide­aal voor mij. Hij kocht Gyl­fi Si­gurds­son en ver­tel­de met dat hij zijn nieu­we num­mer 10 was. Dat vond ik op zijn minst raar, ge­zien mijn pres­ta­ties in de voor­gaan­de ja­ren. Ik be­gon de eer­ste wed­strijd op de bank. Dus toen HSV me be­na­der­de, voel­de dat als een mooie kans om te­rug te ke­ren. Ach­ter­af ge­zien had ik Tot­ten­ham nooit moe­ten ver­la­ten. Ik had in mijn twee­de pe­ri­o­de bij HSV ge­wel­di­ge pe­ri­o­des, maar het feit dat we in het twee­de en der­de sei­zoen te­gen de­gra­da­tie stre­den, was niet goed.”

Waar is het fout ge­gaan bij HSV? Tij­dens je eer­ste pe­ri­o­de speel­den ze nog Cham­pi­ons Le­a­gue, in je twee­de pe­ri­o­de bun­gel­den ze on­der­in, en uit­ein­de­lijk zijn ze zelfs ge­de­gra­deerd ...

“Ik durf het niet te zeg­gen. Om heel eer­lijk te zijn, was ik bij mijn te­rug­keer wel ver­baasd over de ma­ti­ge kwa­li­teit van het team. Ze­ker ver­ge­le­ken met wat we bij Spurs had­den. Dat we ons des­tijds toch nog op wis­ten te wer­ken naar de ze­ven­de plek, was wel een knap­pe pres­ta­tie.”

Toen je werd ge­pre­sen­teerd bij Re­al Be­tis, had je je oma mee­ge­bracht. Wat was de ach­ter­lig­gen­de ge­dach­te? Er is een fo­to waar­op ze je kust, en jij kijkt als­of je je een beet­je schaamt.

“Ab­so­luut niet. Het was ge­wel­dig dat ze daar kon zijn. Mijn groot­ou­ders van mijn moe­ders kant ko­men uit Span­je, ze wo­nen bij Se­vil­la in de buurt. Ze kwa­men dus naar mijn pre­sen­ta­tie kij­ken, net zo­als ze dat bij Re­al Ma­drid had­den ge­daan ove­ri­gens. Het was leuk dat ze er­bij wa­ren.”

Hoe ging de over­stap naar De­n­e­mar­ken in zijn werk. Wil­de je er­heen om­dat je vrien­din daar woon­de en koos je daar­na maar een club uit?

“Er wa­ren een paar fac­to­ren die mee­speel­den bij die be­slis­sing. Al­ler­eerst na­tuur­lijk dat Est­eva­na hand­balt bij Esb­jerg. Zij heeft nog een lan­ge, ho­pe­lijk suc­ces­vol­le car­ri­è­re voor de boeg, dus ik hoop­te wat dich­ter bij haar te kun­nen zijn. Te­ge­lij­ker­tijd speel­de ik ook niet echt veel bij Be­tis. Midtjyl­land toon­de in­te­res­se, dus dat was een win-win-si­tu­a­tie. Bo­ven­dien ben ik nu ook be­hoor­lijk dicht bij Da­mián, die nog in Ham­burg woont.”

Wat is de groot­ste fout uit je car­ri­è­re?

“Weg­gaan bij Tot­ten­ham was niet mijn bes­te keu­ze. Maar ver­der heb ik ei­gen­lijk niet heel veel spijt.”

Als je eer­lijk moet zijn: had je lie­ver in een tijd­perk ge­speeld waar­in aan­val­len­de mid­den­vel­ders meer waar­de­ring kre­gen? Nu wor­den ze maar vol­ge­stopt met op­drach­ten en moe­ten ze mee­ver­de­di­gen.

“Ik heb de goe­de tij­den mee­ge­maakt, maar we lij­ken in­der­daad wel op een om­slag­punt te zijn aan­ge­ko­men. Er ligt nu meer na­druk op snel­heid en kracht, ter­wijl tech­nisch ver­fijn­de spe­lers min­der de kans krij­gen om zich te on­der­schei­den. Dat zag je bij­voor­beeld bij Be­tis. Ik be­gon goed, maar kreeg een bles­su­re en kwam niet meer te­rug in het team. De ma­na­ger [Pe­pe Mel] ver­tel­de met dat ik aan de bal zijn bes­te spe­ler was, maar dat hij een an­der mid­den­veld voor ogen had. Als ik dan het team zag, kon ik mijn ogen niet ge­lo­ven. Die gas­ten scho­ten de bal het sta­di­on uit, maar kre­gen nog steeds ap­plaus om­dat ze zo hard ren­den en veel tac­kles maak­ten. Zo’n spe­ler wil ik niet zijn.

Ik hoop dat de tijd dat spel­ma­kers wer­den ge­waar­deerd weer te­rug­komt. Inie­sta, Da­vid Sil­va, Is­co – dat zijn de spe­lers waar je el­ke week naar wilt kij­ken.”

Links­bo­ven Van der Vaart viert een van zijn vijf goals in vijf wed­strij­den te­gen Ar­sen­al – de­ze in 2006 met HSV. Bo­ven Het kam­pi­oen­schap in de Ere­di­vi­sie in 2003/04 was Van der Vaarts laat­ste ti­tel. Bo­ven Nét te laat om Inie­sta te blok­ken, in de WK- na­le van 2010. Rechts “Hier heb ik in ie­der ge­val een rug­num­mer.”

“Ik had twee uur om te be­slis­sen of ik naar Tot­ten­ham wil­de of niet. En toen viel ik in slaap!”

“Ik had vrij snel door hoe be­la­den de Noord-lon­den­se der­by was. Maar El Clas­si­co voel­de als een Wk-fi­na­le.”

Links “Ma­drid? Be­spaar je de moei­te, Ga­reth.” On­der Oma Van der Vaart gee Raf een dik­ke smak­kerd. Be­ne­den Het avon­tuur bij Re­al Be­tis was van kor­te duur. Links­on­der Het hart bracht hem te­rug naar Ham­burg.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.