DIRK KUIJT, DE TRAI­NER

FourFourTwo (Netherlands) - - Dirk Kuijt -

Af­ge­lo­pen zo­mer zet­te Dirk Kuijt zijn eer­ste stap­pen als trai­ner. Hij is ver­ant­woor­de­lijk voor Fey­en­oord On­der-19. Daar­bij wordt hij om­ringd door oud-spe­lers. Zijn staf be­staat uit Cor Adri­aan­se en Ar­nold Schol­ten. “Op dit mo­ment voelt dat heel goed”, zegt hij. “Ik ben blij met zo’n uit­ge­ba­lan­ceer­de, er­va­ren staf. Ar­nold scha­kelt tus­sen On­der-17, On­der-19 en Jong Fey­en­oord. En Cor loopt al zo lang mee dat hij ver­groeid is ge­raakt met de­ze club. Voor mij is hij veel meer dan een as­sis­tent, hij is de per­fec­te men­tor. Daar­naast traint Gas­ton Tau­ment spe­ci­fiek met on­ze bui­ten­spe­lers en Roy Ma­kaay komt één keer in de week de spit­sen on­der han­den ne­men. Met zo veel goe­de men­sen om je heen is het pret­tig wer­ken. En ik denk dat er ta­len­ten in de­ze groep zit­ten die op een re­de­lijk kor­te ter­mijn het eer­ste elf­tal kun­nen ha­len. Maar de sleu­tel ligt bij hen­zelf.”

Met zo’n wer­ke­thiek, lijkt Kuijt bij uit­stek ge­schikt om jon­ge voet­bal­lers iets bij te bren­gen. “Ik zie spe­lers die al­les in zich heb­ben om de top te be­rei­ken, maar nu nog niet we­ten hoe. Op mijn eer­ste werk­dag heb ik ge­zegd: ‘De mees­ten van jul­lie heb­ben meer ta­lent in één pink dan ik in mijn he­le li­chaam. Maar als jul­lie be­paal­de stap­pen niet ma­ken, gaat nie­mand het ha­len.’ Het gaat om men­ta­li­teit. Om be­wust­wor­ding. Dat niet ge­lijk al­les naar wens gaat, is een ge­ge­ven. Daar­in wil je die jon­gens stu­ren. Veel jeugd­spe­lers en ou­ders le­ven in een fan­ta­sie­we­reld. Ze den­ken dat ze de nieu­we Mes­si of Ro­nal­do zijn en dat de weg naar de top op de­ze ma­nier ver­loopt. Maar ook die twee heb­ben da­len ge­kend. Je wordt neer­ge­haald, vroeg of laat. Dan gaat het er­om: sta je op? Zo­lang je op­staat na el­ke val, is er een weg naar de top. Blijf je lig­gen, dan val je af.”

“Ik was ze­ven­tien en speel­de nog bij Quick Boys. Te­gen­woor­dig lijkt het on­mo­ge­lijk om daar­na nog meer dan hon­derd in­ter­lands te spe­len. Maar als het niet goed gaat bij Fey­en­oord On­der-19 wil het niet zeg­gen dat je de top nooit zal ha­len. Ik vraag die jon­gens: ‘Wan­neer is je car­ri­è­re ge­slaagd? Als je bij Bar­cel­o­na hebt ge­speeld, of bij Fey­en­oord? Of mis­schien wel als je ge­woon aan het eind van de rit in de spie­gel kijkt en weet: ik heb er al­les aan ge­daan?’ Kees van Won­de­ren is bonds­coach van Oran­je On­der-17, dat dit jaar Eu­ro­pees kam­pi­oen is ge­wor­den. Hij vroeg of ik in die groep mijn ver­haal wil­de ko­men ver­tel­len. Tot be­sluit vroeg Kees wie van hen zou te­ke­nen voor zo’n car­ri­è­re. Vier of vijf spe­lers sta­ken hun vin­ger op, de rest ging voor een ho­ger doel. Zo werkt het dus in hun hoofd. Dat is niet ar­ro­gant of ver­keerd, maar ik denk dat we de be­le­ving in het voet­bal moe­ten ver­an­de­ren. Het gaat er niet om dat ie­der­een bij Bar­cel­o­na moet voet­bal­len. Nee, het gaat er­om dat ze iets mee­krij­gen waar ze wat aan heb­ben in hun le­ven, ook in maat­schap­pe­lijk op­zicht.”

“Ik merk dat veel ou­ders pas te­vre­den zijn als hun kind mi­ni­maal ge­slaagd is bij Fey­en­oord. En het liefst nog in bui­ten­land ook. Maar waar­om kun­nen ze niet ge­slaagd zijn als ze de he­le jeugd­op­lei­ding heb­ben door­lo­pen? Dat is al een pres­ta­tie op zich, want uit­ein­de­lijk zijn er mil­joe­nen kin­de­ren die heel graag bij een top­club had­den wil­len spe­len. Mijn wens was vroe­ger het eer­ste van Quick Boys ha­len. Ver­der durf­de ik niet te dro­men. Toen ik dat een­maal had be­reikt, ging ik mijn am­bi­ties ver­leg­gen. Zo ging het el­ke keer als ik naar een an­de­re club ging. Ver­der keek ik nooit. Het pro­bleem van nieu­we ge­ne­ra­ties is dat ze de lat voor zich­zelf veel te hoog leg­gen.”

“Veel jeugd­spe­lers en ou­ders le­ven in een fan­ta­sie­we­reld.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.