FIER FIER TWEE

FourFourTwo (Netherlands) - - Volgend Nummer -

We staan met zes man voor de ge­slo­ten poort van een ama­teur­voet­bal­club. Zes vrien­den, vier bouw­lam­pen en een bal. Een paar vrien­den klim­men over het hek, maar ik spring over de sloot. Ik ben nooit een klim­mer ge­weest. Als je klimt, ben je na­me­lijk af­han­ke­lijk van de din­gen waar je in klimt. Tak­ken kun­nen bre­ken, staal kan glad zijn, sprin­gers daar­en­te­gen zijn ner­gens af­han­ke­lijk van.

De maan hangt ver­lei­de­lijk bo­ven het hoofd­veld, maar het hoofd­veld is jam­mer ge­noeg van kunst­gras ge­maakt. Wij wil­len echt gras. Gras is zacht, gras troost. Kunst­gras troost niet, het leidt lief­heb­bers om de tuin. Kunst­gras eist res­pect, gras krijgt het ge­woon. Ge­luk­kig is het trai­nings­veld wel van gras. Echt gras. Ka­le plek­ken in de zes­tien­me­ter­ge­bie­den. De ver­ruk­ke­lij­ke geur van aar­de. De hoog­te­ver­schil­len. De plat­ge­trap­te ma­de­lief­jes. De gras­spriet­jes die op je schoe­nen sprin­gen en nooit meer los lij­ken te wil­len la­ten. Een sli­ding in de re­gen.

Op ie­de­re hoek van ons zes­tien­me­ter­ge­bied staat een draad­lo­ze bouw­lamp. Een uur ge­le­den za­ten we nog in de kroeg te pra­ten over Johan Cruijff, maar op­eens had­den we geen zin meer om te pra­ten. Soms heeft een man sim­pel­weg ge­noeg ge­praat en dan moet een man ge­woon gaan voet­bal­len. Voet­bal­len om te ver­ge­ten, of juist om te her­den­ken. Mon­den dicht, oren open. Het ge­luid van een le­ren bal op een lat van alu­mi­ni­um. Het ge­luid van een le­ren bal te­gen een hou­ten re­cla­me­bord. Het ge­luid van een bal in de sloot en de vo­gels die van de plons schrik­ken en weg­vlie­gen. Even niet pra­ten, maar voe­len. Mon­den dicht, har­ten open. Zo heel af en toe is voet­bal het eni­ge me­di­cijn. Als het hart op slot zit van ver­driet is voet­bal de sleu­tel. En daar­om ver­lie­ten we de kroeg en gin­gen we voet­bal­len. Wij, zes bij­na veer­ti­gers, nach­te­lijk voet­bal­lend in het licht van bouw­lam­pen.

Mijn bes­te vriend heeft het na twee jaar nog steeds moei­lijk met de dood van Cruijff. Nog steeds. Hij is de traag­ste rou­wer die ik ken en daar­om houd ik van hem. Ik heb ook geen haast. Hij zegt dat het nog steeds voelt als­of zijn ou­der­lijk huis is af­ge­brand. En dat als iets er niet meer is, de her­in­ne­rin­gen als leu­gens kun­nen gaan aan­voe­len. Ik zie zijn som­ber­heid en pass de bal naar hem. Hij schiet de bal langs de kee­per en is al­les voor heel even­tjes ver­ge­ten. De treur­wilg is om­ge­trapt. Zijn pijn is weg. Voor nu. De bal is rond, net als een pa­ra­ce­ta­mol.

Ik zie dat één van mijn ve­ters los­zit en ga door mijn knie­ën. Ik leg een dub­be­le knoop in de mod­de­ri­ge wir­war en tik daar­na met mijn rech­ter­hand op het gras. Ik be­dank het gras voor het zijn van gras.

Van een af­stand­je kijk ik naar mijn vijf vrien­den en naar de ma­gi­sche krach­ten die een voet­bal be­zit. Daar waar een voet­bal is, dan­sen man­nen een ver­broe­de­ren­de volks­dans. En we voet­bal­len tot de maan door­zich­tig lijkt. Pas dan gaan we naar huis. Met gras­vlek­ken op de broek en plak­ken aar­de on­der de schoe­nen. En met trots kij­ken we naar de gras­vlek­ken, want die gras­vlek­ken zijn het be­wijs dat we zo­juist de lief­de heb­ben be­dre­ven met het gras. Ja, we heb­ben de lief­de be­dre­ven met het gras. Stand­je 14.

Als het hart op slot zit van ver­driet is voet­bal de sleu­tel.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.