Tuin­ar­chi­tect Piet Ou­dolf

Gardener's World (Netherlands) - - Inhoud - Tekst & fo­to’s: An­ne Wieg­gers

“Le­lijk kan ook juist ka­rak­ter heb­ben. Al­leen maar mooi is niet in­te­res­sant.”

Dit jaar is de laat­ste kans om de pri­vé­tuin van de we­reld­be­roem­de tuin­ont­wer­per in Hum­me­lo te be­zoe­ken.

Zo’n veer­tig jaar ge­le­den be­gon Piet Ou­dolf met ont­wer­pen. Op dat mo­ment was de heer­sen­de stijl die van de tra­di­ti­o­ne­le En­gel­se tuin. Veel bloe­men, veel kleur en keu­rig op­ge­bouw­de bor­ders van laag naar hoog was het de­vies. De heer Ou­dolf vond dit maar saai en dog­ma­tisch. Er wa­ren te­veel re­gels en er werd te­veel voor­ge­schre­ven. Het moest los­ser en stoer­der. “We wil­den het he­le­maal an­ders doen. Ik was op zoek naar een meer na­tuur­lij­ke stijl van tui­nie­ren.”

Plan­ten die zich­zelf wis­ten te red­den, die het on­der­ling kon­den uit­vech­ten en te­ge­lijk een har­mo­ni­eus ge­heel zou­den vor­men, dat was de droom. Maar hoe cre­ëer je zo’n leef­ge­meen­schap van plan­ten? “Ik las tal­lo­ze boe­ken, sta­pels en sta­pels, maar werd daar niets wij­zer van.” De eni­ge ma­nier leek het dan maar zelf te doen. In de ja­ren ‘ 70 koch­ten Piet en An­ja Ou­dolf een boer­de­rij in de Ach­ter­hoek met ruim­te voor een kwe­ke­rij die plan­ten zou voort­bren­gen voor de ver­nieu­wen­de ont­wer­pen van Ou­dolf. Hier, in Hum­me­lo, ont­stond een tuin die zich in eer­ste in­stan­tie als een la­bo­ra­to­ri­um voor een ge­heel nieu­we stijl, en la­ter als be­de­vaarts­oord ont­plooi­de voor tui­niers en ont­wer­pers. Dit jaar is de tuin voor het laatst te be­zich­ti­gen voor pu­bliek.

De tuin in Hum­me­lo leeft. Wui­ven­de gras­sen van­gen het eer­ste zon­licht en lij­ken wel in brand te staan. Een zwaar ge­zoem vult de lucht. Het klinkt als­of er een flin­ke trac­tor aan komt rij­den, maar het blij­ken enor­me hoe­veel­he­den bij­en te zijn. Al­les in de­ze tuin is dy­na­misch. Er is vol­op be­we­ging en de lucht is ge­vuld met li­bel­len, zweef­vlie­gen, vlin­ders, bij­en, wes­pen en tor­re­tjes. Dit is hoe het ge­weest moet zijn voor­dat in­sec­ten mas­saal het lood­je leg­den door land­bouw­gif, over-be­bou­wing en een mo­no­cul­tuur op het plat­te­land. Hum­me­lo is een ver­a­de­ming en prik­ke­lend te­ge­lijk. Kleu­ren en plan­ten her­ha­len zich op een rit­mi­sche ma­nier die heel pret­tig is om waar te ne­men.

De kwe­ke­rij in Hum­me­lo heeft plaats­ge­maakt voor een vas­te plan­ten­wei­de. Hier wordt ge­ëx­pe­ri­men­teerd met zaad­meng­sels van in­heem­se plan­ten. Door te mo­ni­to­ren wordt be­paald wat ge­schikt is voor ge­bruik. Ou­dolfs tui­nen wor­den wel­eens ‘wild’ ge­noemd. Hier is hij het niet he­le­maal mee eens. “Al­les wat ik ont­werp is nog steeds een tuin. Het is niet wild, het lijkt zo. Je moet het nog steeds con­tro­le­ren en het is zeer nauw­keu­rig sa­men­ge­steld.”

The Dut­ch Wa­ve

Een breed sca­la aan plan­ten, een af­ge­wo­gen pa­let en een gro­te plan­ten­ken­nis ken­mer­ken Ou­dolfs stijl. Wei­nig ont­wer­pers heb­ben zo’n her­ken­ba­re sig­na­tuur. Piet Ou­dolf wordt wel­eens be­schre­ven als kun­ste­naar, als schil­der die de aar­de als doek ge­bruikt en zijn com­po­si­ties in­kleurt met bloei­en­de vas­te plan­ten, strui­ken en bo­men. De plan­ten vor­men zijn pa­let. De naam ‘ The Dut­ch Wa­ve’ werd ge-

ge­ven aan de stijl waar­in Ou­dolf ont­werpt. Ener­zijds werd er ge­zocht naar hoe men de na­tuur in de tuin kon ge­brui­ken. An­der­zijds zoch­ten ont­wer­pers van de ‘ The Wa­ve’ naar hoe ze beel­den uit de steeds schaar­ser wor­den­de na­tuur kon­den ge­brui­ken in de tuin. Ze ont­wier­pen daar­bij naar idee­ën die ze ge­zien had­den in de na­tuur en cre­ëer­den zo tui­nen die een prach­ti­ge ge­cul­ti­veer­de voort­zet­ting van de na­tuur le­ken.

Tal­lo­ze par­ken en tui­nen wer­den door Ou­dolf ont­wor­pen. The High Li­ne in New York is hier een van de be­kend­ste voor­beel­den van. De­ze ou­de me­tro­lijn bo­ven de druk­ke stad werd om­ge­to­verd tot een oa­se van rust en na­tuur. “Wat wij pro­be­ren te be­rei­ken is iets te cre­ë­ren wat men­sen raakt, wat bin­nen­komt, en echt iets met ze doet. Dat is mijn be­lang­rijk­ste drijf­veer. Het gaat er­om dat de an­der er iets aan heeft. De openbare ruim­te is mijn speel­veld ge­wor­den om men­sen in aan­ra­king te bren­gen met iets dat meer is dan tui­nie­ren. Het is een vorm van ex­pres­sie, een vorm van com­mu­ni­ca­tie, waar­bij mijn te­gen- spe­lers, de be­zoe­kers en ge­brui­kers van wat ik ont­werp, on­be­ken­den zijn.”

Char­me be­hou­den

Een uit­ge­bloei­de plant hoeft niet le­lijk te zijn. Het sil­hou­et van een plant kan een prach­ti­ge aan­winst zijn in de win­ter. In Hum­me­lo wor­den om­ge­val­len plan­ten ook ge­woon weg­ge­haald. Het­geen mooi is en recht­op staat – kort­om: zijn char­me be­houdt – dat mag blij­ven. De cy­clus van de plant speelt een be­lang­rij­ke rol. Daar­door

ver­an­dert het beeld van plant­com­bi­na­ties het he­le jaar door.

Een groot bij­ko­mend voor­deel is dat het veel be­ter is voor de na­tuur om niet al­les al­tijd maar op te rui­men. Uit­ge­bloei­de plan­ten bie­den een schuil­plaats voor in­sec­ten en egels, za­den voor vo­gels, en ze be­scher­men de plan­ten ook nog eens te­gen vorst. Er­gens in fe­bru­a­ri wordt er in Hum­me­lo pas op­ge­ruimd. Het tijd­stip waar­op dit ge­daan wordt voor­komt dat de nieu­we groei be­scha­digd raakt bij de snoei­werk­zaam­he­den. Die moet je als het kan een beet­je voor zijn, an­ders ver­trap je de plant­kro­nen. Laat het ‘win­ter­klaar’ ma­ken van de tuin dus maar over aan van Koo­ten en de Bie, en ‘laat de boel de boel’. Be­heers je op­ruim­woe­de en steek die ener­gie bij­voor­beeld in het aan­bren­gen van een dik­ke laag or­ga­ni­sche mulch zo­als com­post. Mis­schien best een wel­ko­me bood­schap voor hard­wer­ken­de tui­niers?

Plant­in­spi­ra­tie

De ont­wer­per maak­te een aan­tal plan­ten po­pu­lair. Sier­gras­sen zijn bij­voor­beeld on­los­ma­ke­lijk met zijn ont­wer­pen ver­bon­den. De kwe­ke­rij, in­mid­dels al een aan­tal jaar ge­slo­ten, had zelfs druk­be­zoch­te ‘Gras­sen­da­gen’. Vóór de tijd dat Piet Ou­dolf en an­de­re ont­wer­pers bin­nen ‘ The Wa­ve’ de­ze een on­der­deel maak­ten van ont­wer­pen was het on­denk­baar sier­gras een plek­je in de tuin te gun­nen, want waar wa­ren de kleu­ri­ge bloe­men? In­mid­dels is het moei­lijk een stuk­je open­baar groen te vin­den zon­der sier­gras­sen en zijn ze al­om ver­te­gen­woor­digd in kwe­ke­rij­en en tuin­cen­tra.

Sier­gras voelt zich thuis tus­sen de ter­ras­te­gels te Hum­me­lo.

Piet Ou­dolf aan het werk in zijn ate­lier. In­for­ma­tie:Tot en met 27 oktober is de tuin ge­o­pend op don­der­dag, vrij­dag en za­ter­dag van 11.00 tot 16.00Adres: Broeks­traat 17, 6999 DE, Hum­me­lo, NLBoe­ken­tip: ‘Ou­dolf | Hum­me­lo’. Fon­tai­ne Uit­ge­vers

Uit­ge­bloeid Vind je het moei­lijk om de snoei­schaar te la­ten lig­gen en wordt al­les wat bruin is het liefst met­eenmet de grond ge­lijk ge­maakt? Pro­beer dan eens voor­zich­tig te ont­dek­ken hoe mooi uit­ge­bloei­deplan­ten kun­nen zijn door hier en daar een al­li­um te la­ten staan. Wie weet is het een stap naar meer.Tuin: An­ne Wieg­gers.

Lang­du­rig kleur Astran­ti­a­ro­ma komt van de kwe­ke­rij van Piet en An­ja Ou­dolf. De­ze bloeit maan­den ach­ter el­kaar door en heeft een mooi sil­hou­et wan­neer hij is uit­ge­bloeid. Hier ge­com­bi­neerd met Ne­pe­ta ra­ce­mo­sa ‘Wal­ker’s Low’. Ve­reist wel een wat voch­ti­ger plek­je in de tuin.Tuin: An­ne Wieg­gers.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.