‘ Er zijn nog veel hel­den in de Kerk en in de we­reld’

Katholiek Nieuwsblad - - KNINSPIRATIE - Pie­ter Der­deyn

‘Je kunt toch al­leen maar her­bron­nen als je te­rug­gaat naar de bron?’ Uma Wij­nants is di­rec­tri­ce van de Bel­gi­sche tak van Kerk in Nood. Te­rug­blik­kend op tien jaar in die func­tie, is ze dank­baar. “Vroe­ger kon ik me er­ge­ren aan het be­grip ‘Voor­zie­nig­heid’, maar nu neem ik het vaak zelf in de mond.”

Na tien jaar aan het hoofd van de Bel­gi­sche tak van Kerk in Nood, voelt di­rec­tri­ce Uma Wij­nants zich nog steeds be­voor­recht. Pas­to­ra­le hulp­ver­le­ning en ge­bed gaan in haar le­ven sa­men. “De hoop die som­mi­ge ge­lo­vi­gen uit­stra­len te mid­den van zo veel el­len­de, daar kan ik nog veel van le­ren”, zegt ze.

Ver­rij­ken­de ont­moe­tin­gen

“Ik word bij­voor­beeld erg ge­raakt door mgr. Doe­me, die in Ni­ge­ria veel met de is­la­mi­ti­sche ter­reur­or­ga­ni­sa­tie Bo­ko Ha­ram te ma­ken heeft. Dat is een be­schei­den man, met een heel krach­tig ge­loof en een gro­te ver­bon­den­heid met moe­der Ma­ria. Zijn bis­dom is voort­du­rend in ge­vaar, maar hij bidt da­ge­lijks de ro­zen­krans in de ka­the­draal, waar Bo­ko Ha­ram elk mo­ment kan toe­slaan. Hij gaat zijn bis­schop­pe­lijk huis uit in sou­ta­ne, ook al kan ie­der­een hem daar­door her­ken­nen. ‘Dan sterf ik voor God en moe­der Ma­ria’, zei hij daar­over. Hoe hij het vol­houdt, dat gaat mijn be­grip te bo­ven. Maar hij spreekt er­over als­of het niets bij­zon­ders is.” De ver­rij­ken­de ont­moe­tin­gen die Uma Wij­nants van­uit haar werk heeft, stem­men haar dank­baar. “De ve­le pro­ject­part­ners die hier op be­zoek ko­men, hou­den me scherp over de no­den van de Kerk en de da­ge­lijk­se re­a­li­teit. Zo blijf ik me be­wust van de mis­sie van Kerk in Nood. Het helpt me re­la­ti­ve­ren en naar waar­de schat­ten wat wij hier heb­ben.”

God die in je ont­waakt

Ge­mak­ke­lijk is haar werk ech­ter niet. De pro­ject­rei­zen naar bij­voor­beeld Ha­ï­ti raak­ten haar diep. “De ver­woes­ten­de gevolgen van de aard­be­ving, de ver­re­gaan­de zicht­ba­re en on­zicht­ba­re cor­rup­tie en de uit­druk­king van uit­zicht­loos­heid op het ge­zicht van de Ha­ï­ti­a­nen, heb­ben me erg ge­raakt. Ik vroeg me af: ‘Wat doe ik hier? Dit is hel­pen te­gen be­ter we­ten in. Vol­gend jaar komt er weer een te­gen­slag of een boy­cot.’ Maar als wij daar niet zijn, dan is het nog veel er­ger. Het is ook heel be­lang­rijk om men­sen ge­woon na­bij te zijn.” Nood­si­tu­a­ties kun­nen ook het bes­te in een mens naar bo­ven bren­gen: “Er ont­staat dan een ge­voel van zorg voor de me­de­mens. Ik ge­loof dat God op zo’n mo­ment in je ont­waakt en zegt: je mag dit niet los­la­ten. Er zijn nog veel hel­den in on­ze we­reld en in on­ze Kerk. On­danks al­le el­len­de die ik zie, ben ik een hoop­vol mens.”

God laat je niet meer los

In haar ei­gen le­ven ging ook niet al­les van een lei­en dak­je. Als zes­ja­ri­ge werd ze met haar broer­tje van­uit een In­di­aas te­huis van de zus­ters van Moe­der The­re­sa over­ge­bracht naar een Bel­gisch adop­tie­ge­zin. “Ik ben een aan­tal keer op zoek ge­gaan naar mijn roots. Mijn ou­ders wa­ren naar de stad ge­trok­ken om hun lot te ver­be­te­ren.” Door haar huids­kleur had ze het moei­lijk op school en tij­dens ein­de­lo­ze sol­li­ci­ta­ties. Het was na zo’n ont­goo­che­ling dat een jon­ge vrouw in de me­tro haar een zak­bij­bel in haar han­den stop­te. “Ik sloeg die open, be­gon te le­zen en was ge­raakt. En als God je een­maal heeft, laat Hij je niet meer los.” Na twaalf jaar dienst bij de Chris­te­lij­ke Mu­tu­a­li­teit (het chris­te­lijk zie­ken­fonds in Vlaan­de­ren – red.) en een stu­die gods­dienst­we­ten­schap­pen, vroeg ze zich af wat ze met haar di­plo­ma moest doen. Het ant­woord kreeg ze toen ze tij­dens een wan­de­ling de voor­zit­ter van Kerk in Nood ont­moet­te, waar ze kort daar­na mocht be­gin­nen. Twee jaar la­ter werd ze ge­vraagd om de func­tie van di­rec­teur op zich te ne­men.

‘Her­bron­nen’ kan slechts bij de bron

Om de rust in haar strijd­vaar­dig­heid te be­wa­ren, zorgt Uma Wij­nants voor vol­doen­de tijd om zich te be­zin­nen. “De mo­ni­a­len in Op­grim­bie, die le­ven vol­gens de kar­tui­zer­tra­di­tie en de spi­ri­tu­a­li­teit van het oos­ter­se chris­ten­dom, zijn voor mij echt een rust­punt. Al was mijn eerste stil­le re­trai­te in de kluis een wor­ste­ling: ik wil­de na één dag al te­rug naar huis. Maar in­mid­dels heb­ben we een soort sa­men­wer­king: ik breng gas­ten mee die er ver­tel­len over de we­reld­kerk, en zij dra­gen hen mee in ge­bed. Wat me in de zus­ters aan­trekt, is de puur­heid van hun ge­bed. We moe­ten meer le­ren ge­nie­ten van wat is en niet al­tijd al­les wil­len ver­an­de­ren. Dat weer­klinkt reeds in de Gods­naam Jah­we: ‘Ik ben die is.’ Als ik el­ders naar de Eucha­ris­tie ga, merk ik soms dat ze aan de es­sen­tie voor­bij­gaan. Je kunt toch al­leen maar ‘her­bron­nen’ en staan­de blij­ven als je te­rug­gaat naar de bron? Met Kerk in Nood ben ik met we­reld­se za­ken en ethi­sche kwes­ties be­zig, maar in es­sen­tie gaat het om men­sen. Dat vind ik ook te­rug bij de mo­ni­a­len, net als het be­sef dat het niet al­le­maal van mij­zelf uit­gaat. Vroe­ger kon ik me er­ge­ren aan het be­grip ‘Voor­zie­nig­heid’, maar nu neem ik het vaak zelf dank­baar in de mond. Ik voel me be­voor­recht dat ik dit werk mag doen. Niet al­leen om wat ik voor een an­der kan doen, maar ook om wat ik er zelf voor te­rug­krijg.”

Uma Wij­nants bij een beeld van pa­ter We­ren­fried van Straat­en, de stich­ter van Kerk in Nood. Wij­nants is di­rec­teur van de Bel­gi­sche tak van de hulp­or­ga­ni­sa­tie. “Ik voel me be­voor­recht dat ik dit werk mag doen.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.