Eli­sa­be­ta

Katholiek Nieuwsblad - - KNINSPIRATIE -

Zelfs na een week kan ik de door­drin­gen­de geur van ver­derf nog niet uit mijn her­in­ne­ring weg­va­gen. Nooit eer­der zag ik ie­mand die zo ver­waar­loosd leef­de. Eli­sa­be­ta is 49 jaar oud en door ie­der­een ver­la­ten. Eén van de zus­ters ont­moet­te haar in de bus. Wan­ho­pig vroeg de vrouw om hulp, want ze was ziek en zou ie­der mo­ment kun­nen ster­ven. Ze be­greep dat wij iets met barm­har­tig­heid van doen had­den en daar­om durf­de ze ons aan te spre­ken. Ver­ont­rust ver­tel­de zus­ter Ra­do­sty mij over de ont­moe­ting, zo­dat we be­slo­ten de si­tu­a­tie se­ri­eus on­der ogen te zien. Zus­ter Kris­ti­no­pils­ka ging bij haar op be­zoek met een meis­je uit de pa­ro­chie. Ze za­gen dat Eli­sa­be­ta’s flat­je vol­le­dig ver­waar­loosd was. Twee da­gen la­ter gin­gen we er vol goe­de moed naar­toe. Pas toen we écht bin­nen wa­ren, drong het tot ons door waar­aan we be­gon­nen wa­ren. Als eerste droe­gen we de zak­ken met be­dor­ven voed­sel naar de vuil­nis­bak­ken die hier bij al­le flats staan. Dat was niet met één keer lo­pen ge­beurd. Met de zak­ken gin­gen gro­te zwer­men vlie­gen de deur uit, wat al di­rect een gro­te op­luch­ting gaf. Met eni­ge moei­te open­de ik het keu­ken­raam, want het was bij­na niet mo­ge­lijk om er te ade­men. Toen we de deur van de ka­pot­te koel­kast en vrie­zer open­den, sloeg on­ze maag over. Ver­de­re de­tails zal ik over­slaan. Door de hoofd­kraan open te draai­en, kon­den we een straal­tje wa­ter uit de kraan bij de bad­kuip krij­gen. De wa­ter­re­ke­ning was al lang niet meer be­taald, zo­dat er geen wa­ter uit an­de­re kra­nen kwam. We moch­ten doen wat ons goed leek, be­hal­ve de tien­tal­len krui­den­thee’s en ge­droog­de bla­de­ren weg­gooi­en, want dat wa­ren haar me­di­cij­nen; die dronk ze en daar­mee ver­fris­te ze zich. Op het for­nuis ston­den twee zwart­ge­bla­ker­de pot­jes hef­tig te ko­ken met bos­jes krui­den er­in. Eli­sa­be­ta ging naar het park om de hoek, want bin­nen kon ze niet goed ade­men, zei ze, iets wat we vol­le­dig be­gre­pen. Na drie uur wer­ken, voel­den we ons ziek en we be­slo­ten de vol­gen­de dag te­rug te ko­men. Do­na­tus, één van on­ze jon­ge­ren uit Ni­ge­ria, vroeg al va­ker of hij eens mee kon hel­pen bij de ar­men. Ik bel­de hem en vroeg hem of hij be­reid was. Ook no­dig­de ik hem uit voor een uur aan­bid­ding in on­ze huis­ka­pel, want zon­der eerst een uur bij de Heer ge­weest te zijn, kun je dit soort dienst­baar­heid moei­lijk ver­vul­len. Eli­sa­be­ta was niet thuis toen we aan­kwa­men, maar de buur­vrouw deed open en vroeg met­een of we ook bij haar wil­den ko­men poet­sen. De deur van haar flat­je was dicht­ge­maakt met een ou­de sok, zo­dat we ge­woon bin­nen kon­den. Do­na­tus kon zijn ogen niet ge­lo­ven. Na uren hard wer­ken con­clu­deer­de hij dat het be­lang­rijk is goe­de vriend­schap­pen en op­rech­te re­la­ties op te bou­wen als je jong bent, want an­ders blijf je al­leen als je oud wordt en hulp­be­hoe­vend. Aan­ge­sla­gen oogst­ten we de vruch­ten van een god­de­lo­ze sa­men­le­ving. De mens roept om lief­de, maar ook God huilt hier: “Ik heb dorst.”

Mad­re Ani­ma Chris­ti

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.