Vijf brief­jes van vijf­tig

Lag de oor­zaak niet in de ont­ken­ning van schuld door al­le men­sen om haar heen?

Katholiek Nieuwsblad - - KNCOLUMN - Al­bert van der Woerd

Re­fres­co is Spaans voor ‘fris­drank.’ In de prak­tijk kan dat al­les zijn van een pi­ña co­la­da tot een fles­je wa­ter. Maar van de week ont­dek­te ik een an­de­re be­te­ke­nis van dat woord, toen ik naar een ou­de me­vrouw moest voor het sa­cra­ment van de zie­ken. Eloui­se woon­de in de ‘Ave­nue’, het ge­deel­te van on­ze stad voor­bij Ven­tu­ra Ave­nue, waar voor­na­me­lijk im­mi­gran­ten uit Mexi­co wo­nen. Ja, de se­gre­ga­ti viert nog al­tijd hoog­tij. Op de win­kel­ra­men staat La­van­de­ria (was­se­rij) en Car­ni­ce­ria (sla­ge­rij). Op mijn brief­je met het adres stond: biecht, zie­ken­zal­ving en huis ze­ge­nen. Een vrouw van een jaar of veer­tig, waar­schijn­lijk de doch­ter, liet me bin­nen en leid­de me naar de woon­ka­mer die te­ge­lijk slaap­ka­mer was van het ou­de­recht­paar. Ik mocht plaats­ne­men op de bank en een krom­ge­bo­gen vrouw­tje met rol­la­tor werd naar me toe ge­leid. Eloui­se. Ze leek mij niet ziek en was heel voor­ko­mend. Ik vroeg in het Spaans: “Wilt u biech­ten?” Ze knik­te. Ik deed mijn paar­se sto­la om en wacht­te. Er kwam niets, en ik vroeg: “Waar­voor wilt u ver­ge­ving vra­gen?” “Ik heb niets ver­keerd ge­daan, ik doe al­tijd mijn best”, ant­woord­de ze. Dat laat­ste kon ik wel ge­lo­ven, maar bij het eerste moest ik toch den­ken aan 1 Jo­han­nes 1,8. Na nog een tijd­je wach­ten zei ik: “Oké, ik zal u een ze­gen ge­ven.” Ik leg­de haar de han­den op en im­pro­vi­seer­de een ge­bed. Ze keek me dank­baar aan, from­mel­de vijf­tig dol­lar in mijn han­den en stond op. “Pa­ra un re­fres­co.” Ik zei dat dit geen geld kost­te, maar ze stond er­op dat ik het aan­nam, keek me aan en her­haal­de: “Un re­fres­co.” Ik vouw­de mijn sto­la weer op. Toen kwam groot­va­der bin­nen en vroeg of hij ook kon biech­ten. Ik deed mijn sto­la weer om en de ou­de man kwam naast me zit­ten. Na­dat ik het kruis­te­ken had ge­maakt, bleef het weer stil. Zelf­de ver­haal. Een mo­ment la­ter had ik weer een brief­je van vijf­tig in mijn hand. Daar­na kwa­men de doch­ter, een tan­te en een zwa­ger uit een an­de­re ka­mer. De tel­ler stond nu op 250 dol­lar. Daar kon ik wel hon­derd blik­jes co­la voor ko­pen. Ik vroeg me een mo­ment af of de Re­for­ma­tie wel enig ef­fect heeft ge­had in Mexi­co, maar voel­de me ook niet be­voegd om te oor­de­len over de vrij­ge­vig­heid van de­ze fa­mi­lie. Mis­schien wa­ren de brief­jes van vijf­tig wel hun eni­ge ma­nier om schuld te be­ken­nen. Plot­se­ling kwam er een knap­pe jon­ge vrouw naast me zit­ten. Het bleek de klein­doch­ter te zijn. Er was echt iets raars aan de hand met haar, maar ik kon er de vin­ger niet ach­ter krij­gen wat pre­cies, ook al sprak ze per­fect En­gels. Ze was hul­pe­loos en voel­de zich ver­leid om toe­vlucht ne­men tot oc­cul­te prak­tij­ken. We spra­ken in­drin­gend met el­kaar. Uit­ein­de­lijk gaf ik haar het sa­cra­ment van de zie­ken, ho­pend dat de Hei­li­ge Geest via de olie haar huid zou door­drin­gen. Daar­na ze­gen­de ik, ka­mer voor ka­mer, het he­le huis. Op weg naar mijn au­to vroeg ik me af of de oor­zaak van de dwang­ge­dach­ten van klein­doch­ter niet ge­le­gen kon zijn in de ont­ken­ning van schuld door al­le men­sen om haar heen. Of zat die schuld nu in mijn borst­zak in de vorm van vijf brief­jes van vijf­tig? +

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.