Hij stal mijn hart én mijn fiets

Metro Holland (Amsterdam) - - Branded Content -

Hij kijkt naar me en loopt dan naar de fiets. Ik haat­te fiet­sen. De dag dat ik hoor­de dat ik mijn mid­del­ba­re­school­di­plo­ma had ge­haald, heb ik mijn fiets zon­der slot op de Kruis­ka­de ge­zet. Na een uur was hij weg.

Het was een sym­bo­li­sche af­slui­ting van een zes jaar du­ren­de rit, waar nu een ein­de aan was ge­ko­men. Een rit die ik nooit meer zou ma­ken, om­dat de rou­te me en­kel zou te­rug­bren­gen naar een plek waar ik niets meer te zoe­ken had.

Niet veel la­ter werd ik ver­liefd op een jon­gen die ik dron­ken zag dan­sen in een vun­zi­ge kroeg. Ze zeg­gen dat je ver­liefd wordt op ie­mands geur of in­ner­lijk, maar die avond rook hij naar whis­ky en si­ga­ret­ten en kon hij niets zin­nigs meer uit­bren­gen. Toch wist ik het en de week er­na woon­den we sa­men.

Het huis dat we be­slo­ten te hu­ren, was om­ringd door bo­men, moe­ras en wa­ter­slan­gen. Voor veel men­sen zou­den de slan­gen al­leen al een re­den zijn om er­gens an­ders te gaan wo­nen, maar voor mij was het als­of ik in een sprook­je te­recht was ge­ko­men. Het had iets duis­ters en ro­man­tisch te­ge­lijk; de vij­ver was een doorn­struik en het huis­je ons kas­teel.

Maar de prins had geen paard en daar­om kre­gen we van de ver­huur­der een ro­ze kin­der­fiets­je. Het fiets­je bracht ons over­al naar­toe: naar de och­tend­markt, naar de kroeg, door de bos­sen naar het wa­ter en ’s nachts door het moe­ras weer naar huis. We schreeuw­den en we zon­gen, we vie­len en we zoen­den. We leer­den lief te heb­ben, we leer­den dat ver­liefd zijn iets is dat je moet koes­te­ren en we leer­den dat zij­wiel­tjes aan een glit­ter­fiets ei­gen­lijk he­le­maal niet stom zijn.

We leer­den sa­men al­ler­lei wij­ze le­vens­les­sen en wer­den zo op­ge­slokt door de lief­de, dat er plot­se­ling geen ruim­te meer was voor ons­zelf. We gin­gen bij de fiets staan en ke­ken el­kaar aan.

Na iets meer dan een jaar heb­ben de zij­wiel­tjes los­ge­la­ten en sinds­dien staat de fiets stil. Het is niet dat we el­kaar niet meer mo­gen, maar het le­ven heeft be­slo­ten dat we vol­was­sen moe­ten wor­den en daar­bij hoort per­soon­lij­ke voor­uit­gang. Ik wil hem niet te­gen­hou­den, maar weet dat ik het des­on­danks toch doe. En hij weet dat de fiets hier in het bos nooit ge­sto­len zal wor­den en dat hij het me het ook niet zeg­gen kan.

Dus hij pak­te de fiets en fiets­te weg.

’We leer­den dat ver­liefd zijn iets is dat je moet koes­te­ren en dat zij­wiel­tjes aan een glit­ter­fiets ei­gen­lijk he­le­maal niet stom zijn.’

Moo Mie­ro

MOO MIE­RO

Me­tro plaatst el­ke dag een le­zers­co­lumn. Upload je co­lumn van vier­hon­derd woor­den en een foto op on­ze web­si­te me­tro­co­lumn.nl. Je ver­dient vijf­tig eu­ro als we jouw co­lumn in de krant plaat­sen.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.