Wat je niet wist over Mi­chiel Huis­man

Me­tro’s Iris kreeg vijf­tien mi­nu­ten met ’s lands-bes­te (en mooi­ste)-ac­teur-abroad Mi­chiel Huis­man. Hij speelt de hoofd­rol in de nieu­we angst­aan­ja­gend goe­de hor­ror­se­rie op Net­flix, maar is zelf ‘spook-scep­tisch’ en ver­klap­te iets wat nie­mand an­ders van hem

Metro Holland (Holland) - - Voorzijde Pagina - IRIS HER­MANS i.her­mans@tmg.nl

‘Z’n broers en zus­sen ha­ten Ste­ven om­dat hij hun nacht­mer­ries uit hun jeugd als het wa­re ver­koopt.’ Mi­chiel Huis­man over zijn per­so­na­ge Ste­ven

„Ik vond hem bloé­deng”, roept een ca­me­ra­man met over­slaan­de stem en hij trilt nog wat na. Niet Mi­chiel Huis­man, sust hij snel, („die is dus echt knap”), maar de al­ler­nieuw­ste hor­ror­se­rie op Net­flix, The Haun­ting of

Hill Hou­se. Al­le jour­na­lis­ten die op de­ze re­gen­ach­ti­ge grij­ze och­tend, een slecht­weer­tje dat past bij de grie­ze­li­ge se­rie, in het chi­que Am­ster­dam­se Soho Hou­se pre­sent zijn, heb­ben van te­vo­ren al (mi­ni­maal) twee af­le­ve­rin­gen ge­zien, zo­dat goed be­sla­gen ten ijs het in­ter­view in kan wor­den gaan. Voor de wach­ten­den, want ‘niets loopt vol­gens het pro­gram­ma’, vol­gens de crew, zijn er muf­fins, XL cho­co­la­de­crois­sants en wi­fi en dan geeft een da­me in wol­len pan­ter­trui een sein­tje.

You’re ex­pec­ted... prijkt in prie­gel­grie­zel­let­ters op de ‘se­rie­pos­ter’ die voor de in­ter­vie­wroom is neer­ge­zet. Ge­luk­kig maar. Neer­ge­ploft in een ri­an­te fau­teuil, kijk ik rond in het ver­trek dat zo uit de ja­ren zes­tig lijkt te ko­men. Op het ta­fel­tje een glas wa­ter en gin­ger­a­le voor Mi­chiel, ach­ter­in twee Net­flix-da­mes die al­les in goe­de ba­nen lei­den, en nauw­let­tend de tijd bij­hou­den. Vijf­tien mi­nu­ten krijg ik met Mi­chiel Huis­man en die gaan nú in.

De deur zwaait open. „Goe­de­mor­gen!” begroet de ac­teur me op­ge­wekt en geeft een hand die past bij zijn per­soon­lijk­heid zo­als ik die ken van het beeld­scherm. Na mijn on­han­di­ge ver­ge­lij­king met avo­ca­do’s die ik eet als com­fort­food, net zo­als ik ook heel ont­span­nen van hem word als ik naar hem kijk (‘com­fort­watch’) en waar hij wel om kan la­chen -„en be­dankt voor dit erg bij­zon­de­re com­pli­ment!”- gaan we van start.

Van na­tu­re is hij geen fan van bo­ven­na­tuur­lij­ke hor­ror­films of -se­ries. „Ik vind ze voor­al heel eng. Maar de­ze se­rie kon ik goed kij­ken, hoor... Ik wist al pre­cies wat ko­men ging!” Toen hij het script las, wist hij met­een: ja, ik wil! Hij voel­de een klik met zijn per­so­na­ge Ste­ven, die net als hij zelf scep­tisch ten op­zich­te van gees­ten is. Ste­ven ge­looft er, in elk ge­val in de eerste twee af­le­ve­rin­gen, al­les­be­hal­ve in, maar ver­dient wel z’n geld met spook­ver­ha­len schrij­ven. Een geest is dat wat je er zelf van maakt, zegt hij in de eerste af­le­ve­ring, „een her­in­ne­ring, een angst, een ...” Een mooi per­so­na­ge om te spe­len, vindt Huis­man. „Z’n broers en zus­sen ha­ten Ste­ven om­dat hij hun nacht­mer­ries uit hun jeugd als het wa­re ver­koopt, ter­wijl hij ze he­le­maal niet ge­looft. Hij oogt als de meest sta­bie­le van de fa­mi­lie, maar er gaan een he­le­boel din­gen ge­beu­ren waar­door dat dun­ne mas­ker af­valt en ook hij z’n ang­sten on­der ogen komt.”

Huis­man, die daar over de oce­aan net even an­ders dan in Ne­der­land wordt ge­noemd, ‘Mik­hiel’, „dat is ooit een keer be­gon­nen, en daar­na heet je dus ge­woon zo”, is de al­ler­eer­ste naam die op je beeld ver­schijnt in de be­gin­tune. Dat moet vast een dik­ke kick ge­ven, toch? „Ach ja...” Een glim­lach ver­schijnt op z’n ge­zicht en hij weegt z’n woor­den zorg­vul­dig. „Als dat al zo zou zijn, zou ik dat niet dur­ven toe te ge­ven.” Maar het is niet zo dat er tus­sen de ac­teurs om ge­scis­sord is of dat het een random keus is, wie als eerste in beeld komt, be­aamt hij, „daar zijn ze­ker wel ge­sprek­ken aan voor­af­ge­gaan.” In de se­rie speelt het zo­ge­naam­de Fo­re­ver Hou­se een be­lang­rij­ke rol: het per­fec­te huis waar je voor al­tijd zou wil­len wo­nen. Zijn ei­gen Fo­re­ver Hou­se zou ‘so­wie­so op een strand zijn”, daar hoeft hij geen se­con­de na te den­ken en de ac­teur droomt even weg. „Het zou een su­per­mo­dern ding op het strand zijn, een ku­bus van glas.” Hij droomt nog ver­der weg, „nee, een récht­hoek met nog een recht­hoek er­bo­ven­op.”

De (zeer) op­let­ten­de kij­ker kan het niet ont­gaan dat de wenk­brau­wen van al­le ac­teurs tot in de punt­jes ge­coif­feerd zijn, iets wat op­valt bij de ve­le shots van open­ge­sper­de angst­ogen. Maar nee, geen epi­leer­mas­ter op de set, lacht Huis­man, „al heb­ben we he­le goe­de vi­sa­gis­ten.” Al­les is ei­gen­lijk wel tot in de punt­jes uit­ge­werkt, ver­volgt hij, en in te­gen­stel­ling tot veel goed­ko­pe hor­ror­pro­duc­ties, waar­bij je de ket­chup nog net niet ruikt, is dit een high-bud­get pro­duc­tie. En dat is te zien: el­ke se­con­de is een lust voor het oog, al wil je dat­zelf­de oog ook soms dicht­knij­pen, om­dat het echt eng echt is, zo­als de scè­ne waar­in Ste­vens zus die be­gra­fe­nis­on­der­ne­mer is, het lijk van hun jong­ste zus­je dat net zelf­moord heeft ge­pleegd ‘fixt’ en luk­raak een zak vol or­ga­nen uit haar open­ge­sne­den buik trekt. „Elk shot is in­der­daad per­fect uit­ge­dacht, zo is al­leen al in de be­lich­ting heel veel tijd en ener­gie gaan zit­ten, dat zie je niet vaak in hor­ror­pro­duc­ties.”

De hoofd­rol­spe­ler in de­ze gloed­nieu­we Net­flix-se­rie die nu al aan al­le kan­ten wordt be­ju­beld, zit trou­wens niet zelf te Net­flixen als hij moet wach­ten tus­sen de op­na­mes door. Hij doet über­haupt niets wat te veel fo­cus vergt, „ik pro­beer dan juist zo goed en kwaad als het kan met m’n hoofd bij m’n script te blij­ven.” Maar voor­uit, mócht een ta­fel­ten­nis­ta­fel op de set staan, zou hij ze­ker een pot­je wa­gen, want ter­wijl de laat­ste in­ter­view­mi­nuut weg­tikt, ver­klapt de in­ne­men­de ac­teur dat hij de­ze zo­mer el­ke maan­dag­avond mee­train­de met een zeer fa­na­tie­ke club man­nen („Ik heb maar één pot­je van ze ge­won­nen... Tij­dens de he­le zo­mer”) en hij ‘best een se­ri­eu­ze ping­pon­ger’ is, „dat weet ei­gen­lijk nie­mand.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.