WIE LOOPT HIER EEN BLAUW­TJE?

Metro Holland (Rotterdam) - - Meningen -

Trou­we le­zers we­ten het: ik noem me­zelf wel fe­mi­nis­te, maar wat eman­ci­pa­tie is, ben ik nog aan het uit­vin­den. Iets ex­clu­sief ok­sel­haar en man­nen­haat, maar in­clu­sief naald­hak­ken en een gro­te bek, of­zo. Maar wor­ste­len met die in­ge­wik­kel­de man-vrouw­ver­hou­din­gen doe ik da­ge­lijks. Laatst leg­de ik een van mijn groot­ste di­lem­ma’s voor aan een be­lang­rij­ke in­spi­ra­tie­bron, op­per­fe­mi­nis­te Cis­ca Dres­sel­huys: “Ik wil een ster­ke vrouw zijn, maar daar ko­men wat­jes op af. En ik wil juist een man die nóg ster­ker is. Is dat on­ge­ë­man­ci­peerd?” Het ant­woord op mijn vraag kreeg ik een paar uur la­ter in de vorm van twee sú­per­ster­ke han­den.

Aan­ran­ding wil ik het niet noe­men, dat vind ik flauw. Al is dat tech­nisch ge­zien ei­gen­lijk pre­cies wat er is ge­beurd. Maar wat er pre­cies is ge­beurd, pro­beer ik nog op een rij­tje te krij­gen, en waar­om het is ge­beurd weet ik ook niet he­le­maal. Wel weet ik dat dit soort din­gen el­ke dag ge­beu­ren. En dat al die meis­jes zich net als ik nu af­vra­gen: “Heb ik dit zelf uit­ge­lokt?” Na­tuur­lijk klinkt dat raar, maar ik zou het ook stom vin­den om er zo­maar van­uit te gaan dat ik er so­wie­so niks aan kon doen. Dat de man al­tijd de schuld heeft, om­dat hij nu een­maal ster­ker is. Met slacht­of­fer­schap zou ik im­pli­ce­ren dat ik niet even­veel aan­deel heb in din­gen die er tus­sen twee men­sen kun­nen ge­beu­ren. Dàt is pas a-fe­mi­nis­tisch. Aan de an­de­re kant, ter­wijl ik dit schrijf staat ‘Trou­ble’ van Tay­lor Swift op re­peat, voel ik me su­per­rot (zie voor­gaan­de punt), tel ik vijf blauw-groe­ne plek­ken, kan ik mijn nek niet goed draai­en en niet op mijn lin­ker­zij lig­gen. En dat is he­le­maal niet oké. Al­leen al om­dat ik co­lumns al­tijd het liefst lig­gend op mijn lin­ker­zij schrijf.

Ik weet ook wel dat hij me geen pijn wil­de doen, niet ex­pres. Want wat voor man­nen blijk­baar echt on­weer­staan­baar is, is het woord ‘nee’. Hard-to-get schijnt een heel leuk spel­le­tje te zijn, maar… ik speel­de he­le­maal geen spel­le­tje. Waar het op neer­kwam is dat de man in kwes­tie - die ik tot over­maat van ramp stie­kem ook nog best wel lief en leuk vond - ge­woon be­zet was en daar­om bij mij uit de buurt moest blij­ven. Dat heb ik ook ge­zegd. Een stuk of der­tig keer. Maar hoe stel­li­ger ik hem af­wees, hoe stel­li­ger hij werd. Toch luk­te het me om hem van me af te hou­den, en ge­loof me als ik zeg dat mij dat ook heel veel zelf­be­heer­sing kost­te. Bij­na was er niks aan de hand ge­weest, want ik fiets­te ge­woon naar huis die avond. Maar we kwa­men el­kaar twee ki­lo­me­ter ver­der weer te­gen, en dat ein­di­ge dus met mij te­gen een hek. In de ar­men van die su­per­ster­ke sexy Ne­an­der­tha­ler waar ik als ver­war­de fe­mi­nis­te eer­der om had ge­vraagd. Blijk­baar werkt het woord ‘nee’ heel goed. Voor ‘iets’ in ie­der ge­val. Voor­al als je het bij­na he­le­maal meent.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.