Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na, de Ame­ri­kaan­se uit­da­ger van schaak­kam­pi­oen Mag­nus Carl­sen

Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na (26) wil de twee­de Ame­ri­kaan­se we­reld­kam­pi­oen ooit wor­den. Hij zit on­be­wo­gen aan het bord en is zel­den ner­veus. Toch is de Noor­se ti­tel­ver­de­di­ger Mag­nus Carl­sen (27) fa­vo­riet voor de WK-match.

NRC Handelsblad - - In Het Nieuws - Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na tij­dens het kan­di­da­ten­toer­nooi af­ge­lo­pen maart in Ber­lijn. Tekst Dirk Jan ten Geu­zendam

V edet­ten kun je vaak her­ken­nen aan hun na­tuur­lij­ke uit­stra­ling, maar ze­ker niet al­tijd. Wie Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na voor het eerst ziet, zal eni­ge uit­leg no­dig heb­ben waar­om Mag­nus Carl­sen uit­ge­re­kend hém ziet als de las­tigst denk­ba­re te­gen­stan­der in de match om het we­reld­kam­pi­oen­schap, die vrij­dag in Lon­den is be­gon­nen.

Waar de Noor kracht eta­leert met zijn at­le­ti­sche li­chaam en zijn vaak nurk­se hoofd de rest ver­telt over zijn on­ver­bid­de­lij­ke wil om te win­nen, is er bij Ca­ru­a­na ei­gen­lijk bar wei­nig te zien. De 26-ja­ri­ge Ame­ri­kaan oogt stil­le­tjes. Net niet ti­mi­de, maar ge­re­ser­veerd, geen pra­ter in gro­te groe­pen. Soms schaakt hij in een Led Zep­pe­lin-T-shirt. Niet ie­der­een ge­looft dat het zijn fa­vo­rie­te band is, maar toch is het zo. Dank­zij in­ten­sief spor­ten is hij top­fit, maar hij oogt toch voor­al iel. Niets doet ver­moe­den dat hij tus­sen vrien­den uit­ge­la­ten en ba­lo­rig kan zijn. Of dat hij als scha­ker een bril­jan­te aan­vals­spe­ler is, die met ver­bluf­fend ge­mak kan om­scha­ke­len naar een koel­bloe­di­ge ver­de­di­ging. De num­mer twee van de we­reld, slechts drie ra­ting­pun­ten ach­ter Carl­sen, die voor het eerst in ja­ren zijn on­aan­tast­ba­re po­si­tie in ge­vaar ziet.

Aan het bord zit Ca­ru­a­na on­be­wo­gen, hoog­uit met ro­de oren. Moei­lijk te le­zen voor zijn te­gen­stan­der. Hij leg­de ooit uit dat veel scha­kers hun ze­nuw­ach­tig­heid pro­be­ren te ca­mou­fle­ren met een po­ker­fa­ce, maar dat het bij hem­zelf an­ders­om is: hij ziet er soms ner­veus uit, maar is het hoogst zel­den.

Dat zelf­be­wus­te ty­peert hem. Hij kent zich­zelf en zal suc­ces­sen en te­leur­stel­lin­gen niet on­no­dig uit­ver­gro­ten. Op­mer­ke- lijk ge­noeg had hij dat al als klei­ne jon­gen. Nooit eu­fo­risch als hij won, niet van de kaart als hij ver­loor. Die even­wich­tig­heid kwam hem goed van pas aan het be­gin van dit jaar toen hij zich in het kan­di­da­ten­toer­nooi in Ber­lijn kwa­li­fi­ceer­de voor de WK-match. Even dreig­de het mis te gaan. Met een dom­me ne­der­laag kort voor het eind ver­speel­de hij zijn kop­po­si­tie. Maar hij wan­kel­de niet lang, sprak zich­zelf toe, zocht af­lei­ding in de bios­coop bij The Sha­pe of Wa­ter, en won zijn laat­ste twee par­tij­en. Zijn uit­leg was nuch­ter. Hij was al zo vaak on­der­uit ge­gaan en weer op­ge­krab­beld, waar­om zou hij het niet nog een keer doen?

Groot­mees­ters uit Brook­lyn

Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na groei­de op in Brook­lyn in een Ame­ri­kaans-Ita­li­aans ge­zin. Op zijn vijf­de deed zijn moe­der hem op

schaak­les om­dat hij con­cen­tra­tie­pro­ble­men had. Het spel pak­te hem en hij ont­wik­kel­de zich zo snel dat het niet lang duur­de voor­dat er ver­ge­lij­kin­gen wer­den ge­maakt met een an­de­re scha­ker uit Brook­lyn, de eni­ge Ame­ri­kaan­se we­reld­kam­pi­oen: Bob­by Fi­scher.

Er is een fo­to van de 8-ja­ri­ge Fa­bi­a­no scha­kend in Was­hing­ton Squa­re Park. Het vent­je staat op een stoel om bij de stuk­ken aan de an­de­re kant van het bord te kun­nen en heeft nau­we­lijks door dat het giet van de re­gen. Zijn te­gen­stan­der is de le­gen­da­ri­sche coach Bru­ce Pan­dol­fi­ni, die in de Hol­ly­wood­film Se­ar­ching

for Bob­by Fi­scher ge­speeld werd door Ben Kings­ley. Pan­dol­fi­ni ge­loof­de in het jon­ge ta­lent en keek er maar half van op toen Fa­bi­a­no op zijn tien­de voor het eerst van een groot­mees­ter won.

Twee jaar la­ter na­men zijn ou­ders een dras­tisch be­sluit. Ze zet­ten vol in op het ta­lent van hun zoon en be­slo­ten naar Eu­ro­pa te ver­hui­zen. Daar wa­ren de bes­te toer­nooi­en en coa­ches. Via Ma­drid kwa­men ze uit in Boed­a­pest en het werk­te. Ruim een week voor zijn vijf­tien­de ver­jaar­dag was hij groot­mees­ter, op dat mo­ment de jong­ste ooit.

On­danks zijn suc­ces­sen kost­te de schaak­car­ri­è­re van Ca­ru­a­na zijn ou­ders veel geld. Waar­schijn­lijk daar­om ging Ca­ru­a­na in 2006 in op een aan­bod van de Ita­li­aan­se bond om te­gen een mooi sa­la­ris voor Ita­lië te gaan spe­len. Om­dat hij er nooit ging wo­nen en ook de taal ma­tig sprak, was het geen gro­te ver­ras­sing toen hij drie jaar ge­le­den liet we­ten weer voor Ame­ri­ka uit te zul­len ko­men.

De drij­ven­de kracht ach­ter die te­rug­keer was Rex Sin­que­field, een mul­ti­mil­jo­nair die in tien jaar tijd zijn woon­plaats St. Louis heeft om­ge­to­verd tot schaak­hoofd­stad van de VS. Sin­que­field leer­de Ca­ru­a­na be­ter ken­nen toen de­ze in 2014 een van zijn groot­ste suc­ces­sen be­haal­de in de Sin­que­field Cup. In een veld met lou­ter we­reld­top­pers won hij zijn eerste ze­ven par­tij­en en fi­nish­te met drie pun­ten voor­sprong op Carl­sen.

In­mid­dels woont Ca­ru­a­na in St. Louis, Mis­sou­ri, in een ap­par­te­men­ten­com­plex waar ook zijn ou­ders Lou en San­ti­na zijn neer­ge­stre­ken. Over de de­tails van de on­der­steu­ning die hij krijgt van Sin­que­field zwijgt ‘Fa­bi’, maar het is dui­de­lijk dat het hem aan niets ont­breekt. Niet al­leen werkt hij met een uit­ge­breid team van groot­mees­ters, ook heeft hij za­ke­lij­ke en pu­bli­ci­tai­re ad­vi­seurs. De tech­ni­sche voor­be­rei­ding op de WK-match be­gon voor ‘Team Ca­ru­a­na’ in het bui­ten­huis van Sin­que­field, de laat­ste we­ken ko­zen ze een zon­ni­ge be­stem­ming in Span­je.

Mi­niem ver­schil met Carl­sen

Over de kan­sen van Ca­ru­a­na in de WK­match is het pret­tig spe­cu­le­ren. In de laat­ste drie toer­nooi­en waar­in hij sa­men met Carl­sen speel­de, ein­dig­de hij twee keer vóór hem, één keer ein­dig­den ze sa­men bo­ven­aan. Het mi­nie­me ver­schil op de we­reld­rang­lijst, waar­op de Noor lan­ge tijd ver voor de rest stond, zegt ook veel.

Aan de an­de­re kant is het al­weer drie jaar ge­le­den dat Ca­ru­a­na een par­tij van Carl­sen won. En wordt hij vrij­wel kans­loos ge­acht wan­neer de stand na twaalf par­tij­en ge­lijk is en snel­schaak­par­tij­en de be­slis­sing zou­den moe­ten bren­gen.

Hoe het ook zij, de kans is groot dat een film­pje dat ge­maakt werd tij­dens de laat­ste par­tij die Carl­sen en Ca­ru­a­na voor de match speel­den, nog vaak zal op­dui­ken. Na­dat Carl­sen met ij­zer­sterk spel een stand had be­reikt die hij als ge­won­nen be­schouw­de, ging hij naar de ‘biecht­ka­mer’ waar de spe­lers in de li­ve­uit­zen­ding kon­den zeg­gen hoe ze dach­ten er­voor te staan. De Noor hield al­leen zijn wijs­vin­ger voor zijn mond. Dat ge­baar pak­te be­hoor­lijk pijn­lijk uit toen Ca­ru­a­na zich met een taaie ver­de­di­ging red­de.

In Lon­den zal dui­de­lijk wor­den of Mag­nus Carl­sen de aan­hang van Ca­ru­a­na als­nog het zwij­gen op­legt, of zal blij­ken dat je je op Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na nooit moet ver­kij­ken.

Hij oogt toch voor­al iel. Niets doet ver­moe­den dat hij tus­sen vrien­den uit­ge­la­ten en ba­lo­rig kan zijn

Fa­bi­a­no Ca­ru­a­na als tien­ja­rig schaak­ta­lent in Bry­ant Park in New York Ci­ty.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.