Le­ven in het Plas­ti­ceen

NRC Handelsblad - - Vooraan - Tom­my Wie­rin­ga ‘Een ka­mer in het ver­le­den’ is na te luis­te­ren op vpro.nl

De wind blies met storm­kracht uit het noord­wes­ten, het strand bij Mids­land aan Zee was zo goed als leeg. Een week eer­der was het nog het to­neel ge­weest van een apo­ca­lyp­ti­sche vloed plas­tic ge­bruiks­voor­wer­pen, nu vond ik nog slechts twee klei­ne, ro­ze pop­pen­bor­stel­tjes. De kin­der­por­te­mon­nees die we een week eer­der jut­ten, wa­ren door de kin­de­ren al on­der nicht­jes en vrien­din­nen ver­deeld. Bij de strandop­gang stond een con­tai­ner vol huis­hou­de­lij­ke troep die je bij de Xe­nos vindt.

De man van de au­to­stal­ling in Har­lin­gen was daags na­dat de con­tai­ners van de MSC Zoe wa­ren ge­sla­gen uit­ge­va­ren met zijn boot, en be­schreef hoe hij door een zee van plas­tic speel­goed voer. Hij en zijn pas­sa­giers had­den zo­veel mo­ge­lijk op­ge­vist – de buit had hij op de vloer van de ga­ra­ge uit­ge­stald. Bootjes, ver­pak­kings­ma­te­ri­aal, op­maak­s­etjes, pop­pen­huis­spul; ob­sceen veel ro­ze.

Twee da­gen na de con­tai­ner­ramp voor de Wad­den­kust werd in de noor­de­lij­ke Pa­ci­fic de plas­tic­van­ger van Boy­an Slats Ocean Clea­nup voor re­pa­ra­tie te­rug­ge­sleept naar de wal; plas­tic blijkt een on­o­ver­win­ne­lij­ke te­gen­stan­der.

Af­ge­lo­pen zo­mer voer ik met het on­der­zoeks­schip Pe­la­gia van het Ne­der­lands In­sti­tuut voor On­der­zoek der Zee van Texel naar de Azo­ren. In Vrij Ne­der­land deed ik ver­slag van het on­der­zoek aan boord. Stu­den­ten Ma­ri­ne Scien­ces na­men wa­ter­mon­sters op ver­schil­len­de diep­tes en fil­treer­den die in het klei­ne lab. On­der de mi­cro­scoop wa­ren syn­the­ti­sche ve­zels te zien die al op vijf­en­der­tig me­ter diep­te wer­den aan­ge­trof­fen. Het sneeuwt plas­tic in zee, no­teer­de ik, en dat we le­ven in het Plas­ti­ceen, een naam die me ge­schikt lijkt voor het hui­di­ge tijd­vak van het Ho­lo­ceen.

Mijn be­wust­zijn van het al­om­te­gen­woor­di­ge plas­tic be­gon in het Lau­wersmeer, waar ik in de win­ter van 2010 ge­du­ren­de een week was ge­sta­ti­o­neerd in een boot­huis. Het was voor een ra­dio­pro­ject van de VPRO dat ‘Een ka­mer in het ver­le­den’ heet­te – ik ver­bleef op het on­be­woon­de ei­land­je Sen­ner­oog zon­der te­le­foon en in­ter­net, maar met op­na­me­ap­pa­ra­tuur om ver­slag te doen voor de ra­dio. Daar, in die ver­re een­zaam­heid, vat­te ik het plan op om een mys­tie­ke eco-cul­tus te be­gin­nen, die er­in be­stond dat ik het ei­land zou vrij­ma­ken van al­les wat aan de mens her­in­ner­de. Met ho­ge laar­zen aan waad­de ik langs de boor­den van het ei­land, waar­bij het ho­ge, do­de riet in mijn vin­gers sneed, en ver­za­mel­de dag na dag al het af­val dat ik kon vin­den: een ten­nis­bal, een kan­ne­tje die­sel, een au­to­band, een em­mer en een vis­kof­fer. On­ein­dig veel plas­tic tas­sen, wik­kels en pet­fles­sen. Zak­ken vol bracht ik aan land.

De ui­ter­ste con­se­quen­tie van mijn ar­beid, be­dacht ik gaan­de­weg, was dat ik ook me­zelf als af­val be­schouw­de, af­val dat moest wor­den op­ge­ruimd. Om­dat in het hart van mijn klei­ne cul­tus de leeg­te school, een leeg­te waar­in ik zelf sym­bo­lisch in zou ver­dwij­nen, bouw­de ik op het mid­den van het ei­land een pri­mi­tie­ve baar van paal­tjes en tak­ken voor een vreug­de­vuur. Het was nog best las­tig om­dat ik geen spij­kers en touw had. In het wa­ter zag ik een lang stuk af­ras­te­ringslint drij­ven waar­mee ik de con­struc­tie kon ver­bin­den; ik kleed­de me uit en ging te wa­ter om het te be­mach­ti­gen.

Op de baar mo­del­leer­de ik al het zwerf­af­val tot een gro­te mens­fi­guur – een zelf­por­tret in plas­tic. Ik sneed scho­ven riet voor on­der de baar, sa­men met al het dro­ge hout dat ik kon vin­den, en joeg er de brand in. Ter­wijl de vlam­men hoog op­laai­den, dacht ik wat de cis­ter­ci­ën­zer mon­nik Is­aak van Stel­la had ge­zegd, toen hij hal­ver­we­ge de twaalf­de eeuw was ver­ban­nen naar een af­ge­le­gen ei­land: ‘Ja, hier in de­ze een­zaam­heid, uit­ge­wor­pen ver in zee en zon­der bij­na iets ge­meen te heb­ben met de rest van de we­reld, ver­sto­ken van al­le men­se­lij­ke en we­reld­lij­ke troost, zijt ge to­taal als dood ge­wor­den voor de we­reld’.

Door de stil­te en de een­zaam­heid be­leef­de ik het vuur en de zelf­ver­zon­nen mys­tiek als zui­ver en echt, zo­als dat gaat wan­neer on­ze ge­dach­ten het va­cu­üm van de ra­di­ca­le over­tui­ging be­rei­ken.

Tom­my Wie­rin­ga schrijft el­ke week een co­lumn op de­ze plaats.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.