SERIEMOORDENAARS IN DE USSR

DE SCOUTINGLEIDER KEEK DE RE­CHER­CHEURS AAN. HIJ WAS ONTMASKERD, MAAR KON HIJ HEN OOK HEL­PEN IN DE JACHT OP AND­REI CHI­KA­TILO, DE BE­RUCH­TE RO­DE RIPPER?

Real Crime (Netherlands) - - INHOUD - TEKST CHAR­LIE OUGHTON

Ana­t­o­ly Sli­vko ‘ex­pe­ri­men­teer­de’ op de jon­ge Rus­sen waar hij ei­gen­lijk voor zou moe­ten zor­gen. Hij ge­tuig­de te­gen And­rei Chi­ka­tilo, de sla­ger van Rost­ov.

Me­de door de in­vloed van het wit­te doek den­ken veel men­sen dat seriemoordenaars in dui­de­lijk her­ken­ba­re ca­te­go­rie­ën kun­nen wor­den in­ge­deeld. We­ten­schap­per Mi­chael Sto­ne on­der­zocht de re­la­tie tus­sen het ge­drag van moor­de­naars en hun per­soon­lij­ke ach­ter­grond op ba­sis van zijn the­o­rie­ën in het boek Ana­to­my of Evil. Per­so­nen die ie­mand om­bren­gen uit zelf­ver­de­di­ging wees hij toe aan de ca­te­go­rie “minst kwaad­aar­dig”. Waar­schijn­lijk zou Ai­l­een Wu­or­nos met haar eer­ste moord in de­ze ca­te­go­rie val­len. Aan de an­de­re kant van Sto­nes schaal van het kwaad ston­den de “psy­cho­pa­thi­sche fol­te­raars” – moor­de­naars als Jo­hn Way­ne Ga­cy, die hun slacht­of­fers zo veel mo­ge­lijk pij­ni­gen tot de­ze hun laat­ste adem uit­bla­zen.

Kun­nen we in het be­lang van mis­daad­pre­ven­tie aan­ne­men dat seriemoordenaars een be­paal­de ach­ter­grond heb­ben? Heb­ben zij va­ker dan an­de­re men­sen een mis­bruik­ver­le­den? Ko­men ze voor­al uit ge­bro­ken of ex­treem ar­me ge­zin­nen? Kun­nen twee moor­de­naars met el­kaar wor­den ver­ge­le­ken wan­neer ze wel­is­waar uit de­zelf­de maat­schap­pij ko­men, maar to­taal ver­schil­len­de leef­wij­zen heb­ben? Ana­t­o­ly Sli­vko was le­raar, jour­na­list en po­li­tiek woord­voer­der. Twin­tig jaar lang mar­tel­de en doodde hij jon­gens en film­de hij zijn da­den. And­rei Chi­ka­tilo daar­en­te­gen was een lan­ter­fan­ter en ver­moord­de meer dan vijf­tig men­sen, voor­na­me­lijk kin­de­ren. Bei­de man­nen groei­den op in de com­mu­nis­ti­sche Sov­jet-unie, waar de over­heid pro­beer­de hun mis­da­den te ver­ber­gen. Bei­den zijn ge­stor­ven ter­wijl ze in de loop van het ge­weer van hun beul ke­ken. Wel­ke so­ci­a­le en psy­cho­lo­gi­sche be­weeg­re­de­nen had­den ze ge­meen?

De si­tu­a­tie in de Sov­jet-unie

Ana­t­o­ly Sli­vko werd op 28 de­cem­ber 1938 in Rus­land ge­bo­ren. Hij ver­moord­de ze­ven jon­gens en mas­tur­beer­de bij hun lij­ken. Tus­sen 1964 en 1985 mar­tel­de hij meer dan veer­tig jon­gens. Maar mis­schien heb je nog nooit van hem ge­hoord. In te­gen­stel­ling tot zijn ka­me­raad And­rei Chi­ka­tilo (‘Sla­ger van Rost­ov’, ‘Rost­ov Ripper of ‘Ro­de Ripper’) is

Sli­vko in het Wes­ten vrij­wel on­be­kend, op een hand­je­vol ver­wij­zin­gen in blogs en on­be­ken­de aca­de­mi­sche tijd­schrif­ten na. Een boek over zijn mis­da­den is uit de cir­cu­la­tie ge­haald.

Zijn be­trek­ke­lij­ke ano­ni­mi­teit is het ge­volg van zijn ach­ter­grond in de Sov­jet-unie, een po­li­tie­ke unie die be­stond uit meer­de­re lan­den, waar­on­der Rus­land, Oe­kra­ï­ne en Wit­rus­land. De Sov­jet­po­li­ti­ci be­paal­den hoe de wet­hand­ha­vers hun on­der­zoek naar mis­da­den moesten ver­rich­ten. Het te­gen­over­ge­stel­de dus van het he­den­daag­se nep­nieuws – des­in­for­ma­tie die via de me­dia wordt ver­spreid om af te lei­den van be­lang­rij­ke­re za­ken. Mis­da­den wer­den vaak ver­zwe­gen om te voor­ko­men dat ze het po­si­tie­ve zelf­beeld van de Sov­jet-unie be­scha­dig­den. “Het is moei­lijk om die in­struc­ties tot het ver­ber­gen van in­for­ma­tie bo­ven wa­ter te krij­gen, want de­ze mis­da­den wer­den be­schouwd als uit­zon­de­rin­gen, die ge­spe­ci­a­li­seer­de teams van ex­perts moesten zien op te los­sen zon­der de be­vol­king met het schok­ken­de nieuws las­tig te val­len”, ver­telt Alexan­d­re Gont­char aan

Re­al Crime. Gont­char is Oost-eu­ro­p­a­des­kun­di­ge aan de Har­vard Uni­ver­si­ty in de VS. Ro­bert Kal­man sug­ge­reert in zijn boek Born to Kill in the USSR dat “Rus­si­sche cri­mi­ne­le za­ken vaak ge­heim wer­den ge­hou­den om pa­niek en schaam­te te voor­ko­men. De Sov­jet­pro­pa­gan­da wil­de men­sen la­ten ge­lo­ven dat er geen pros­ti­tu­ees, geen drugs­ver­slaaf­den en geen seriemoordenaars voor­kwa­men in hun ge­lief­de pro­le­ta­ri­sche pa­ra­dijs.” Los van Kal­mans sneer naar de po­li­tie­ke si­tu­a­tie, had de be­vol­king in­der­daad geen idee van de ernst van de si­tu­a­tie.

Iro­nisch ge­noeg kwam dat door­dat dat­zelf­de ‘pro­le­ta­ri­sche pa­ra­dijs’ het le­ven van men­sen als Sli­vko en Chi­ka­tilo had ge­vormd. Pro­le­ta­ri­ërs wa­ren de ge­mid­del­de bur­gers van de Sov­jet-unie, een staat die zich­zelf zag als een zelf­red­za­me sa­men­le­ving. Tij­dens de Rus­si­sche Re­vo­lu­tie van 1917 was de mo­nar­chie om­ver­ge­wor­pen. Hier­mee kwam ook een ein­de aan het ka­pi­ta­lis­me – het sys­teem waar­in de sa­men­le­ving de meest werk­za­me in­di­vi­du­en fi­nan­ci­eel be­loont. Het ka­pi­ta­lis­me werd ver­van­gen door een nieu­we over­koe­pe­len­de be­stuurs­vorm – het com­mu­nis­me. Al­le in­du­strie kwam in han­den van de staat. Het idee was dat als ie­der­een sa­men­werk­te om el­kaars si­tu­a­tie te ver­be­te­ren – in plaats van al­leen zich­zelf te hel­pen – ie­der­een de­zelf­de be­lo­ning zou ont­van­gen. Er zou­den geen ar­moe­de en on­recht meer be­staan. En waar­om ook niet? Ze wa­ren er door een re­vo­lu­tie ten­slot­te ook in ge­slaagd om het he­le re­ge­rings­sys­teem om te gooi­en.

De Sov­jet-unie wil­de een beeld van kracht en man­ne­lijk­heid aan het volk over­bren­gen. Ove­ri­gens ge­beurt dit in het he­den­daag­se Rus­land nog steeds: denk aan de pro­mo­tie­film­pjes van pre­si­dent Vla­di­mir Poe­tin die traint in een sport­school of met ont­bloot bo­ven­li­chaam op zijn paard door ij­zi­ge vel­den rijdt. Dat beeld staat voor een ge­zon­de en sta­bie­le sa­men­le­ving. Sli­vko groei­de als kind van ru­zi­ën­de ou­ders op te­gen een ach­ter­grond van so­ci­a­le ver­an­de­rin­gen. La­ter trouw­de hij en werd hij va­der van twee kin­de­ren.

ER WAS EEN GROOT CON­TRAST TUS­SEN DE BE­STAAN­DE HOOP EN HET BLOED VAN DE STERVENDE JON­GEN DAT ZICH OVER HET AS­FALT VERSPREIDDE.

Jon­ge Pi­o­niers

Sli­vko was een ster­ke man met een be­trouw­ba­re uit­stra­ling. Hij had een vol­le bos don­ker haar, door­drin­gen­de ogen en een ver­weerd ge­zicht. Na een tijd­je in het le­ger te heb­ben ge­ze­ten, meld­de hij zich als vrij­wil­li­ger bij zijn voor­ma­li­ge al­ma ma­ter, School 15. Door zijn or­ga­ni­sa­to­ri­sche en com­mu­ni­ca­tie­ve vaar­dig­he­den slaag­de hij erin om in 1966 zijn ei­gen groep Jon­ge Pi­o­niers op te rich­ten, waar­van hij­zelf het hoofd werd. Hij noem­de de club ‘Ts­jer­gid’, wat ‘voor­spoe­dig’ be­te­kent. Een van de club­le­den ver­tel­de la­ter: “Zoi­ets be­stond ner­gens, dus ie­der­een wil­de er heel graag bij ho­ren. Ein­de­lijk ge­beur­de er iets edu­ca­tiefs, iets nut­tigs. We wa­ren er al­le­maal erg blij mee.” Sli­vko had zo­veel suc­ces dat hij werd ge­vraagd om bij ge­meen­schaps­ver­ga­de­rin­gen over zijn werk te spre­ken en voor het tijd­schrift Pi­o­neer Truth te schrij­ven. Ver­der werd hij ge­ko­zen als ge­meen­te­raads­lid en ken­de de re­ge­ring hem de pres­ti­gi­eu­ze ti­tel Ge­ëer­de Le­raar toe – het equi­va­lent van een Ne­der­land­se ko­nink­lij­ke on­der­schei­ding.

Maar soms is voor­uit­gang boe­ken niet vol­doen­de om het ver­le­den los te kun­nen la­ten. In Sli­vkos ge­val ging het om een ver­schrik­ke­lijk on­ge­luk waar­van hij in 1961 ge­tui­ge was ge­weest. Hij was ge­ob­se­deerd ge­raakt door het beeld van een do­de jon­gen die was aan­ge­re­den ter­wijl hij met zijn vriend­jes stond te pra­ten. Het kind droeg het uni­form van de Jon­ge Pi­o­niers. De or­ga­ni­sa­tie van Jon­ge Pi­o­niers was in han­den van per­so­nen die zich van de in­ter­na­ti­o­na­le Scou­ting­be­we­ging had­den af­ge­splitst. Het was een di­dac­ti­sche en so­ci­a­le groep. Waar de Scouts trouw zweer­den aan de heer­sen­de mo­narch, be­loof­den de Jon­ge Pi­o­niers dat ze “zich zou­den in­zet­ten voor de Com­mu­nis­ti­sche Par­tij”. Het on­ge­val con­fron­teer­de Sli­vko met het schril­le con­trast tus­sen uit­bun­di­ge, jeug­di­ge hoop en het bloed van de stervende jon­gen dat zich over het as­falt verspreidde. Het bloed be­gon

ook in Sli­vko te stro­men en hij be­sef­te dat de scè­ne hem sek­su­eel op­wond. Hij zat in de pro­ble­men. Nog af­ge­zien van het feit dat hij zich tot een do­de aan­ge­trok­ken voel­de, was el­ke ho­mo­sek­su­e­le han­de­ling il­le­gaal. Zelfs al had Sli­vko zijn ge­voe­lens wil­len ver­ken­nen, dan zou hij daar­mee zijn so­ci­a­le po­si­tie en het le­ven dat hij had op­ge­bouwd op het spel zet­ten. Hij werk­te in zijn vrije tijd im­mers als vrij­wil­li­ger met kwets­ba­re ri­si­co­groe­pen – hij was een mo­del­bur­ger.

Ca­me­ra klaar? Ac­tie!

On­danks de so­ci­a­le en po­li­tie­ke on­rust wil­de Sli­vko de his­to­rie en tra­di­ties van zijn land le­vend hou­den. Daar­om leer­de hij de jon­gens die hij on­der zijn hoe­de had hoe ze fol­klo­ris­ti­sche ver­ha­len kon­den ver­fil­men, zo­als het Rus­si­sche volks­sprook­je over de heks Ba­ba Ya­ga.

Stel je een film voor die be­gint met een don­ker bos. De beel­den heb­ben de kras­sen en but­sen die ty­pisch zijn voor ou­de films. Be­ge­leid door kla­ge­ri­ge, stac­ca­to pi­a­no­klan­ken ver­schijnt er een fi­guur in een of­fi­ciers­uni­form, die de grond af­speurt. De bib­be­ren­de beeld­ran­den weer­spie­ge­len de hui­ve­ren­de an­ti­ci­pa­tie van het pu­bliek. Een paar se­con­den la­ter zwelt de mu­ziek on­heil­spel­lend aan: een ge­blind­doek­te jon­gen ligt te kron­ke­len op de grond. Zijn keu­rig ge­poets­te schoe­nen schop­pen krach­te­loos in het lucht­le­di­ge. Waar is de slech­te­rik die hem daar heeft neer­ge­legd en zal de po­li­tie hem te pak­ken krij­gen? Een man met een vast­be­ra­den ge­zicht plaatst de jon­gen in een strop. Na een paar tel­len kron­kelt de jon­gen niet meer. Het li­chaam hangt.

Sli­vko ver­trouw­de op de va­der­lands­lie­ven­de scou­ting­men­ta­li­teit die de jon­gens van ouds­her kre­gen in­ge­prent,

en waar­schijn­lijk ook op hun kin­der­lij­ke hon­ger naar een beet­je lol, om zijn ei­gen per­ver­se ver­lan­gens te be­vre­di­gen. On­ge­veer elk half jaar koos hij een an­der kind in zijn club uit. Dat zou een spe­ci­a­le jon­gen wor­den. Sli­vko bouw­de een band met hem op, we­tend dat het kind hem zag als een au­to­ri­teit, maar ook als een be­trouw­ba­re fi­guur. Hij was ten­slot­te de man die tij­dens kam­peer­ex­pe­di­ties de thee in­schonk. Na wat af­tas­ten bood hij de jon­gen dan aan wat el­ke Jon­ge Pi­o­nier wel wil­de: de mo­ge­lijk­heid om uit te groei­en tot de vol­gen­de mo­del­bur­ger.

Vol­gens ver­kla­rin­gen van de re­cher­cheurs die uit­ein­de­lijk op de zaak wer­den ge­zet, vroeg hij de jon­gens om mee te doen aan ex­pe­ri­men­ten die niet al­leen de Com­mu­nis­ti­sche Par­tij, maar zelfs de he­le mens­heid voor­uit zou­den hel­pen. “Sli­vko over­tuig­de de kin­de­ren er­van dat ze hel­den zou­den wor­den als ze de op­han­ging over­leef­den. Als ze dit soort om­stan­dig­he­den aan­kon­den zon­der te ster­ven.” Voor de film moesten ze van hem het Pi­o­niers­uni­form aan­trek­ken. Daar­na mar­tel­de hij hen, ge­woon om te kij­ken hoe­veel straf hun li­chaam kon ver­dra­gen. Soms kneep hij al­leen maar in hun voe­ten. Na­dien wer­den de over­le­ven­den ge­re­a­ni­meerd en met een pijn­lij­ke hals en ver­ward naar huis ge­stuurd. Hij had ge­le­zen dat wur­ging tot ge­heu­gen­ver­lies leidt en dat de jon­gens hun be­proe­vin­gen sim­pel­weg zou­den ver­ge­ten, zon­der dat hij hen zou hoe­ven dwin­gen hun mond te hou­den.

Hij ver­tel­de een van de slacht­of­fers daar­na: “Je hebt ne­gen mi­nu­ten zon­der zuur­stof over­leefd, je bent een ech­te held”. Een psy­cho­lo­gisch truc­je, voor het ge­val dat. Ge­ën­sce­neer­de wur­ging is ech­ter niet een­vou­dig. In we­zen speel­den ze he­le­maal geen dief­je en ver­film­den ze geen sprook­jes van le­gen­da­ri­sche kin­der­lok­kers als Ba­ba Ya­ga.

Het was zelfs geen in­ge­stu­deer­de uit­voe­ring van wat Sli­vko de kin­de­ren wil­de aan­doen. Soms wa­ren de­ze be­we­ging­lo­ze jon­gens dood. De do­den in de film wa­ren echt. Dat is niet ver­ras­send, om­dat een van de films laat zien hoe Sli­vko het beeld in rent en een kind met kracht te­gen de grond drukt, na­dat het in een boom wil­de klim­men om de strop te ont­vluch­ten. De li­cha­men van de ge­stor­ven jon­gens on­der­gin­gen nog meer ver­ne­de­rin­gen. Sli­vko zaag­de hun le­de­ma­ten er met een ge­wo­ne hand­zaag af, ver­za­mel­de het bloed dat daar­bij vrij­kwam in een bak­je, zo­dat hij het kon op­drin­ken, en at de­len van hun ge­zicht op. Ten slot­te richt­te hij zijn ca­me­ra op hun met bloed be­vlek­te kle­ding.

Aa­ron Mc­mul­lan doet on­der­zoek naar het pu­bliek van ‘snuff films’ (moord­films): “Vol­gens de over­le­ve­ring wordt een ‘snuff film’ ge­pro­du­ceerd voor fi­nan­ci­eel ge­win. Zo’n film zou la­ten zien hoe ie­mand puur voor de film wordt ver­moord. Het gro­te pu­bliek ge­looft niet in het be­staan van dit soort films en er is ook wei­nig of geen be­wijs voor dat ze be­staan of ooit be­staan heb­ben. Als we de term ‘snuff’ al­ge­me­ner ge­brui­ken, dus voor films die de moord op een mens la­ten zien, dan kun­nen we daar ook an­de­re films on­der la­ten val­len: van de tro­fee­films van Sli­vko en Is-ach­ti­ge exe­cu­tie­films tot vi­deo’s die de af­re­ke­ning op ver­meen­de over­tre­ders in cri­mi­ne­le krin­gen la­ten zien. In prin­ci­pe heb­ben de­ze films een spe­ci­fie­ke func­tie, bij­voor­beeld als pro­pa­gan­da, als

waar­schu­wing of als tro­fee. En hun func­tie be­paalt ook wie het pu­bliek is. Ze heb­ben vaak the­a­tra­le ele­men­ten.”

Mc­mul­lan ver­volgt: “Sli­vkos films heb­ben ook the­a­tra­le ele­men­ten, maar het zijn de slacht­of­fers die de hoofd­rol ver­vul­len. Sli­vkos rol is puur func­ti­o­neel. Hij flitst het beeld in en uit. Wat zijn films met de Is-vi­deo’s ge­meen heb­ben, is het machts­ge­voel over het slacht­of­fer, zo­wel bin­nen als bui­ten beeld. De ca­me­ra­voe­ring is haast lief­ko­zend te noe­men, maar wordt ook als ge­welds­mid­del in­ge­zet. De jon­gens in Sli­vkos films zijn geen ‘jon­gens’ – ze zijn ob­jec­ten, hun li­cha­men wor­den door clo­se-ups in stuk­ken ge­hakt en in ar­tis­tie­ke po­sen ge­van­gen. Hoe schok­kend dit ook mag zijn, Sli­vkos films zijn ‘kunst­zin­nig’ en lij­ken bij­na ner­gens op door­snee-snuff. Denk aan een beeld dat naar de he­mel draait wan­neer een jon­gen sterft of aan de lief­de­vol­le por­tret­ten die Sli­vko voor­af van de jon­gens maak­te. De films zijn kunst­voor­wer­pen die sa­men­val­len met de kunst­voor­wer­pen die hij van de jon­gens zelf maak­te.”

Voor wie wa­ren die kunst­voor­wer­pen be­stemd? Wie wa­ren het pu­bliek? Er be­stond toen nog geen in­ter­net en het be­lang­rijk­ste pu­bliek was Sli­vko zelf. Wel­licht zag hij zich­zelf te mid­den van ima­gi­nai­re land­ge­no­ten die het door­zet­tings­ver­mo­gen van de jon­gens be­ju­bel­den. Sli­vkos vi­deo’s zijn be­schik­baar op web­si­tes zo­als Li­ve­leak.com, me­de op­ge­richt door Hay­den He­witt. Wan­neer kij­kers com­men­taar ge­ven op de beel­den waar­op kwets­ba­re groe­pen als kin­de­ren of die­ren wor­den aan­ge­val­len, wis­se­len hun re­ac­ties van “haat en wal­ging” tot “stoer”. Maar wie kan der­ge­lijk ma­te­ri­aal in he­mels­naam stoer vin­den? He­witt zegt: “Vol­gens de be­schik­ba­re ge­ge­vens is de ‘ge­mid­del­de’ be­zoe­ker van on­ze si­te in­der­daad ge­woon erg ge­mid­deld. Veel men­sen be­we­ren dat on­ze le­den op de een of an­de­re ma­nier ab­nor­maal zijn en dat wij ons dan ook op die ab­nor­ma­le groep rich­ten. De waar­heid is ech­ter dat on­ze kij­kers ge­woon uw vrien­den en bu­ren kun­nen zijn”, zegt He­witt. Er is qua na­ti­o­na­li­teit of ach­ter­grond niets spe­ci­fieks aan de po­si­tie­ve re­ac­ties op de vi­deo’s. Blijk­baar zit het in al­le men­sen.

HET FILMMATERIAAL LAAT ZIEN HOE SLI­VKO EEN KIND MET KRACHT TE­GEN DE GROND DRUKT, NA­DAT HET IN EEN BOOM KLOM OM DE STROP TE ONT­VLUCH­TEN.

Ein­de aan de my­thes

Psy­chi­a­ter Alexan­der Buk­ha­no­vs­ky gaat in te­gen het idee dat Sli­vko moord­de om­dat hij op­ge­won­den raak­te door het verkeersongeval van een Jon­ge Pi­o­nier. Ge­ba­seerd op zijn er­va­rin­gen met se­rie­moor­de­naar Chi­ka­tilo ver­on­der­stel­de Buk­ha­no­vs­ky dat seriemoordenaars niet pro­be­ren te ont­snap­pen aan trau­ma­ti­sche her­in­ne­rin­gen, maar ge­doemd zijn om die her­in­ne­rin­gen te her­ha­len, ten­zij ze ge­ne­zen. Chi­ka­tilo

was op­ge­groeid in de Oe­kra­ï­ne toen het nog on­der­deel van de Sov­jet-unie was. Net als Sli­vko was hij le­raar en koos hij kin­de­ren als doel­wit. Maar hij kwam uit een arm ge­zin. Zijn moe­der schijnt hem te heb­ben ver­teld dat een hon­ge­ri­ge buur­man zijn broer had op­ge­ge­ten en dat huis­vrou­wen re­gel­ma­tig lij­ken op­groe­ven om hun ge­zin­nen te kun­nen voe­den. Chi­ka­tilo be­weer­de dat hij bla­de­ren at om niet te ver­hon­ge­ren. Hij pro­beer­de zich te be­vrij­den van de her­in­ne­rin­gen aan hon­ger en een­zaam­heid door men­sen op te eten.

Op zijn beurt wil­de Sli­vko van de trau­ma­ti­sche her­in­ne­ring aan de dood van de Pi­o­nier af­ko­men en daar­om boots­te hij de si­tu­a­tie na in zijn ei­gen mis­da­den. Zelfs de plek waar hij zijn scouts mee naar­toe had ge­no­men, vorm­de een bron van ge­not voor hem. Vla­di­mir La­ba­nov, slacht­of­fer en over­le­ven­de van de mis­da­den, her­in­ner­de zich hoe Sli­vko naar een rij boomstronken staar­de die hij on­der de voe­ten van de kin­de­ren had weg­ge­schopt om ze op te han­gen. “Hij keek naar de boomstronken en dacht aan wat hij had ge­daan – en hij ge­noot er­van.”

Bo­ven­dien ver­ken­de Sli­vko de li­cha­men van zijn slacht­of­fers zo­als de Pi­o­niers de bos­sen ver­ken­den. Hij leek deels be­schaamd en deels trots. Re­cher­cheur Ta­ma­ra Lan­guy­e­va ver­tel­de: “Toen het on­der­zoeks­team op het punt stond om naar de plaats van de moord te gaan, be­ken­de Sli­vko vrij­wel on­mid­del­lijk. Hij sprak over Pa­v­lov [één van de slacht­of­fers] maar stop­te in­eens met pra­ten, dus bel­de de po­li­tie mij. Ik pro­beer­de hem aan het pra­ten te krij­gen door een beet­je met hem te spe­len. Ik zei: ‘Het is maar één moord waar­van u wordt be­schul­digd, een­tje maar.’ Ik wil­de van al­les zeg­gen

... maar ik hield me in want ik wil­de dat hij zou pra­ten, dus zei ik: ‘La­ten we ge­woon eer­lijk zijn ... wa­ren het er meer?’ Hij knik­te en er rol­de een traan uit zijn oog. Hij zei: ‘Ja, het wa­ren er veel meer.’ Ik zei: ‘Hoe­veel, ie­der­een die bij de club was?’ Hij knik­te.”

Dacht Sli­vko dat hij nooit ge­pakt zou wor­den? Toen hij werd on­der­vraagd over zijn mis­da­den, gaf hij toe dat hij wist dat hij ooit op­ge­pakt zou wor­den, maar voeg­de er­aan toe: “Ik kon niet stop­pen.”

Het gaat ech­ter ver­der dan dat. Als Buk­ha­no­vs­ky’s the­o­rie dat seriemoordenaars aan hun ver­le­den wil­len ont­snap­pen waar is, dan werd het voor Sli­vko al­leen maar moei­lij­ker naar­ma­te hij har­der zijn best deed om er­mee op te hou­den. Dat kwam door­dat niet het verkeersongeval de bron van zijn prik­kels was, maar een in­ci­dent dat diep in zijn ei­gen jeugd be­gra­ven lag. Zijn vi­deo’s sug­ge­re­ren een fo­cus op de glim­men­de schoe­nen van zijn slacht­of­fers. De zorg­vul­dig ge­han­teer­de ca­me­ra re­gi­streer­de hoe hij het schoei­sel in brand stak en de te­nen van de laar­zen af­hak­te. Het ste­vi­ge, prak­ti­sche schoei­sel werd een de­li­caat, cu­ri­eus voor­werp. Als jon­gen had Sli­vko ge­zien hoe een ge­ïr­ri­teer­de Duit­se sol­daat een jon­gen dood­schoot. De mi­li­tair wil­de voor de lol de hond van het kind af­ma­ken en de jon­gen had hem wil­len te­gen­hou­den. De sol­daat veeg­de ver­vol­gens zijn be­bloe­de laar­zen af aan het li­chaam van het kind.

Die ge­beur­te­nis moet meer dan een smet op Sli­vkos ziel heb­ben ach­ter­ge­la­ten. Mis­schien was het zelfs het be­gin van het ver­band tus­sen snij­den, moed en ge­weld dat in zijn geest

HIJ KEEK NAAR DE BOOMSTRONKEN DIE HEM HERINNERDEN AAN WAT HIJ HAD GE­DAAN – EN HIJ GE­NOOT ER­VAN.

be­stond. Mis­schien was dit het voor­val waar hij zijn he­le le­ven aan wil­de ont­snap­pen. Mark Grif­fiths, pro­fes­sor in ver­sla­vings­ge­drag, stelt: “Schoe­nen kun­nen op zich een sek­su­e­le fe­tisj wor­den of over­lap­pen met an­de­re sek­su­e­le af­wij­kin­gen, zo­als kle­ding­fe­ti­sjis­me, voet­fe­ti­sjis­me, sek­su­eel sa­dis­me en sek­su­eel ma­so­chis­me. Be­we­gings­be­per­ken­de kle­ding wordt mee­stal ge­as­so­ci­eerd met sa­dis­ti­sche ac­ti­vi­tei­ten.” De meest be­per­ken­de ‘kle­ding’ van een per­soon is zijn huid. Mis­schien hak­te Sli­vko daar­om zijn slacht­of­fers in stuk­ken. Een zus van een slacht­of­fer merk­te op: “Ik moest het li­chaam iden­ti­fi­ce­ren. Ik ver­wacht­te een com­pleet li­chaam te zien, maar het was in stuk­ken ge­sne­den.” La­ter zei een van de open­ba­re aan­kla­gers: “Zelfs rech­ters die de zaak be­ke­ken, wa­ren ge­schokt.” Tij­dens het pro­ces ston­den bui­ten de recht­bank am­bu­lan­ces l;aar om de men­sen op te van­gen die door de gru­we­lij­ke ge­tui­ge­nis­sen on­wel wa­ren ge­wor­den.

De aan­blik van de li­cha­men be­ves­tig­de voor al­le be­trok­ke­nen dat de gru­wel­da­den daad­wer­ke­lijk had­den plaats­ge­von­den. Heel Rus­land was ver­bijs­terd dat een wel­pen­lei­der de­ze mis­da­den had kun­nen ple­gen. Ta­ma­ra Lan­guy­e­va zei la­ter: “Het pro­bleem was dat veel ou­ders niet ge­loof­den wat er met hun kin­de­ren was ge­beurd. Ze dach­ten dat ze wa­ren weg­ge­lo­pen. Nie­mand dacht dat Sli­vko het ge­daan kon heb­ben – hij was zo’n so­ci­a­le man. Hij werd uit­ge­no­digd voor el­ke Pi­o­niers­ac­ti­vi­teit, elk com­mu­nis­tisch eve­ne­ment. Zelfs de ho­ge Sov­jet­po­li­ti­cus Mi­chail Gor­batsjov had wel eens con­tact met hem.”

Door de ge­rech­te­lij­ke pro­ce­du­re kon­den som­mi­ge slacht­of­fers of hun fa­mi­lie­le­den het ge­beu­ren af­slui­ten, hoe­wel het voor al­le be­trok­ke­nen bij­zon­der trau­ma­tisch was. De zus van een van de slacht­of­fers ver­tel­de: “Zelfs toen ik het li­chaam zag, ge­loof­de ik niet dat hij dood was. Pas toen we in de rechts­zaal het fo­to­gra­fi­sche be­wijs za­gen, werd het plot­se­ling re­ëel. Ik vrees­de voor mijn moe­der, want zien dat er zoi­ets met je kind ge­beurt, kan je ka­pot ma­ken.” Ten slot­te zei ze: “Toen we weg­lie­pen, keek mijn moe­der me aan en zei: ‘Nu be­sef ik dat mijn zoon dood is.’”

Na­tuur­lijk was het idee van eerst zien, dan ge­lo­ven ook voor de moor­de­naars zelf be­lang­rijk. Sli­vko be­waar­de zijn vi­deo’s als tro­fee van zijn mis­da­den, mis­schien als een be­wijs van wat een li­chaam kan ver­dra­gen. Chi­ka­tilo deed iets soort­ge­lijks, maar om een to­taal an­de­re re­den. Toen zijn car­ri­è­re stok­te en hij be­gon te moor­den, stak hij de ogen van zijn slacht­of­fers uit om­dat hij ge­loof­de dat de ogen ‘registreerden’ wat ze op het mo­ment van ster­ven za­gen. Bei­de man­nen had­den be­hoef­te aan een re­gi­stra­tie van hun da­den. He­laas lie­ten de­ze re­gi­stra­ties al­leen zien hoe ver ze van hun ide­a­len wa­ren af­ge­dwaald.

Keer­punt

Een of twee moor­den kun­nen over het hoofd wor­den ge­zien door me­dia die zich uit­slui­tend op po­si­tief nieuws rich­ten, maar het was de ver­dwij­ning van de der­tien­ja­ri­ge Ser­g­ei Pa­v­lov die Sli­vkos zaak aan het rol­len bracht. De jon­gen had een buur­man ver­teld dat hij naar de Ts­jer­gid-club zou gaan, om­dat Sli­vko een fo­to van hem zou ma­ken voor een tijd­schrift. Toen hij niet te­rug­kwam, werd er alarm ge­sla­gen. Een jon­ge as­sis­tent-aan­kla­ger, Ta­ma­ra Lan­guy­e­va, werd op het on­der­zoek ge­zet. Ze hield de Ts­jer­gid-club al een tijd­je in de ga­ten van­we­ge ge­ruch­ten om­trent Sli­vkos ex­pe­ri­men­ten, maar ze had nog geen be­wijs voor daad­wer­ke­lij­ke mis­stan­den ont­dekt. Zelfs de uit­rus­ting van de club – waar­on­der jacht­mes­sen, tou­wen en der­ge­lij­ke – was ge­woon no­dig voor een goed voor­be­rei­de kam­peer­ex­pe­di­tie. Pas toen de po­li­tie in het club­huis een deur open­de waar­op “ver­bo­den toe­gang” stond, kwam de waar­heid aan het licht. De ka­mer lag vol fo­to’s en films die lie­ten zien wel­ke wreed­he­den Sli­vko had be­gaan te­gen de jon­gens die hij on­der zijn hoe­de had.

Sli­vko be­tuig­de spijt, althans daar leek het op. In de ge­van­ge­nis huil­de hij on­op­hou­de­lijk. Hij schreef brie­ven naar zijn vrouw en werk­te mee met het on­der­zoek. Psy­chi­a­ters ver­klaar­den dat hij in het vol­le be­zit van zijn gees­te­lij­ke ver­mo­gens was. Hij be­ken­de en werd aan­ge­klaagd voor de moord op ze­ven jon­gens, ook al leid­de hij de po­li­tie naar de li­cha­men van slechts zes van de ze­ven slacht­of­fers. Hij ging er­van uit dat hij de dood­straf zou krij­gen, maar pleit­te van­af het be­gin voor om­zet­ting van het von­nis. Zo­als de Ame­ri­kaan­se se­rie­moor­de­naar Ted Bun­dy la­ter be­kend zou wor­den van­we­ge zijn hulp aan de po­li­tie bij het op­stel­len van een psy­cho­lo­gisch pro­fiel van de Gr­een Ri­ver Kil­ler, zo vroeg men Sli­vko om hulp bij de op­spo­ring van de zo­ge­naam­de Rost­ov Ripper. Maar hoe­wel Sli­vko ge­noeg or­ga­ni­sa­to­ri­sche vaar­dig­he­den had, was zijn ver­mo­gen tot lo­gisch en psy­cho­lo­gisch re­de­ne­ren min­der sterk. Zijn ver­on­der­stel­lin­gen dat de moor­de­naar zich een op­win­dend ima­go had aan­ge­me­ten en dat de jon­gens en meis­jes die men in de ber­gen had ge­von­den, door twee ver­schil­len­de men­sen wa­ren ver­moord, wa­ren on­juist. Sli­vko werd een paar uur na dit ge­sprek op 16 sep­tem­ber 1989 ge­ëxe­cu­teerd. Chi­ka­tilo volg­de hem uit­ein­de­lijk vijf jaar la­ter, op 14 fe­bru­a­ri 1994.

Het keer­punt voor zo­wel Sli­vko als voor Chi­ka­tilo kwam met hun sek­su­e­le ont­wa­king te­gen de ach­ter­grond van het land waar­in ze leef­den en moesten over­le­ven. Sli­vkos voet­fe­tisj be­gon door een jon­gen die het le­ven liet uit lief­de voor zijn hond. Daar­na richt­te hij zich op de Pi­o­niers­ka­det­ten die de Sov­jet-unie trouw ble­ven, on­danks de el­len­de die het hun had op­ge­le­verd. Chi­ka­tilo bracht seks en eten recht­streeks in ver­band met de dood, wat te wij­ten was aan zijn bij­na-ver­hon­ge­ring en iso­la­tie. Het re­sul­taat was dat hij zijn machts­po­si­tie steeds wil­de be­ves­ti­gen. Twee zeer ge­vaar­lij­ke man­nen wa­ren ooit be­scha­digd ge­raakt door de ma­nier waar­op hun land func­ti­o­neer­de en naar hen keek.

HIJ STAK DE OGEN VAN ZIJN SLACHT­OF­FERS UIT OM­DAT HIJ GE­LOOF­DE DAT DE­ZE REGISTREERDEN WAT ZE OP HET MO­MENT VAN STER­VEN ZA­GEN.

Maar dit is niet het he­le ver­haal. Geen van de man­nen was een moor­de­naar van­we­ge zijn na­ti­o­na­li­teit of po­li­tie­ke over­tui­ging, net zo­als Ted Bun­dy geen vrou­wen­moor­de­naar was van­we­ge Ame­ri­ka’s ka­pi­ta­lis­me en de Ame­ri­kaan­se hou­ding je­gens vrou­wen. Zelfs nu nog wor­den in veel be­schou­win­gen over Chi­ka­tilo (en in de wei­ni­ge die er van Sli­vko be­staan) de mis­da­den in ver­band ge­bracht met de Sov­jet­po­li­tiek.

Het com­mu­nis­me heeft die kin­de­ren niet ver­moord. De ma­nier waar­op de Sov­jet-unie het com­mu­nis­me in prak­tijk bracht, heeft die kin­de­ren niet ver­moord. Het fa­ci­li­teer­de de moor­den wel, maar niet meer dan ie­de­re an­de­re maat­schap­pij waar­in de na­druk op so­ci­a­le groe­pen ligt dat zou heb­ben ge­daan. Als we al een keer­punt in het le­ven van de­ze man­nen kun­nen aan­wij­zen, dan is het hun er­va­ring dat an­de­ren ge­weld ge­bruik­ten om pro­ble­men op te los­sen. Sli­vko zag een moord, Chi­ka­tilo hoor­de over kan­ni­ba­lis­me.

We le­ven in een glo­ba­li­se­ren­de we­reld met po­li­tie­ke over­tui­gin­gen en ge­loofs­sys­te­men die ver­schil­len van de on­ze. Ten­zij we be­reid zijn om on­der­scheid te ma­ken tus­sen re­li­gi­eu­ze en so­ci­a­le over­tui­gin­gen, tus­sen per­soon­lij­ke ach­ter­grond en in­di­vi­du­eel ge­drag, ont­dek­ken we niet wat men­sen echt slecht maakt. We lo­pen het ge­vaar per­so­nen te de­mo­ni­se­ren wan­neer we ten on­rech­te aan­ne­men dat zij we­ten waar niet-be­staan­de li­cha­men zijn be­gra­ven. En we zul­len slacht­of­fers over het hoofd zien, om­dat we niet naar hen op zoek zijn.

De lach en de ont­span­nen hand van Sli­vko naast de kerst­boom schep­pen een beeld van sta­bi­li­teit dat in te­gen­spraak is met zijn cha­o­ti­sche ge­voels­le­ven.

Bo­ven: De ogen­schijn­lijk res­pec­ta­be­le Sli­vko po­seert voor een ge­zins­fo­to met zijn vrouw Ljoed­mi­la en hun zoon­tje. Zij zou la­ter met hun twee zo­nen de mis­da­den van haar echt­ge­noot ont­vluch­ten.

de na­druk op hun glim­mend ge­poets­te schoe­nen en of de­ze schoe­nen wer­den ten­toon­ge­steld, stuk­ge­sne­den of ver­brand. On­der: Zo­als dit over­zicht laat zien, leg­de Sli­vko in zijn films gro­te na­druk op de schoe­nen van zijn slacht­of­fers. Vaak hak­te hij de voe­ten van de jon­gens af na­dat hij hen had op­ge­han­gen. soms hun ge­slachts­or­ga­nen, die hij daar­na op­at. Hij liet de li­cha­men ver­vol­gens op de plaats van de mis­daad ach­ter.

Soms ver­brand­de Sli­vko de schoe­nen van zijn slacht­of­fers en ge­noot hij er­van te fil­men hoe de­ze in de vlam­men ver­lo­ren gin­gen. Bo­ven: De le­den­speld van de jeugd­be­we­ging van de Pi­o­niers. De tekst luidt “al­tijd be­reid”, het mot­to dat toe­wij­ding en durf uit­druk­te.

Tij­dens een Rus­si­sche talk­show sprak Ta­ma­ra Lan­guy­e­va over haar er­va­rin­gen in het on­der­zoek naar de ver­mis­te Sov­jet­jon­gens.

Bo­ven: Na de de­fi­ni­tie­ve door­braak in de zaak be­zocht kolonel Bak­tir Barakeyev de plaats waar Sli­vko zijn laat­ste slacht­of­fer had ge­maakt: een se­rie­moor­de­naar in de Sov­jet-unie was ontmaskerd.Links­bo­ven: De ro­de hals­doek vorm­de een op­val­lend on­der­deel van het uni­form van de Jon­ge Pi­o­niers. Sli­vko zorg­de er­voor dat zijn slacht­of­fers de hals­doek droe­gen, zo­dat hij de si­tu­a­tie met de ver­on­ge­luk­te Jon­ge Pi­o­nier kon na­boot­sen.

Bo­ven: Na zijn ar­res­ta­tie werk­te Sli­vko mee met de au­to­ri­tei­ten en leid­de de re­cher­cheurs naar de li­cha­men van zes van de ze­ven slacht­of­fers. Dit was ech­ter niet ge­noeg om hem van de beul te red­den.In­zet bo­ven: Een Sov­jet­post­ze­gel met de beel­te­nis van de Jon­ge Pi­o­niers. De Pi­o­niers wer­den van staats­we­ge ge­spon­sord en ston­den sym­bool voor de toe­komst van de Sov­jet-unie.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.