INTERVIEW: WEN­DE

WEN­DE SNIJ­DERS – ZAN­GE­RES, DAN­SE­RES, KUNSTENARES, SCHRIJFSTER, ALLESKUNNER, WERELDVERBETERAAR. WE PRA­TEN MET HAAR OVER HET LE­VEN, IN VIJF PLA­TEN.

Vinyl Magazine - - VOORWOORD - Tekst: Lie­ne­ke van Dijk • Foto’s: Da­vien Huls­man

De we­reld vol­gens Wen­de Snij­ders in vijf pla­ten.

KATE BUSH – THE KICK INSIDE

“Kate Bush heeft bij mij de lief­de voor mu­ziek aan­ge­wak­kerd. Ik heb een heel hel­de­re her­in­ne­ring dat ik op mijn elf­de voor het eerst ‘The Man With The Child In His Ey­es’ hoor­de en dat ik toen wist: ik word zan­ge­res. Glas­hel­der. Mijn jeugd is een brei van geu­ren en beel­den, maar dit is mes­scherp. Een paar jaar ge­le­den trad ik er­gens op en na de voor­stel­ling kwam een me­vrouw naar mij toe die bij mij in de buurt woon­de toen ik zes was. Zij was toen acht­tien en ik kwam de he­le tijd naar haar toe om­dat ik al­leen maar in haar ka­mer wil­de zit­ten om naar Kate Bush te luis­te­ren. Ik kan me daar níets van her­in­ne­ren. Vijf jaar vóór­dat ik be­wust ‘The Man With The Child In His Ey­es hoor­de’, was ik dus al to­taal ver­won­derd door Kate Bush. Haar stem, die me­lo­die­ën en die enor­me ex­pres­sie die er­in zit. En echt goe­de songs, waar­in ze ver­ha­len ver­telt. Niet al­leen maar ‘Ik ben ver­la­ten,’ maar echt ver­ha­len. Dat blijft de ro­de draad in din­gen die ik mooi vind. Hoe­wel ik een soort vuil­nis­bak­ken­ras ben – van hard­rock tot klas­siek –, ge­niet ik voor­al van ver­ha­len­ver­tel­lers.”

NINA SIMONE – SILK AND SOUL

“Ook Nina ver­telt ver­ha­len; zij is voor mij een enor­me in­spi­ra­tie­bron. Ik vind haar al­tijd spot on, in hoe ze emo­tie en mu­zi­ka­li­teit com­bi­neert en hoe ze ma­te­ri­aal he­le­maal naar zich toe­trekt. Als jij een paard te­kent, is dat een an­der paard dan wan­neer ik het te­ken. Dat is schoon­heid. Ik wil Nina Simone niet na­doen, al­leen maar be­won­de­ren. Zij is zo vrij ge­weest in het he­le­maal ei­gen ma­ken van bij­voor­beeld het num­mer ‘Bal­ti­mo­re’ van Ran­dy New­man. Voor een don­ke­re vrouw in de ja­ren zes­tig is Bal­ti­mo­re im­mers een heel an­der ge­ge­ven

dan voor een blan­ke man. Voor mij, een vrouw van 39 in 2018, is ‘Mens Durf Te Le­ven’ iets heel an­ders dan voor een man in 1917. Toen Ram­ses Shaf­fy het num­mer zong in de ja­ren ze­ven­tig, was dat in de tijd van Ac­tie To­maat na het Maag­den­huis. In on­ze tijd gaan wij niet de straat op. We wor­den over­spoeld door een hoe­veel­heid in­for­ma­tie die bin­nen­komt via in­ter­net. Fun­da­men­ten zo­als po­li­tie­ke par­tij­en, het hu­we­lijk en re­li­gie, zijn al­le­maal on­der on­ze voe­ten weg­ge­sla­gen. Daar­uit ont­staat angst. In plaats van bra­vou­re denkt ie­der­een: what the fuck is er aan de hand? Ik zing dat num­mer met or­gel­mu­ziek, ik zing het van­uit hoop en troost en kwets­baar­heid in plaats van een ge­vecht. Ik ben ook fuc­king bang. Hoe gaan we dit met z’n al­len doen? La­ten we el­kaar blij­ven ont­moe­ten. Dat vind ik ook mooi aan Nina Simone. Het mooie aan de­ze plaat is die com­bi­na­tie van heel per­soon­lijk, haar ver­lan­gen naar lief­de, maar ook ver­lan­gen naar hoe een maat­schap­pij er­uit zou moe­ten zien. Een beet­je zo­als Ken­d­rick La­mar, Be­yon­cé en Chil­dish Gam­bi­no nu – ik ben mis­schien heel ro­man­tisch, zo van: vre­de op aar­de. Al zal er in dat ge­val wei­nig over­blij­ven om over te schrij­ven. Ik ge­dij goed bij dra­ma, maar gun mij mijn hang­mat.”

NICK CAVE – PUSH THE SKY AWAY

“De­ze plaat is zo mooi in ba­lans, mu­zi­kaal en tek­stu­eel. Ook in het licht van wat er daar­na komt. Op Ske­le­ton Tree staan de za­ken er heel an­ders voor, want dan is zijn zoon over­le­den. Push The Sky Away is bij­na een hoop­vol ge­ge­ven. Nick Cave is best een don­ke­re geest, maar hij blijft de ba­lans vin­den, het licht blijft er al­tijd door­heen schij­nen. De we­reld is best moei­lijk te ver­trou­wen, want er wordt mij de he­le tijd van al­les aan­ge­smeerd om geld te ver­die­nen. Mis­schien heb ik het mis, maar bij Nick Cave voelt het op­recht. Hij komt zo dicht­bij. De com­bi­na­tie van lar­ger than li­fe zijn en aan de an­de­re kant een enor­me con­nec­tie met ons ma­ken. Hij gaat heel chic om met wat hem is over­ko­men, want hoe the fuck moet je daar­mee om­gaan? Hij maakt het

niet sen­ti­men­teel en pa­the­tisch, het staat bo­ven de ma­te­rie. Ik zing een num­mer van Joost Zwa­ger­man: ‘Voor Al­les’. Maar ik zeg nooit dat het van hem is, om­dat het an­ders zo’n tra­giek krijgt die het niet no­dig heeft, want het num­mer staat op zich­zelf. Die lang­du­ri­ge ei­gen­zin­nig­heid van Nick Cave, het su­per­trouw blij­ven aan zijn ei­gen pad en daar suc­ces­vol mee zijn, maakt hem zo’n ge­wel­di­ge ar­tiest. En het is zo smaak­vol.”

STROMAE – RACINE CARRÉE

“Ik heb van 2004 tot 2007 Fran­se chan­sons ge­zon­gen en dat was heel suc­ces­vol. Ik heb on­der­tus­sen in al­le­maal an­de­re ta­len ge­zon­gen, maar er wordt nog steeds ge­zegd: ‘Jij bent van die chan­sons!’ In 2007 dacht ik: dit doe ik nooit meer. Ik was het zo zat. Toen kreeg ik een tijd­je te­rug een nieu­we lief­de en die vroeg: ‘Waar­om ben je ge­stopt? Je hoeft toch he­le­maal niet dat ro­de jurk­je aan en met ac­cor­de­on en strij­kers?’ Ik houd van de in­hou­de­lijk­heid, de exis­ten­ti­ë­le men­se­lij­ke con­di­tie. Niet al­leen maar 1-op-1-emo­tie: ik ben ver­la­ten, ik stort mijn hart uit. Dat doen Brel en Piaf, die gaan die­per in op wat lief­de en een­zaam­heid voor de mens be­te­kent. Dat vond ik in die chan­sons zo tof. Toen ik Stromae hoor­de, merk­te ik dat hij chan­sons maakt. Het zijn mi­ni­a­tuur­ver­haal­tjes. Hij geeft ver­schil­len­de per­spec­tie­ven op lief­de en le­ven en het is ook nog eens club­waar­dig. Hij kan de he­le zaal mee­krij­gen in een feest. Het is ook vi­su­eel zo gaaf ge­daan, echt een trip waar­in je te­recht­komt. Er wordt ge­zegd dat hij geen plaat meer gaat ma­ken. Dood­zon­de, maar ik ge­loof het niet. Hij is zo’n kun­ste­naar als Da­vid Bo­wie, die gaat al­tijd wel op een of an­de­re ma­nier met iets ko­men. Laatst had hij een mo­de­show, dat was fuc­king bril­jant. Ik ver­heug me op al­les waar hij nog mee komt.”

TYPHOON – LOBI DA BASI

“Typhoon heeft de Ne­der­land­se taal naar een ho­ger plan ge­tild. Ik vond die plaat zo ver­fris­send, hij deed een zet waar­door ie­der­een zijn oren in­eens ging spit­sen. Het is een com­bi­na­tie van po­ë­zie en straat­taal, met een mooie bood­schap. Niet een bood­schap die hij je door de strot duwt, maar een­tje waar­in hij zijn ei­gen fa­len vol­le­dig mee­neemt. Het is heel per­soon­lijk, van­uit de diep­te van zijn hart, en hij weet dat ook nog zo te bren­gen dat het over jóu gaat. En dan is het ook nog een on­ge­lo­fe­lijk goe­de per­for­mer, een soort pries­ter. Hoe hij men­sen op een on­sen­ti­men­te­le ma­nier met el­kaar kan ver­bin­den, dat heb ik nog nooit ge­zien in Ne­der­land. Daar heb ik heel veel be­won­de­ring voor. Die plaat is een per­fec­te ba­lans van ge­wel­di­ge mu­ziek, heel goe­de ar­ran­ge­men­ten en su­per­mooie tek­sten. Ik vond het niet meer dan nor­maal dat het zo’n groot suc­ces is ge­wor­den. Bij een an­der denk je: flik­ker op, ga zelf een boom knuf­fe­len. Maar bij hem loop je naar bui­ten en denk je: ja dat ga ik doen! Meer lief­de! Bas Heij­ne zegt dat ook zo goed: we zijn rom­me­li­ge sa­men­raap­sels van mis­luk­kin­gen en daar­in zijn we ver­bon­den met el­kaar.”

VOETNOOTJE: WEST SIDE STORY – LEONARD BERNSTEIN

“Nog even een klein voetnootje: Net als Kate Bush, zit de mu­ziek van West Side Story in mijn lijf en bloed en spie­ren. Als kind dans­te ik door het huis op die mu­ziek. Het is het zó ge­ni­aal. Dit was een heel be­lang­rij­ke plaat voor hoe je klas­sie­ke mu­ziek kunt be­na­de­ren. Bernstein gaf seks aan een we­reld die soms stof­fig en se­ri­eus was, dat druipt er nog steeds van­af. En hij ein­digt met een moord nét voor de pau­ze. Het hoeft niet al­tijd ge­zel­lig en prach­tig en mooi te zijn. Ik houd van dat lef. Dat vind ik ook mooi aan Nick Cave, Stromae en Nina Simone. Ha­ne­ke zei: ‘Ech­te troost is als je al­les wat in de scha­duw staat en al ons men­se­lijk fa­len en go­rig­heid in het licht zet.’ Je moet het niet weg­stop­pen, maar de­len. Daar­door ko­men we mis­schien een stap­je ver­der als men­sen.”

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.