BRUCE SPRINGSTEEN!

Vinyl Magazine - - VOORWOORD - Tekst: Ro­bert Haags­ma • Foto’s: So­ny Mu­sic

Val­len en op­staan: de las­ti­ge ja­ren van Bruce Springsteen.

DE VINYLBOX THE AL­BUM COLLECTION VOL. 2, 1987 – 1996 BESTRIJKT EEN PE­RI­O­DE WAAR­IN BRUCE SPRINGSTEEN IN HET REINE WIL­DE KO­MEN MET ZICH­ZELF EN HET IM­MEN­SE SUC­CES DAT HEM DANK­ZIJ BORN IN THE U.S.A. TEN DEEL WAS GE­VAL­LEN. HOE­WEL NIET AL­LE ALBUMS UIT DIE TIJD EVEN GOED ONT­VAN­GEN WER­DEN, WA­REN ZE WEL AL­TIJD HEEL INTRIGEREND. ZE LIE­TEN EEN AR­TIEST HO­REN DIE BRAK MET HET VER­LE­DEN, HET AVON­TUUR ZOCHT EN VOOR­AL

ZICH­ZELF NIET WIL­DE HERHALEN.

In de zo­mer van 1985 was Bruce Springsteen al­om aan­we­zig, ook in Ne­der­land. Zijn mar­kan­te kop sier­de de co­vers van de mu­ziek­bla­den, de hits do­mi­neer­den de ra­dio en de bij­be­ho­ren­de clips draai­den over­uren op MTV. De Ame­ri­kaan­se zan­ger en gi­ta­rist dank­te die door­braak aan het in 1984 ver­sche­nen al­bum Born In The U.S.A.. Er wer­den in lut­te­le maan­den mil­joe­nen van ver­kocht en de plaat le­ver­de liefst ze­ven hit­sin­gles op, zo­als ‘Dan­cing In The Dark’, ‘Cover Me’, ‘I’m On Fi­re’ en na­tuur­lijk het op­zwe­pen­de ti­tel­num­mer.

Zijn we­reld­tour­nee bracht hem in 1985 ook naar Ne­der­land, waar hij op 12 en 13 ju­ni op­trad in een uit­ver­koch­te Kuip in Rot­ter­dam. Ik was zelf bij het eer­ste op­tre­den, dat ik met wat vrien­den on­der­ging als een over­rom­pe­len­de rock-’n-roll er­va­ring. Ei­gen werk en co­vers wer­den door The Boss en zijn band ge­speeld met een be­vlo­gen­heid die bij­na bo­ven­men­se­lijk was. Ie­der­een leek zich er ook van be­wust te zijn dat Bruce Springsteen op zijn al­ler-al­ler­best was. Na ja­ren van zwoe­gen had hij ein­de­lijk de ab­so­lu­te top be­reikt. Om daar­van ge­tui­ge te zijn was een sen­sa­tie die ner­gens mee te ver­ge­lij­ken was.

Na­dat de hef­tig­ste eu­fo­rie was gaan lig­gen, werd dui­de­lijk wel­ke ho­ge prijs Bruce Springsteen zelf be­taald had voor die spec­ta­cu­lai­re door­braak. Het kost­te hem zijn hu­we­lijk. In 1984 had hij Ju­li­an­ne Phil­lips ont­moet, een jaar la­ter was hij al met haar ge­trouwd. Niet veel la­ter ont­spon zich een ro­man­ce tus­sen Springsteen en Pat­ti Sci­al­fa, zan­ge­res in de E Street Band tij­dens de Born In The U.s.a.-we­reld­tour­nee. Het leid­de in 1987 tot een de­fi­ni­tie­ve breuk met zijn echt­ge­no­te. In 1991 trouw­de hij met zijn nieu­we lief­de.

Het was een schei­ding die met veel ju­ri­disch wa­pen­ge­klet­ter ge­paard ging. Dat klonk luid en dui­de­lijk door op de op­vol­ger van Born In The U.S.A., waar na­tuur­lijk reik­hal­zend naar werd uit­ge­ke­ken. Tun­nel Of Lo­ve ver­scheen in 1987 en bleek een op­val­lend in­tro­vert al­bum te zijn. Springsteen was niet lan­ger de ob­ser­va­tor die zijn kri­ti­sche blik liet glij­den over het Ame­ri­kaan­se maat­schap­pe­lij­ke land­schap. Hij nam dit­maal voor­al

zich­zelf on­der de loep. ‘Bril­li­ant Dis­gui­se’, een van de hits die de plaat op­le­ver­de, was in dat licht re­pre­sen­ta­tief. Het ging over de mas­kers die ge­lief­den soms op­zet­ten en de arg­waan en ja­loe­zie die het ver­oor­za­ken.

Tek­stu­eel was Tun­nel Of Lo­ve een scher­pe breuk met zijn re­cen­te ver­le­den. In mu­zi­kaal op­zicht was het dat ook. Het al­bum werd ge­pre­sen­teerd als een so­lo­plaat. Le­den van zijn E Street Band de­den nog wel mee, maar het col­lec­tief was door hem op een af­stand ge­zet. La­ter zou hij in in­ter­views uit­leg­gen dat hij het niet lan­ger kon op­bren­gen om het hoofd van een mu­zi­ka­le fa­mi­lie te zijn, waar­bij hij al­les voor de le­den daar­van

DE ALBUMS LIE­TEN EEN BRUCE SPRINGSTEEN HO­REN DIE MET BEI­DE GESPIERDE ARMEN HET GE­LUK OMARMDE

moest re­ge­len. De muur van ge­luid, toch het han­dels­merk van The E Street Band, ont­brak. Het de­cor voor Spring­steens som­be­re mij­me­rin­gen was juist in­ge­to­gen. Het zorg­de er­voor dat Tun­nel Of Lo­ve niet de com­mer­ci­ë­le po­wer van de voor­gan­ger had, maar de re­cen­sies wa­ren over­we­gend po­si­tief. De ar­tiest had de be­we­zen suc­ces­for­mu­le uit kun­nen mel­ken, maar gooi­de her roer dras­tisch om en daar­mee oogst­te hij lof.

Aan het eind van de ja­ren tach­tig sneed Springsteen de laat­ste ban­den met zijn ver­le­den door. Zijn schei­ding werd of­fi­ci­eel en in 1989 ont­bond hij ook de E Street Band, zijn jeugd­vrien­den waar­mee hij ja­ren eer­der de we­reld ver­o­verd had. “Ik had het idee dat ik voor som­mi­gen niet al­leen een vriend en een werk­ge­ver was ge­wor­den, maar ook ban­kier en va­der”, zei haar daar in zijn in 2016 ver­sche­nen au­to­bi­o­gra­fie Born To Run over. “Het was pijn­lijk, maar we wa­ren echt al­le­maal aan een pau­ze toe”.

Tot lich­te ver­ba­zing van zijn trou­we fans deed hij wat ve­le su­per­ster­ren voor hem had­den ge­daan. Hij ver­ruil­de zijn ge­boor­te­grond New Jer­sey voor een ruim­schoots bo­ven­mo­daal stulp­je in Los An­ge­les. Het was on­der de rui­sen­de palm­bo­men dat hij ging wer­ken aan

num­mers die uit­ein­de­lijk te­recht zou­den ko­men op twee albums die in maart 1992 te­ge­lij­ker­tijd uit­kwa­men: Hu­man Touch en Luc­ky To­wn. De eer­ste plaat liet een ste­vig aan­ge­zet ge­luid ho­ren, voor de twee­de was voor een so­ber­der in­stru­men­ta­tie ge­ko­zen. Bruce Springsteen deed be­roep op en­ke­le ver­trou­we­lin­gen, zo­als toet­se­nist Roy Bit­tan, maar huur­de ook ses­sie­mu­zi­kan­ten in, zo­als bas­sist Ran­dy Jack­son en de van To­to be­ken­de slag­wer­ker Jeff Por­ca­ro.

De albums lie­ten een Bruce Springsteen ho­ren die met bei­de gespierde armen het ge­luk omarmde. De mu­ziek mis­te ech­ter ka­rak­ter, werd in me­ni­ge re­cen­sie op­ge­merkt – scherp­te en ur­gen­tie. En was het niet be­ter ge­weest als uit die over­daad van lied­jes een en­kel steen­goed al­bum was ge­des­til­leerd? Het had er ook al­le schijn van dat zijn pu­bliek niet echt zat te wach­ten op een dub­be­le do­sis blijd­schap van hun held. Of zo­als hij dat zelf ja­ren la­ter ver­woord­de: “ik heb be­gin ja­ren ne­gen­tig ge­pro­beerd blije lied­jes te schrij­ven. Het werk­te niet. Het pu­bliek moest er niets van heb­ben.” Het was ook te­ke­nend dat ze nau­we­lijks ver­meld wor­den in zijn au­to­bi­o­gra­fie.

Zo­als er ook nau­we­lijks een woord ge­wijd wordt aan In Con­cert – MTV Plug­ged, waar­voor de op­na­men op 22 sep­tem­ber 1992 plaats­von­den en waar­van de re­gi­stra­tie op 12 april 1993 in de win­kel lag. De MTV Un­plug­ged-reeks waar­in gro­te bands en ar­ties­ten vrij­wel akoes­tisch op­tra­den, le­ver­de in de loop van de ja­ren ne­gen­tig prach­ti­ge re­gi­stra­ties op van Rod Ste­wart, Pa­ge and Plant, Nir­va­na en Ali­ce In Chains. Hoog­ge­span­nen wa­ren de ver­wach­tin­gen toen het po­di­um­beest Bruce Springsteen ge­vraagd werd.

Het draai­de uit op een lich­te de­cep­tie. Tij­dens de re­pe­ti­ties met zijn nog al­tijd uit huur­lin­gen be­staan­de be­ge­lei­dings­band bleef aan Springsteen het ge­voel kna­gen dat de akoes­ti­sche ver­sies van zijn songs

niet goed ge­noeg klon­ken. Toen het hem niet luk­te het tij te ke­ren, be­sloot hij het Mtv-pu­bliek te trak­te­ren op een re­gu­lie­re, dus elek­tri­sche set. Op de be­wus­te avond open­de hij we­l­is­waar met het akoes­ti­sche Red He­a­ded Wo­man, maar daar­na wer­den de elek­tri­sche gi­ta­ren in­ge­plugd. Dat hij brak met de for­mu­le van de show was nog tot daar aan toe, maar hij speel­de ver­hou­dings­ge­wijs wel erg veel van de re­cen­te albums – wat tot veel te­leur­ge­stel­de re­ac­ties leid­de.

Tien jaar na­dat de we­reld aan zijn voe­ten had ge­le­gen dank­zij Born In The U.S.A. leek Bruce Springsteen wei­nig goed meer te kun­nen doen. Zijn shows wer­den nog goed be­zocht, naar er heerste al­om twij­fel of de zan­ger nog wer­ke­lijk iets te mel­den had. Hij re­a­li­seer­de zich dat ook, maar liet zich daar­door niet uit het veld slaan. Hij liet zich bij het schrij­ven van de nieu­we songs juist in­spi­re­ren door zijn exis­ten­ti­ë­le twij­fel, waar­bij hij zich­zelf voor­al de vraag stel­de wat zijn rol zou moe­ten zijn in de tijd die hem op aar­de ge­gund was. In mu­zi­kaal op­zicht wil­de hij ver­der gaan waar hij met Ne­bras­ka, het be­wust klein­ge­hou­den al­bum uit 1982, was op­ge­hou­den.

Het ver­trek­punt was een song die over­ge­scho­ten was van de ses­sies voor Streets Of Phi­l­a­delp­hia – op­ge­no­men voor de ge­lijk­na­mi­ge bios­coop­film. ‘The Ghost Of Tom Joad’ was een num­mer waar­van de tekst her­in­ner­de aan zijn vroe­ge werk, waar­in hij het wel en wee van de ge­wo­ne, ano­nie­me Ame­ri­kaan schets­te.

In de ach­ter­lig­gen­de tien jaar had hij zich nau­we­lijks nog aan dit the­ma ge­waagd. Kon een rij­ke mu­zi­kant nog wel zin­gen over ar­bei­ders die van het ene naar het an­de­re loon­strook­je leef­den, vroeg hij zich re­gel­ma­tig ver­twij­feld af. In 1995 luk­te het hem ein­de­lijk om over die zelf op­ge­wor­pen bar­ri­è­re heen te stap­pen. Hij mocht mil­jo­nair zijn, hij droeg nog al­tijd zijn er­va­rin­gen uit zijn so­be­re jeugd in zich mee, in­clu­sief het sterk ont­wik­kel­de recht­vaar­dig­heids­ge­voel dat hij daar­aan had over­ge­hou­den.

De op­na­men strek­ten zich van maart tot sep­tem­ber uit en von­den plaats in Spring­steens ei­gen stu­dio. Het leid­de tot het al­bum The Ghost of Tom Joad dat in no­vem­ber 1995 uit­kwam. Het was een ver­za­me­ling van twaalf songs. So­ber in­ge­kleurd, met veel over­tui­ging ge­zon­gen.

Uit de tek­sten klonk op­rech­te zorg en ver­ont­waar­di­ging op, niet al­leen over on­recht en on­ge­lijk­heid in Ame­ri­ka, maar ook in het buur­land Mexi­co. Het al­bum werd eu­fo­risch ont­van­gen. Het pres­ti­gi­eu­ze blad Rol­ling Sto­ne riep het uit tot het bes­te al­bum van Bruce Springsteen in tien jaar – sinds Born in The U.S.A. dus. De songs wa­ren te in­tro­vert om al zijn ou­de fans weer bij de les te ha­len, maar als het al­bum een con­clu­sie op­le­ver­de, was het wel: Bruce is back. Het al­bum werd ge­volgd door The Ghost Of Tom Joad tour­nee. Fans die Springsteen ken­den als de ar­tiest die als een or­kaan over de po­dia van sta­di­ons raas­de, kre­gen een heel an­de­re ar­tiest te zien. Slechts zich­zelf be­ge­lei­dend op gi­taar speel­de hij uit­slui­tend in the­a­ters met een be­schei­den ca­pa­ci­teit. Het le­ver­de hem zelfs ver­ge­lij­kin­gen op met Woody Gu­thrie, een le­gen­da­ri­sche folk­zan­ger die zo­wel hem­zelf als Bob Dy­lan ge­ïn­spi­reerd had. De tour­nee liep tot het mid­den van 1997, waar­na een weer­zien met ou­de vrien­den hem wacht­te.

In 1995 had Bruce Springsteen de ban­den met de E Street Band aan­ge­haald naar aan­lei­ding van de com­pi­la­tie Gre­a­test Hits (ove­ri­gens geen on­der­deel van Al­bum Collection Vol. 2, 1987 – 1996). Mocht er nog enig cha­grijn zijn blij­ven han­gen van­we­ge de be­slis­sing van Springsteen om zijn ei­gen weg te gaan, dan werd die tij­dens de re­ü­nie weg­ge­mas­seerd. Toch duur­de het nog tot 1999 tot hij weer echt op tour­nee ging met zijn ou­de strijd­mak­kers. Het wa­ren twee er­va­rin­gen die hem daar­toe brach­ten: bij het ver­la­ten van een res­tau­rant werd Bruce Springsteen aan­ge­klampt door twee jon­ge fans die hem ver­tel­den het jam­mer te vin­den dat ze hem nooit had­den zien op­tre­den met The E Street Band. Zij wa­ren er des­tijds te jong voor ge­weest. In die­zelf­de pe­ri­o­de be­zocht de zan­ger in een op­wel­ling een ge­za­men­lij­ke sta­di­ons­how van Jo­ni Mit­chell, Van Mor­ri­son en Bob Dy­lan. Het frap­peer­de hem dat er naast de ge­brui­ke­lij­ke veer­ti­gers en vijf­ti­gers zo­veel jon­ge fans voor de­ze ve­te­ra­nen ble­ken te zijn. Toen hij de zaal ver­liet, wist hij ze­ker: hij wil­de ook voor zo’n pu­bliek staan. Met zijn ou­de band.

Mocht Bruce Springsteen al weg­ge­weest zijn, dan bracht de nieu­we we­reld­tour­nee met de E Street Band hem weer he­le­maal te­rug. De ti­ming kon ook niet be­ter zijn. Hij had met The Ghost Of Tom Joad een ar­tis­tie­ke we­der­ge­boor­te door­ge­maakt. The E Street Band had lang ge­noeg in de cou­lis­sen ge­staan om een enor­me hon­ger on­der zijn ach­ter­ban te ver­oor­za­ken. In een pe­ri­o­de van 15 maan­den speel­de hij 133 sta­di­ons­hows in 62 ste­den – vrij­wel al­le da­ta wa­ren uit­ver­kocht. De Bruce Springsteen and The E Street Band Reu­nion Tour, zo­als de con­cert­reeks ge­doopt werd, werd een van de meest winst­ge­ven­de tot dan toe.

Veel be­lang­rij­ker was dat ou­de tij­den wer­ke­lijk her­leef­den. Op­tre­dens wer­den uit­put­tings­sla­gen, waar­bij hij zich net als in zijn glo­rie­ja­ren uit­leef­de op een mix van veel ei­gen werk en met veel smaak ge­ko­zen co­vers. Er was geen nieu­we plaat te pro­mo­ten, dus de zan­ger en zijn band had­den de han­den he­le­maal vrij. Het draai­de uit op een uit­ge­rek­te ex­pres­sie van lief­de voor rock-’n-roll. Zo be­doel­de hij het en zo er­voe­ren veel be­zoe­kers het, ook zij die in ju­ni 2000 de twee shows in het Gel­re­do­me in Arn­hem on­der­gin­gen. De tour­nee vorm­de een de­fi­ni­tief keer­punt. Springsteen had ge­zocht, was ge­strui­keld en had ge­twij­feld. De albums in die pe­ri­o­de wa­ren daar­van een weer­slag ge­weest. Het de­cen­ni­um dat zo moei­zaam be­gon­nen was, ein­dig­de ech­ter met zijn de­fi­ni­tie­ve co­me­back.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.