BROEDER DIELEMAN BOEK EN PLAAT: KOMMA

Vinyl Magazine - - INHOUD - Tekst: Joa­chim Hil­horst • Foto’s: broeder Dieleman

Een ont­haas­ten­de wer­vel­wind aan ver­ha­len.

TE­GEN­OVER HET PRACH­TI­GE STAD­HUIS VAN MIDDELBURG VER­TELT BROEDER DIELEMAN – TOON IN HET DA­GE­LIJKS LE­VEN – OVER DE OP­EEN­STA­PE­LING AAN VER­HA­LEN IN KOMMA, EEN DUB­BEL­EL­PEE MET FOTOBOEK. OF IS HET TOCH EEN FOTOBOEK MET EEN DUB­BEL­EL­PEE?

“Twee­ën­half, drie jaar lang heb ik el­ke vrij­dag een wan­de­ling ge­maakt door het­zelf­de kre­ken­ge­bied in Zeeuws­vlaan­de­ren – tel­kens net weer een an­de­re wan­de­ling. Ik maak­te foto’s en ik nam ge­lui­den op. Toen dacht ik, mis­schien moet ik dit als on­der­werp ne­men. En het is in mijn hoofd zo groot ge­wor­den. Ik heb de neiging om te verdrinken in on­der­wer­pen als ik er­mee be­zig ben. Het is een beet­je ma­nisch.

Komma is een wer­vel­wind van ver­ha­len ge­wor­den, het is laag op laag op laag op laag. Die rijk­dom aan ver­ha­len daar, of ei­gen­lijk over­al als je er in­duikt, is ein­de­loos, bij­na be­ang­sti­gend. Ik wil­de daar iets mee doen. De Zeeuws-vlaam­se cul­tuur is aan het ver­dwij­nen, de taal gaat weg, de ver­ha­len zak­ken lang­zaam weg. Het is ook al­le­maal zo ver­we­ven met mijn jeugd dat ik het een eer­be­toon wil ge­ven. Veel pop­mu­ziek heeft zo’n dis­con­nec­tie met de ei­gen cul­tuur. Als de wor­tels ont­bre­ken, wordt het al snel in­wis­sel­baar.

Ik heb ge­pro­beerd de mu­ziek zo te ma­ken dat er soms mo­men­ten ont­staan waar­op al­les, PATS, in een keer he­le­maal raak is. Als je door de na­tuur wan­delt, of fietst, dan heb je soms de er­va­ring dat in­eens al­les in el­kaar valt: de lucht, het wa­ter, al­les. Dat is een vorm van toe­val: het is toe­val dat jij daar bent, dat die wol­ken daar net op dat mo­ment staan. We heb­ben de lied­jes op de eer­ste plaat in drie da­gen li­ve op­ge­no­men, zon­der oe­fe­nen. Bri­an Eno zei: je moet god de kans ge­ven door de ka­mer te lo­pen. Dat er din­gen ont­staan die an­ders niet zou­den ge­beu­ren. Dat is een heel an­de­re be­na­de­ring dan veel mu­ziek op de ra­dio, die jou dic­teert waar je naar­toe moet gaan. Je wordt als ma­ker en als luis­te­raar uit­ge­daagd om je af te vra­gen waar het naar­toe gaat. Daar­voor moet er eerst wel een cha­os zijn – het is ook een licht cha­o­ti­sche plaat. Mu­ziek moet mee­sle­pend zijn – ook al heb je geen idee waar­over het gaat. Maar het zijn uit­ein­de­lijk ge­woon lied­jes met eenvoudige ver­ha­len.

Aan zan­ge­res Ja­ni­ne van Osta heb ik voor de­ze plaat ge­vraagd of zij haar stem als in­stru­ment wil ge­brui­ken. Soms ben ik klaar met een ver­haal en dan ver­telt zij ver­der. Bij­voor­beeld in ‘Ja­ne Pa­pe’, als de tekst van het num­mer stopt gaat zij door – en dan gaat ze echt te­keer! Ja­ne Pa­pe heeft echt be­staan, de men­sen dach­ten dat ze een heks was. In 1856 over­leed haar man, ze is zelf in 1898 over­le­den. Er zijn al­le­maal spook­ver­ha­len over haar, die in de ja­ren zes­tig op­ge­te­kend zijn. Er wordt dan over haar ge­schre­ven als een ‘vies, vuul vrouw­tje’. Dan moet je na­gaan: dat is al bij­na hon­derd jaar ver­der en nog steeds gaat ze rond in de ver­ha­len. Ter­wijl, zij was ge­woon een heel ar­me vrouw waar heel le­lijk over ge­daan werd. Zo le­lijk dat de men­sen hon­derd jaar la­ter er nog steeds over pra­ten. Dat is toch on­ge­kend. Ik vond dat die vrouw eer­her­stel ver­dien­de. Zo heeft elk lied­je een in­steek ten op­zich­te van het gro­te ver­haal van de kre­ken.

De twee­de plaat is heel an­ders ge­maakt, die heb ik thuis in el­kaar zit­ten knut­se­len. Het is een ex­tra plaat met ex­tra ver­ha­len. Ik was al heel lang be­zig met het op­ne­men van ge­lui­den in de na­tuur, ook een soort ob­ses­sie. Het ge­luid van riet is bij­voor­beeld mag­ni­fiek. Ik wil­de die ge­lui­den vast­leg­gen, ik wil­de een plaat ma­ken als een wan­de­ling waar­bij je toe­val­lig din­gen te­gen­komt. De mu­ziek komt aan­waai­en, als­of je er toe­val­lig te­gen­aan loopt. Het is één rech­te lijn, maar een er­va­ring waar­bij je niet pre­cies weer wat er gaat ko­men en ach­ter­af weet je ook niet pre­cies waar­naar je ge­luis­terd hebt mis­schien. Maar let op, uit­ein­de­lijk is het wél mi­nu­ti­eus in el­kaar ge­zet. De foto’s in het fotoboek zijn ook weer een ex­tra laag bij de ver­ha­len. Er was zo­veel ma­te­ri­aal, ik heb flink moe­ten se­lec­te­ren. En dat dan op el­pee­for­maat: die foto’s zijn zó groot, dat spat er echt van­af. Als som­mi­ge foto’s er oud uit­zien, dan is dat om­dat de film oud was; de foto’s zijn vrij­wel niet be­werkt. Al­le foto’s zijn met ana­lo­ge ca­me­ra’s ge­maakt, eerst met weg­werp­ca­me­raatjes, la­ter kreeg ik ca­me­ra’s van men­sen. Toen m’n ca­me­ra een keer in het wa­ter was ge­val­len heb ik ge­woon door­ge­scho­ten (zie hier­naast). Ook daar­in zit het toe­val weer.

“IK HEB DE NEIGING OM TE VERDRINKEN IN ON­DER­WER­PEN ALS IK ER­MEE BE­ZIG BEN.”

KOMMA

Komma is dub­bel­el­pee én een fotoboek in­een. Op de eer­ste plaat staan lied­jes, de twee­de plaat is een mon­ta­ge van ge­lui­den die broeder Dieleman op­nam tij­dens zijn wan­de­lin­gen. In het bij­be­ho­ren­de fotoboek staat een se­lec­tie van de foto’s die hij maak­te. Komma ver­schijnt op 7 sep­tem­ber bij Snow­star Re­cords.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.