Nooit meer naar de dok­ter

Huis­arts en ploeg­dok­ter Lot­to-Soud­al schrijft boek met ge­zond­heidstips

Het Belang van Limburg - - Nieuws - Jo­nas MAY­EUR

Voor­ko­men is be­ter dan ge­ne­zen. Het is een wijs­heid zo oud als de straat. Toch lo­pen huis­art­sen het me­ren­deel van de tijd ach­ter de fei­ten aan, zegt Ser­vaas Bin­gé, huis­arts in Oos­tVlaan­de­ren en ploeg­dok­ter bij Lot­to-Soud­al. Met pil­len, een door­ver­wij­zing of een paar tips blus­sen ze brand­jes. Tijd om pa­ti­ën­ten dui­de­lijk te ma­ken hoe ze ge­zond­heids­pro­ble­men ver­mij­den, is er vaak niet. Dus schreef de huis­arts al­les wat hij daar­over weet neer in het boek ‘Nooit meer naar de Dok­ter’. Wij se­lec­teer­den ze­ven tips. Wa­ter is een go­den­drank.“Een goed ge­hy­dra­teerd li­chaam is ex­treem be­lang­rijk”, zegt Ser­vaas Bin­gé.

“We func­ti­o­ne­ren be­ter, en voe­len ons fris­ser en wak­ker­der als we vol­doen­de wa­ter drin­ken.

We sta­pe­len min­der af­val­stof­fen op en on­ze stof­wis­se­ling werkt be­ter. Wa­ter is ook be­lang­rijk voor de her­se­nen, en ver­mijdt uit­dro­ging en ver­stop­ping van de stoel­gang. Een goe­de vocht­ba­lans houdt ook het af­weer­sys­teem en on­ze weer­stand op peil.”

De vraag is dan al­leen: hoe­veel wa­ter moet je drin­ken? “De mees­ten van ons kun­nen ge­woon op hun li­chaam af­gaan. Dorst uit zich niet al­leen in een dro­ge mond, maar kan ook lei­den tot een dik­ke tong, keel­pijn, of zelfs een hon­ger­ge­voel en ener­gie­ver­lies. De be­faam­de sui­ker­dip is niet al­tijd een sui­ker­dip. Je kan bij hon­ger be­ter eerst en­ke­le gla­zen wa­ter drin­ken.”

Voor wie het lie­ver wat min­der op ge­voel doet: plas je door­zich­ti­ge uri­ne, dan heb je ge­noeg wa­ter op. Wie don­ker­geel plast, te wei­nig. Me­di­ta­tie is vol­gens dok­ter Bin­gé een goeie ma­nier om stress te coun­te­ren. “Stress vol­le­dig ver­mij­den is on­mo­ge­lijk.

Maar je kan het wel in ba­lans hou­den. Be­perk het aan­tal mi­ni­prik­kels zo­als het blie­pen van je te­le­foon. Ont­span en doe din­gen die je leuk vindt. Voor wie wil: leer me­di­ta­tie­tech­nie­ken. Op MRI-scans is dui­de­lijk dat de her­se­nen van me­di­te­ren­de men­sen er an­ders uit­zien.”

Me­di­te­ren om ge­zon­der te wor­den, ja­wel. “Het klinkt zwe­ve­rig, maar in­mid­dels is aan­ge­toond dat het ge­woon zo is. Be­paal­de ge­bie­den in de her­se­nen wor­den ac­tie­ver, me­di­ta­tie ver­be­tert on­der meer het ge­heu­gen. An­de­re ge­bie­den, ver­bon­den met angst en stress, wor­den rus­ti­ger.” Met als re­sul­taat dat li­chaam en geest meer ver­dra­gen. Be­we­gen is meer dan al­leen je con­di­tie op peil hou­den of ver­be­te­ren met wat loop­trai­nin­gen. Be­we­gen be­vat drie be­lang­rij­ke ele­men­ten. Met duur­trai­ning (lo­pen, fiet­sen, wan­de­len, ... ) ver­be­ter je de uit­hou­ding en hou je hart en bloed­va­ten ge­zond. Maar om spie­ren op te bou­wen, is er ook kracht­trai­ning no­dig. Zo word je ster­ker. Ten slot­te ver­die­nen ook je ge­wrich­ten aan­dacht. “De drie ver­schil­len­de trai­nin­gen com­bi­ne­ren, is voor ie­der­een nut­tig.” Voor­ne­mens ma­ken is op zich niet slecht. Maar ze zijn niet meer dan een in­ten­tie­ver­kla­ring. Ze gaan pas lo­nen als je ze om­zet in nieu­we ge­woon­tes. Een nieu­we ge­woon­te leer je aan in vier stap­pen. Je uit een wens, kop­pelt die aan een doel, denkt na over mo­ge­lij­ke ob­sta­kels en voor­ziet op voor­hand een op­los­sing. “Een voor­beeld: ik wil spor­tie­ver le­ven en schrijf me in voor de 20 ki­lo­me­ter van Brus­sel. Om daar­in te sla­gen, moet ik da­ge­lijks trai­nen. He­laas is het vaak slecht weer en ben ik na het werk moe. Dus koop ik re­gen­kle­dij en sta ik me­zelf toe om ’s avonds af en toe in de ze­tel te plof­fen. Maar al­leen als ik over­dag al gaan jog­gen ben Wie ge­zon­der wil eten, wan­trouwt het best ver­pak­kin­gen. “Om te be­gin­nen wij­zen ver­pak­kin­gen er door­gaans op dat het voed­sel in de fa­briek be­werkt is. Op zich geen goed te­ken.

Wat in gro­te let­ters op de ver­pak­kin­gen staat, is bo­ven­dien ver­koop­praat en geen in­for­ma­tie.” Zelfs de klei­ne let­ter­tjes neem je be­ter met een kor­rel zout. “Be­werk­te pro­duc­ten be­vat­ten ton­nen sui­ker, maar toch zie je dat woord zel­den staan. Va­ker staat er fruc­to­se­si­roop. Fruc­to­se is de sui­ker uit fruit. Voe­ding eten met fruc­to­se­si­roop is het­zelf­de als on­der een sui­kerk­raan han­gen.” Nu het ene gru­wel­film­pje uit een Vlaams slacht­huis het an­de­re op­volgt, staat het eten van vlees ter dis­cus­sie. Die­ren­wel­zijn speelt daar­bij een rol, maar ook on­ze ge­zond­heid. “Je hoeft niet ve­ge­ta­risch te wor­den. Een ge­zond bord be­staat voor twee der­de uit plant­aar­dig voed­sel, maar voed­sel van dier­lij­ke af­komst heeft een aan­tal be­lang­rij­ke voor­de­len. Vlees be­vat bouw­ste­nen voor het he­le li­chaam. Het be­vat ook ij­zer, wat be­lang­rijk is om he­mo­glo­bi­ne te ma­ken. Dat ei­wit zorgt voor het zuur­stof­trans­port in ons bloed.” Con­creet: rood vlees mag, maar niet meer dan 150 gram per dag en niet va­ker dan drie keer per week. “Veel chro­ni­sche ziek­ten zijn het ge­volg van ja­ren­lan­ge ge­woon­tes, van een be­paal­de le­vens­stijl. Je wordt niet zo­maar wak­ker met sui­ker­ziek­te. Het is een pro­ces dat al op jon­ge leef­tijd be­gint. Wacht dus niet te lang om je ge­zond­heid in ei­gen han­den te ne­men.” Met an­der woor­den: maak van je ge­zond­heid een pro­ject. In plaats van ze zo­maar in han­den te leg­gen van an­de­ren en er­van uit te gaan dat zij het wel zul­len fik­sen als een pro­bleem op­duikt.

FOTO PH

Ploeg­dok­ter Ser­vaas Bin­gé (rechts) aan het werk bij Lot­to-Soud­al.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Belgium

© PressReader. All rights reserved.