Zeld­za­me cou­pés op ba­sis van een VW Ke­ver

Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé, Ro­me­tsch La­wren­ce

Classic Cars (Netherlands) - - Inhoud - Tekst: In­go Ei­berg, Mark van Som­me­ren • Fo­to’s: Frank Ra­te­ring

In de ja­ren vijf­tig bouw­den klei­ne car­ros­se­rie­be­drijf­jes de mooi­ste cre­a­ties op ba­sis van heel een­vou­di­ge tech­niek. Zo stond de Volks­wa­gen Ke­ver aan de wieg van de beeld­scho­ne Ro­me­tsch La­wren­ce en de Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé.

Wan­neer je de Ro­me­tsch La­wren­ce en de Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé naast el­kaar ziet staan, val­len de ver­schil­len ach­ter de B-stij­len het meest op.

He­le volks­stam­men zijn op­ge­groeid met de Volks­wa­gen Ke­ver. Ze gin­gen er voor het eerst mee op va­kan­tie, kre­gen stie­kem de eer­ste rij­les of re­den er el­ke dag mee naar het werk. Daar­om staat de Ke­ver, ook bij la­te­re ge­ne­ra­ties, nog haar­scherp op het net­vlies. Veel min­der be­kend is dat er op ba­sis van de Ke­ver tal van spe­ci­a­le mo­del­len zijn ge­bouwd. Er was geen chas­sis waar­op je zo ge­mak­ke­lijk een an­de­re car­ros­se­rie kon zet­ten dan dat van de Ke­ver.

De bol­le car­ros­se­rie van de Ke­ver was heel een­vou­dig van het chas­sis te schei­den. Fer­di­nand Porsche wil­de het chas­sis voor al­ler­lei doel­ein­den kun­nen ge­brui­ken, bij­voor­beeld voor mi­li­tai­re voer­tui­gen. Toch maak­te Volks­wa­gen be­gin ja­ren vijf­tig nau­we­lijks ge­bruik van die mo­ge­lijk­heid. Er wer­den maar twee mo­del­len van de Ke­ver aan­ge­bo­den: de stan­daard uit­voe­ring en het luxe­re mo­del voor de ex­port. Een vouw­dak was op­ti­o­neel le­ver­baar.

Ben Pon

In Wolfs­burg werd het Ke­ver-chas­sis ove­ri­gens wel de­ge­lijk ge­bruikt voor an­der­soor­ti­ge voer­tui­gen. Zo reed er door de fa­brie­ken een trans­port­wa­gen­tje, dat tech­nisch iden­tiek aan de Ke­ver was. Be­roemd is het ver­haal van de Ne­der­lan­der Ben Pon, die op een pa­pier­tje zijn ont­werp voor de T1 te­ken­de. Inspi­ra­tie­bron was het trans­port­voer­tuig uit de fa­briek in Wolfs­burg. Pons eer­ste schets re­sul­teer­de uit­ein­de­lijk in de Volks­wa­gen T1. Toen hij de Ke­ver ont­wierp, had Fer­di­nand Porsche al re­ke­ning ge­hou­den met de komst van een ca­bri­o­let. En­kel de ca­bri­o­lets die Kar­mann in Osna­brück en Heb­m­ül­ler in Wül­frath bouw­den, wer­den na zwa­re tests goed­ge­keurd door Volks­wa­gen. Kar­mann had een vier­per­soons ca­bri­o­let met een dik ge­wat­teerd vouw­dak ge­bouwd en de ca­brio die Heb­m­ül­ler toon­de, was een twee­zit­ter met een strak ge­sne­den kap en een spor­tie­ve vorm­ge­ving. Wie in plaats van de ge­wo­ne Ke­ver of de twee ca­brio's iets span­nen­ders, ele­gan­ters of snel­lers wil­de heb­ben, kon daar­voor niet bij de fa­briek zelf te­recht. Toen­ma­lig di­rec­teur

De toen­ma­li­ge di­rec­teur was stel­lig: Volks­wa­gen bouwt au­to's, geen

car­ros­se­rie­ën.

Hein­rich Nord­hoff was stel­lig: Volks­wa­gen bouw­de au­to's, geen car­ros­se­rie­ën. Hij wil­de zelf in de hand hou­den hoe de au­to's er­uit­za­gen die zijn fa­briek ver­lie­ten.

Toch ver­sche­nen ook zon­der de ze­gen van Nord­hoff tal van luxe cou­pés en ca­bri­o­lets op ba­sis van de Ke­ver. De au­to-in­du­strie be­leef­de na de oor­log gou­den tij­den. Met na­me in het snel op­krab­be­len­de Duits­land steeg de vraag naar mooie au­to's ex­plo­sief. Veel men­sen wil­den een luxe au­to, maar wel met

de ro­buus­te ei­gen­schap­pen van de Ke­ver. Er wa­ren ver­schei­de­ne fa­bri­kan­ten die een spe­ci­a­le car­ros­se­rie voor op het Ke­ver-chas­sis maak­ten. De be­kend­ste wa­ren Dan­nen­hau­er & Stauss in Stuttg­art, Drews in Wup­per­tal, Wend­ler in Reut­lin­gen, Ro­me­tsch in Ber­lijn en Enz­mann, Ghia Ai­gle en Beut­ler in Zwit­ser­land. Voor­al Ro­me­tsch was am­bi­ti­eus: het wil­de de Ame­ri­kaan­se markt ver­o­ve­ren.

De oprich­ter van Ro­me­tsch had zijn ken­nis op­ge­daan bij de Ber­lijn­se car­ros­se­rie­bou­wer Erd­mann & Ros­si, die in de ja­ren twin­tig en der­tig spe­ci­a­le koets­wer­ken bouw­de op de chas­sis van Mercedes, Bu­gat­ti en Horch. Ook Jo­han­nes Bees­kow, de huis­ont­wer­per van Ro­me­tsch, had bij Erd­mann & Ros­si ge­werkt. La­ter werd hij hoofd van de tech­ni­sche af­de­ling van Kar­mann. Op de au­to­show van Ber­lijn in 1950 maak­te Ro­me­tsch zijn de­buut. De sport­cou­pé op ba­sis van de Ke­ver werd en­thou­si­ast ont­haald. Duit­se film­ster­ren, die om de hoek in Ba­bels­berg hun werk de­den, wa­ren graag be­reid om de ba­sis­prijs van 8900 Duit­se mark voor de au­to te be­ta­len – des­tijds een im­mens be­drag. Toen la­ter Ame­ri­kaan­se su­per­ster­ren als Gre­go­ry Peck en Aud­rey Hep­burn een Ro­me­tsch koch­ten, had dat zeer po­si­tie­ve ge­vol­gen voor de ver­koop van de au­to, die van­we­ge zijn ge­bo­gen tail­le­lijn ook wel 'de ba­naan' werd ge­noemd. Om zijn eli­tai­re klan­ten­kring iets nieuws te kun­nen bie­den, kwam Ro­me­tsch in 1957 met een com­pleet nieuw mo­del dat dui­de­lijk te­ge­moet kwam aan de Ame­ri­kaan­se smaak. Dat was de La­wren­ce. De door de Ber­lijn­se ont­wer­per Bert La­wren­ce ont­wor­pen cou­pé stond nog al­tijd op het chas­sis van een Ke­ver en werd aan­ge­dre­ven door de stan­daard­mo­tor met 30 pk. De lij­nen van de Kar­mann Ghia zijn al een beet­je in de au­to te her­ken­nen. De au­to was 2,5 keer zo duur als een Ke­ver 1200.

Ge­waagd Zwit­sers plan

In het Zwit­ser­se Thun bouw­den de broers Ernst en Fritz Beut­ler au­to's die nog ex­clu­sie­ver wa­ren dan de Ro­me­tsch. Al in 1948 kwa­men zij met een ei­gen ca­bri­o­let op ba­sis van de Porsche 356, die toen in Gm­ünd werd ge­bouwd. Tech­nisch was de­ze au­to zeer nauw aan de Ke­ver ver­want. De broers Beut­ler had­den al snel door dat het chas­sis van de Ke­ver ve­le mo­ge­lijk­he­den bood en ver­vol­gens ont­wik­kel­den ze in ei­gen be­heer een 2+2-sport­cou­pé en een ca­bri­o­let. Dat was een ge­waag­de stap: om­dat Volks­wa­gen nog al­tijd wei­ger­de om het chas­sis te le­ve­ren, moesten de broers – net als al­le an­de­re car­ros­se­rie­bou­wers – com­ple­te au­to's ko­pen en daar de car­ros­se­rie van­af schroe­ven. De broers toon­den bei­de au­to’s op de Sa­lon van Genè­ve in 1954. Aan de lang uit­ge­rek­te, iet­wat Frans aan­doen­de car­ros­se­rie, valt niet te zien dat de Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé zijn tech­niek deelt met mil­joe­nen Ke­vers. De ba­sis­ver­sie wordt even­eens aan­ge­dre­ven door de 30 pk ster­ke mo­tor van de Ke­ver 1200. Wie het snel­ler en ex­clu­sie­ver wil­de, kon de au­to la­ten voor­zien van Porsche-tech­niek. Zo'n au­to werd dan wel duur­der dan een stan­daard 356 Car­re­ra. Met de 75 pk ster­ke mo­tor van de Porsche 356 A 1600 Su­per pres­teer­de de cou­pé van Beut­ler ge­wel­dig. Van­we­ge de ho­ge top­snel­heid van 175 km/h was het ver­stan­dig dat de ko­per ook Porsche-rem­men met gro­te­re trom­mels liet mon­te­ren. De ex­clu­sie­ve Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé dicht­te het gat tus­sen Volks­wa­gen en Porsche. Hij was bij­na net zo ruim en net zo ge­schikt voor da­ge­lijks ge­bruik als een Ke­ver, maar had wel een krach­ti­ge mo­tor.

Zeld­zaam­he­den

De ge­slaag­de mix van prak­ti­sche bruik­baar­heid en snel­le pres­ta­ties maakt nog steeds in­druk. Van­uit wel­ke hoek je de Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé uit 1958 ook be­kijkt, zijn ont­werp heeft de ve­le de­cen­nia goed door­staan en ook kwa­li­ta­tief steekt de au­to door­dacht in el­kaar. Bij de Ro­me­tsch La­wren­ce is dat wat min­der het ge­val: als je de mo­tor­kap opent, zie je wat on­nauw­keu­rig­he­den. Door­dat hij smal­ler is dan de Beut­ler, biedt hij min­der bin­nen­ruim­te. Maar on­der­weg merk je aan zijn rij­ei­gen­schap­pen, zijn veer­ka­rak­te­ris­tiek en het ken­mer­ken­de mo­tor­ge­luid met­een dat je in een aan­ge­pas­te Ke­ver rijdt. Het voelt als­of de au­to zijn klof­fie voor een smo­king heeft in­ge­ruild: de­zelf­de au­to, an­de­re uit­stra­ling. Spor­tief is hij niet, maar zijn ont­werp mag er nog steeds zijn. De gro­te pa­no­ra­mi­sche voor­ruit, het koe­pel­vor­mi­ge dak en het lij­nen­spel ade­men de sfeer van de ja­ren vijf­tig, toen Ame­ri­kaans au­to­de­sign van gro­te in­vloed was op de Eu­ro­pe­se smaak. De Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé is veel dy­na­mi­scher en le­ven­di­ger dan de Ro­me­tsch La­wren­ce, wat ook niet zo vreemd is als je het ver­mo­gens­ver­schil in ogen­schouw neemt. Van­we­ge de la­ge­re zit­po­si­tie heb je niet al­leen aan­zien­lijk meer hoof­druim­te, maar ook een veel di­rec­ter con­tact met de weg. Hoe­wel hij zijn af­komst niet ver­loo­chent, is de Beut­ler Spe­ci­al Cou­pé voor­al een ele­gan­te ver­schij­ning waar­mee het heer­lijk toe­ren is.

Dat er van de­ze twee ex­clu­sie­ve cou­pés op ba­sis van de Ke­ver uit­ein­de­lijk niet veel zijn ver­kocht, komt ener­zijds door de ho­ge prij­zen. An­der­zijds kre­gen zij van­af 1955 con­cur­ren­tie van de Kar­mann Ghia, die een stuk goed­ko­per was. Van de Ro­me­tsch La­wren­ce zijn tus­sen 1957 en 1961 on­ge­veer 200 exem­pla­ren ge­bouwd. De ge­broe­ders Beut­ler ver­koch­ten slechts 28 exem­pla­ren van de Spe­ci­al Cou­pés, waar­van zes met een Porsche-mo­tor. Bei­de au­to's la­ten zien dat in de ja­ren vijf­tig niet al­les om de Volks­wa­gen Ke­ver draai­de.

Zeld­za­me cou­pés op ba­sis van een VW Ke­ver

Na het suc­ces van de Ro­me­tsch Bees­kow kreeg zijn op­vol­ger een Ame­ri­kaan­se uit­stra­ling. De La­wren­ce bleef een au­to voor de rij­ke cli­en­tè­le.

De ini­ti­a­len van de oprich­ter van Ro­me­tsch staan op de B-stij­len.

Ach­ter de pas­sa­giers lag de stan­daard mo­tor uit de Ke­ver 1200 met twee car­bu­ra­teurs.

Van­we­ge de pa­no­ra­mi­sche voor­ruit was de deur­con­struc­tie in­ge­wik­keld.

De Ro­me­tsch La­wren­ce was een van de eer­ste Duit­se au­to's met een be­kleed dash­board.

Zo­wel voor als ach­ter in de luxe Ro­me­tsch zit je krap.

Niet al­leen de mo­tor en de rem­men uit de Porsche 356 A 1600 wa­ren hoog­waar­dig, het in­te­ri­eur sloot er mooi bij aan.

De Beut­ler Cou­pé dicht­te het gat tus­sen de Ke­ver en de Porsche 356. Hij is spor­tief, maar ook best ruim.

De ele­gan­te lij­nen van de alu­mi­ni­um car­ros­se­rie mon­den uit in klei­ne staart­vin­nen.

Aan het ui­ter­lijk van de Beut­ler zie je de nau­we ver­want­schap

met de Ke­ver niet.

Wie 30 pk niet ge­noeg vond, kon de Beut­ler ook krij­gen met de 75 pk ster­ke mo­tor van de Porsche 1600 Su­per.

Na­dat de pro­duc­tie in Thun in 1958 ein­dig­de, werd de Beut­ler Cou­pé nog lan­ge tijd in de Ver­e­nig­de Sta­ten aan­ge­bo­den.

De ge­broe­ders Beut­ler hecht­ten veel waar­de aan vak­man­schap en mooie de­tails.

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.