Reportage: bloem & bij

Ho­ning ma­ken is een ar­beids­in­ten­sief pro­ces. Voor één pot­je ho­ning zijn zo’n half mil­joen bij­en-vluch­ten no­dig. Ma­ri­on Teeu­wen en Wil­lem Ver­s­tij­nen van Im­ke­rij Bloem lei­den het pro­ces in goe­de ba­nen en wor­den ie­der voor­jaar be­loond met het vloei­ba­re goud.

Foodies - - INHOUD - Tekst: Anne Hees­ink Fo­to’s: Wil­lem van San­ten

Een dag­je mee­lo­pen met de im­ker bleek een bij­na mys­tie­ke er­va­ring. Lees hoe on­ge­lo­fe­lijk in­ge­ni­eus de we­reld van bij­en, bloe­men en ho­ning in el­kaar steekt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

“Je hebt ge­luk, dit is de eer­ste ho­ning van het jaar.” Ma­ri­on ver­wel­komt me in de klei­ne werk­ruim­te van de im­ke­rij en houdt een tjok­vol ho­ning­raam om­hoog. We heb­ben een pri­meur! Im­ke­rij Bloem is ge­le­gen ach­ter de dijk van de Waal, in het Gel­der­se Oos­ter­hout aan de rand van de frui­ti­ge Be­tu­we. Bloe­sem ge­noeg dus voor de bij­en om zich aan te la­ven. Maar zo ver hoe­ven de bij­en niet eens te vlie­gen voor een lek­ker hap­je nec­tar, ook de weel­de­ri­ge tuin van Ma­ri­on en Wil­lem staat vol fruit­bo­men en bloe­men. Ach­ter­in be­vin­den zich de rij­en bij­en­kas­ten, het thuis van de der­tig car­ni­ca-bij­en­vol­ken van Im­ke­rij Bloem. Ma­ri­on: “Het ech­te werk doen de bij­en, wij oog­sten de ho­ning. Als im­ker zorg je er­voor dat het pro­ces in goe­de ba­nen wordt ge­leid, maar in prin­ci­pe re­gelt de na­tuur de ho­ning­pro­duc­tie zelf.” Bruids­vlucht Om te be­grij­pen hoe ho­ning ge­maakt wordt, moet je be­grij­pen hoe een bij­en­volk func­ti­o­neert. Het is het al­ou­de ver­haal van de bloe­me­tjes en de bij­tjes, we be­gin­nen bij het be­gin. Ma­ri­on laat me een dop­je lij­kend op een on­ge­pel­de klei­ne pin­da zien. Het is de moer­dop, het om­hul­sel van de ko­nin­gin­nelar­ve: “Wan­neer bij­en een lar­ve lang­du­rig ko­nin­gin­nege­l­ei – een spe­ci­aal soort kracht­voer – ge­ven, wordt die lar­ve een ko­nin­gin. Je hebt in een bij­en­volk drie ver­schil­len­de soor­ten bij­en. De ko­nin­gin, dar­ren – man­ne­tjes, en werk­sters – vrouw­tjes. De ko­nin­gin gaat in het be­gin van haar le­ven een keer op bruids­vlucht om op een af­ge­le­gen plek dar­ren te ont­moe­ten. Door het af­ge­ven van fe­ro­mo­nen we­ten de ko­nin­gin en de dar­ren waar ze el­kaar tref­fen. De ko­nin­gin paart met on­ge­veer twin­tig van hen. Ze slaat de sper­ma­to­zo­ï­den op in haar ach­ter­lijf en moet het hier haar he­le le­ven, zo’n vier tot vijf jaar mee doen.” Ma­ri­on pelt de moer­dop open en laat me de on­vol­groei­de ko­nin­gin zien: “Met dit ex­tra lan­ge ach­ter­lijf kan ze goed in de ra­ten om er een ei­tje in te leg­gen. Dat is haar taak voor haar ver­de­re le­ven. “De ko­nin­gin be­slist zelf of ze een werk­ster of dar legt. Werk­sters

legt ze door haar ei­tje met sper­ma­to­zo­ï­de te la­ten be­vruch­ten, dar­ren ko­men voort uit on­be­vruch­te ei­tjes. Ze legt al­tijd veel meer werk­sters dan dar­ren, be­hal­ve rond de tijd van de bruids­vlucht, dan zijn de dar­ren no­dig voor de pa­ring en be­slist de ko­nin­gin om meer dar­ren te pro­du­ce­ren.” Het ver­wij­de­ren van de moer­dop­pen is een van de be­lang­rijk­ste ta­ken van de im­ker. Meer ko­nin­gin­nen be­te­kent meer bij­en­vol­ken en dat is niet al­tijd wen­se­lijk. Het bij­en­volk gaat dan na­me­lijk zwer­men: af­split­sen en een ei­gen groep­je vor­men bui­ten de ge­con­tro­leer­de kas­ten. Om dit te­gen te gaan plaat­sten Wil­lem en Ma­ri­on vang­bo­men rond­om de bij­en­kas­ten: “De bij­en­zwerm gaat in zo’n boom­pje han­gen. Voor ons is het dan mak­ke­lijk om het ge­zwerm­de volk te schep­pen en te plaat­sen in een an­de­re bij­en­kast. Zo ver­lie­zen we de ge­zwerm­de vol­ken niet.” Ho­ning her­kau­wen Ze zijn dus te fop­pen, die bij­en, maar te­ge­lij­ker­tijd be­grijpt de we­ten­schap nog steeds niet al­les van de com­plexe pro­ces­sen in een bij­en­ko­lo­nie – hoe bij­en pre­cies met el­kaar com­mu­ni­ce­ren en hoe een heel volk het­zelf­de doel voor ogen heeft. Al­le neu­zen de­zelf­de kant op, me­nig ma­na­ger zou er ja­loers op zijn. Het sys­teem zit zo per­fect in el­kaar; geen mens had het mooi­er kun­nen be­den­ken. Hoe meer je er­over leert, hoe waar­de- vol­ler een pro­duct als ho­ning je voor­komt. Ma­ri­on be­aamt: “Ik denk al­tijd, een pro­duct dat ge­maakt wordt in zo’n har­mo­ni­eus sys­teem, dat kan niet an­ders dan goed voor je zijn. Ho­ning is in eer­ste plaats het voed­sel voor de bij­en wan­neer er geen nec­tar te ha­len valt. Staat er wel van al­les in bloei, dan vlie­gen de werk­sters uit om nec­tar te ver­za­me­len in hun ho­ning­maag. De ho­ning heeft dan nog een hoog vocht­per­cen­ta­ge. Dat per­cen­ta­ge moet om­laag om te voor­ko­men dat de ho­ning gaat gis­ten. De bij doet dat door de ho­ning op te bra­ken en een aan­tal keer te her­kau­wen, waar­door hij in­dikt. Is de ho­ning dik ge­noeg, dan ver­ze­gelt de bij de raat door er een was­laag­je over­heen te ma­ken. Als ten min­ste twee der­de van een ho­ning­raam ver­ze­geld is, oog­sten we de ho­ning.” Hof­huis­hou­ding Tijd om de har­de werk­sters een be­zoek­je te bren­gen. Ma­ri­on tilt het dek­sel van een van de kas­ten en laat me het ge­kri­oel van hon­der­den bij­en zien. We stui­ten, en dat is toe­val­lig, met­een op een ko­nin­gin en haar hof­huis­hou­ding; tien­tal­len werk­sters die de ko­nin­gin 24/7 ver­zor­gen. De­ze ko­nin­gin is in 2016 ge­bo­ren, ziet Wil­lem. Bij elk ge­boor­te­jaar hoort een an­de­re kleur verf waar­mee de im­ker een stip­je op het lijf van de ko­nin­gin zet. Het ge­boor­te­jaar is voor de im­ker be­lang­rij­ke in­for­ma­tie. Ma­ri­on: “Aan het eind van haar le­ven komt de ko­nin­gin

Newspapers in Dutch

Newspapers from Netherlands

© PressReader. All rights reserved.