Wat is een aan­ge­bo­ren hals­cys­te, en wat kunt u er­aan doen?

Times of Suriname - - GEZONDHEID -

Een zwel­ling in de hals kan soms ver­oor­zaakt wor­den door een aan­ge­bo­ren cys­te die op een be­paald mo­ment in vo­lu­me toe­neemt. Een cys­te is een bal­lon­vor­mi­ge hol­te ge­vuld met vocht. Ze ont­staat ten ge­vol­ge van een ont­wik­ke­lings­stoor­nis tij­dens de groei van de foe­tus. Tij­dens de groei van het em­bryo zakt de schild­klier af in de hals. Als het tra­ject zich niet vol­le­dig sluit, ont­staat er een schild­klier­ka­naal­of thy­re­o­glos­sus­cys­te. De­ze cys­te is zicht­baar als een zwel­ling in het mid­den aan de voor­zij­de van de hals, on­ge­veer ter hoog­te van het tong­been, net bo­ven de adams­ap­pel. De zwel­ling be­weegt mee met slik­ken en het uit­ste­ken van de tong. Het is een van de meest voor­ko­men­de aan­ge­bo­ren hals­af­wij­kin­gen.

Ver­schijn­se­len

De

schild­klier­ka­naal­cys­te is van bij de ge­boor­te aan­we­zig, maar wordt meest­al pas op kin­der­leef­tijd vast­ge­steld na bij­voor­beeld een lucht­weg­in­fec­tie (ver­koud­heid), en soms pas op vol­was­sen leef­tijd.

Nor­maal ver­oor­zaakt een schild­klier­ka­naal­cys­te geen klach­ten, be­hal­ve als ze gein­fec­teerd raakt. Dan kan een gro­te zwel­ling op­tre­den, die ge­paard gaat met hees­heid, hoes­ten, slik­pro­ble­men en een ge­voel van be­nauwd­heid.

Er be­staat een klein ri­si­co (cir­ca 1 pro­cent) op ont­wik­ke­ling van een kwaad­aar­dig ge­zwel in de cys­te (schild­klier­kan­ker). Om on­dui­de­lij­ke re­de­nen is de kans hier­op bij vrou­wen gro­ter. Meest­al wordt de­ze kan­ker pas ach­ter­af, dus bij weef­sel­on­der­zoek van een ver­wij­der­de cys­te, ont­dekt.

Dia­gno­se

Naast een li­cha­me­lijk on­der­zoek van de hals, zal meest­al ook een echo­gra­fie of schild­kliers­can wor­den uit­ge­voerd om na te gaan of de schild­lier op de cor­rec­te plaats is aan­ge­legd. Even­tu­eel zal ook bloed­on­der­zoek ge­beu­ren om de schild­klier­func­tie te be­oor­de­len.

De cys­ten zit­ten aan de zij­kant in het bo­ven­ste deel van de hals of on­der de kaak, en kun­nen wis­se­len in vorm en groot­te. Soms is er een klei­ne uit­wen­di­ge ope­ning in de hals (fis­tel) aan de voor­rand van de gro­te hals­spier.

Ver­schijn­se­len

De cys­te ma­ni­fes­teert zich meest­al op jeug­di­ge of jong­vol­was­sen leef­tijd als een pijn­lo­ze we­ke zwel­ling aan de zij­kant van de hals. Af­schei­ding van vocht, slijm of et­ter uit een po­rie in de hals wijst op een fis­tel.

Tij­dens lucht­weg­in­fec­ties kan de zwel­ling toe­ne­men en pijn­lijk wor­den. Af­han­ke­lijk van de groot­te kun­nen symp­to­men ont­staan zo­als slik­klach­ten, spraak­stoor­nis­sen of kort­a­de­mig­heid.

De cys­te kan ook ge­ïn­fec­teerd wor­den en ver­et­te­ren, waar­bij lit­te­kens kun­nen ont­staan. Ui­t­ein­de­lijk kan een hal­sab­ces ont­staan. De cys­te zal meest­al ver­wij­derd wor­den om in­fec­tie met ver­et­te­ring en lit­te­ken­vor­ming te voor­ko­men. Ook wordt het mid­del­ste deel van het tong­been ver­wij­derd om­dat de cys­te vaak hier door­heen loopt. In­dien er een fis­tel aan­we­zig is, wordt het fis­tel­tra­ject ge­volgd tot aan de huid en mee ver­wij­derd. Dat ge­beurt met een ope­ra­tie on­der al­ge­me­ne nar­co­se.

(ge­zond­heid.be)

Newspapers in Dutch

Newspapers from Suriname

© PressReader. All rights reserved.